De crux en de cursist

Afgelopen week trof ik een wel heel oplettende cursist op mijn KTB-cursus in Schagen. Mijn eerste les bevat wat eenvoudige stof over tekstoverlevering en vertalingen van koran en bijbel. Als illustratie van een tekstkritische crux in de tekstoverlevering van het Nieuwe Testament gebruik ik Romeinen 16:7, waarin Paulus de groeten laat doen aan een zekere Andronikos en Junia.

Die naam Junia staat niet vast. In de Griekse grondtekst staat hij – vanwege die groeten – in de accusativus: Ιουνιαν. Die vorm kan staan voor twee namen: Junia of Junias, een vrouw of een man. Het verschil tussen beide namen wordt gemaakt door de plaatsing van het accent. Bij de vrouwennaam is het Ἰουνίαν en bij de mannennaam Ἰουνιᾶν. Een accent op de iota of op de laatste alfa maakt het hele verschil. Beide schrijfwijzen komen in oude manuscripten voor, maar welke is het nu?

Die schijnbaar van elk belang ontblote vraag kan een voor sommige gelovigen zeer heikele kwestie beslissen. Andronikos en Junia(s) worden een paar woorden verderop namelijk onder de apostelen geschaard. In de katholieke traditie zijn dat de voorgangers van alle priesters en priester kan alleen een man worden, omdat alle apostelen mannen waren. Die redenering klopt dus mogelijk niet.

MinuskGreek

Tekstcritici stuiten hier op een lacune in de tekstoverlevering. De alleroudste Griekse minuskel-manuscripten, die de accenten schrijven (boven), geven wel allemaal de vrouwelijke variant, maar ze dateren op zijn vroegst uit de negende eeuw. Alle oudere Griekse manuscripten schreven in uncialen (onder), in hoofdletters dus, die niet werden geaccentueerd.

UncialGreek

Dat betekent dat de tekstcritici er stilzwijgend van uit moeten gaan dat naast de geschreven tekst, de juiste betekenis – vrouw of man? – mondeling moet zijn overgeleverd.

Gelukkig zijn er ook andere argumenten: de vrouwennaam Junia is vele malen geattesteerd, in inscripties bijvoorbeeld, terwijl de mannennaam Junias nergens van bekend is. Het is slechts een constructie van geleerden, die menen dat het een verkorte vorm zou kunnen zijn van de wel geattesteerde mannennaam Junianus.

Eén van mijn cursisten had de stof over vertalingen kennelijk goed onthouden en kwam meteen met een briljante vraag: wat staat er in de Vulgaat? De Vulgaat is een vertaling van de bijbel in het Latijn. Hij stamt uit de vierde eeuw en zou de oplossing van het probleem vijf eeuwen eerder kunnen plaatsen. Latijn kent namelijk ook naamvallen en de vorm van de accusativus verschilt meestal tussen mannelijke en vrouwelijke woorden.

Helaas geeft de Vulgaat Juniam wat zowel de accusativus van Junia als van Junias kan zijn. We moeten het dus blijven doen met negende eeuwse manuscripten in het Grieks en de aanname dat de mondelinge traditie de betekenis van de tekst goed heeft overgeleverd. Wel een heel katholiek punt trouwens…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Wetenschap en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op De crux en de cursist

  1. Pingback: Livius Nieuwsbrief / September | Mainzer Beobachter

  2. Pingback: Aantekeningen bij de Bijbel · Livius Nieuwsbrief / September

  3. Pingback: NWA: Jezus’ vrouwen – Mainzer Beobachter

  4. Pingback: Factcheck: Vrouwen in het christendom – Mainzer Beobachter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s