Beklag Gods

Alweer heel wat jaren geleden, Lucas en Jenny Goeree lagen nog vers in het geheugen, overwoog de commissie die het nieuwe Dienstboek voor de Samen-op-Weg-Kerken (nu: PKN) moest samenstellen het opnemen van het Beklag Gods. Dat lied was in veel protestantse kerken in onbruik geraakt, maar aangezien het een oud en traditioneel gezang betrof, overwoog de commissie dat besluit te herzien. Daar kregen vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap lucht van en een rel was geboren.

Het Beklag Gods is namelijk niet zomaar een gezang. Het hoort thuis in de liturgie van Goede Vrijdag, de dag dat Jezus’ kruisiging wordt herdacht. In de tekst maakt God verwijten aan ‘Zijn volk’. Dat zou Hij allerlei gunsten hebben bewezen en kijk nu eens hoe dat wordt beantwoord. Een korte bloemlezing om de werkwijze te illustreren:

Mijn volk wat heb Ik u gedaan of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoordt mij. (Micha 6:3)
Ik heb u uit Egypte gevoerd en Pharao in de Rode Zee verdronken
en gij hebt Mij overgeleverd aan de hogepriesters.
Ik heb voor u de zee geopend
en gij hebt met een lans Mijn zijde geopend
Ik heb om u de koningen der Kanaänieten geslagen
en gij hebt Mij met een rietstok op het hoofd geslagen
Ik heb u een koninklijke scepter gegeven
en gij hebt Mijn hoofd met doornen gekroond.
Wat meer had Ik voor u moeten doen dat Ik niet gedaan heb?
Ik immers heb u geplant als Mijn allerschoonste wijngaard (Jer 2:21)

Deze – en vergelijkbare – gezangen zijn er in het verleden meermaals de oorzaak van geweest dat christenen op Goede Vrijdag erop uit trokken om eens een flink potje huis te houden onder de joden. Die hadden immers Jezus vermoord. Het opnemen van het Beklag Gods in het nieuwe Dienstboek zou de ogen sluiten voor dat historische gegeven, als het al geen daad van anti-semitisme was.

Aanvankelijk meende ik dat de rel ging over een protestants gezang, tot ik er achter kwam dat het ook bij ons katholieken in de kerk werd gezongen en wat ik ervoer op het moment dat ik daar achter kwam, hield het midden tussen ongeloof, het gevoel dat me de ogen werden geopend en het idee dat iemand de lol van het zingen van dit gezang nu grondig had vergald. Al die jaren dat ik het gezang had gekend en gezongen was het namelijk geen moment in me opgekomen dat dit een anti-semitische tekst zou kunnen zijn. En daar waren goede reden voor.

In het citaat hierboven kunt u zien dat God steeds één van Zijn weldaden noemt, gevolgd door een wandaad waarover Hij zich beklaagt. Die weldaden komen uit de heilsgeschiedenis en dus uit de bijbelse geschiedenis van het joodse volk. De verwijten die God maakt, gaan echter lang niet altijd over iets wat joden hebben gedaan. Het waren wel joden die Jezus volgens de passieverhalen overleverden aan de hogepriesters, maar die klap met een rietstok, de doornenkroon en de lansstoot? Dat waren toch echt Romeinse soldaten. En Jezus is – ook voor wie de bijbelverhalen letterlijk neemt – door het Romeinse bevoegd gezag veroordeeld en ter dood gebracht. Het Beklag is dan ook gericht aan de hele mensheid, zo had ik altijd geleerd, en de verwijten in het beklag betroffen een metoniem, gemaakt van bijbels materiaal, voor de zondigheid van die hele mensheid.

Bovendien is het verhaal dat de joden niet schuldig zijn aan Jezus’ dood al net zo oud als de tegenovergestelde bewering. Al in de bijbel zelf tref je daar de theorie van aan en dat idee is nergens zo goed verwoord als in de woorden van Jacob Revius (1586-1658):

T’en sijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verradelijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,

T’en sijn de crijchsluy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:

Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit heb gedaen,
Ick ben den swaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taeye streng daer mee ghy ginct gebonden,

De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaes! om mijne sonden.

Revius was gereformeerd predikant, maar ook bij katholieken wordt zijn gedicht aan de kinderen doorgegeven: het waren niet de joden die het gedaan hebben. Sterker nog: wie de historische daad hadden verricht, was zelfs niet relevant.

En toch. Als morgen de Nederlandse joodse gemeenschap bij het episcopaat zou protesteren tegen het feit dat dergelijk verderfelijk gedachtegoed nog steeds gezongen wordt, dan zouden ze historisch gezien gewoon gelijk hebben. Het Beklag Gods was een anti-semitisch propaganda-gezang. Ik weet niet of de commissie die het Dienstboek destijds heeft samengesteld het Beklag Gods alsnog heeft geschrapt, wel dat het onder protestanten een behoorlijke discussie heeft veroorzaakt met zowel voor- als tegenstanders.

Beide partijen hadden natuurlijk gelijk. Voor joden is het volstrekt vanzelfsprekend dat als God wordt opgevoerd als sprekend over ‘Zijn volk’, alleen maar joden bedoeld kunnen zijn,  zeker tegen het licht van de gebeurtenissen in de afgelopen eeuwen. Voor gewone christenen is het echter ook volkomen normaal om het Beklag Gods los te zien van die tragische gebeurtenissen. Ze zien het niet als een anti-semitische tekst en wat belangrijker is: ze willen het niet zien als anti-semitische tekst. Het heeft voor hen inmiddels een totaal andere lading en betekenis gekregen en voor sommigen zelfs altijd al gehad. Eén die het oorspronkelijk niet had, die ook nooit de bedoeling is geweest, maar die er toch kwam.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis, Religie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Beklag Gods

  1. MNb zegt:

    Ook de niet-antisemitische uitleg komt op mij als atheist als bigot over. Ik ben in 1963 geboren en ik word verantwoordelijk gesteld voor zaken die 2000 jaar of langer geleden gebeurd zijn? Dank u feestelijk. Ik heb het al moeilijk genoeg met mijn eigen talloze fouten. Die van anderen van lang geleden hoef ik er niet bij te hebben. Aan die van mijn tijdgenoten wil ik nog wel proberen iets te doen voor zover het in mijn zeer beperkte macht ligt.
    Aan het idee van collectieve verantwoordelijkheid, dat aan de grondslag ligt van beide interpretaties, heb ik grondig de schurft. Deze tekst geeft daarom goed weer waarom ik geen christen of jood ben.
    Wel waardeer ik het dat u mij dit weer eens goed duidelijk maakt, zelfs al was dat wellicht niet uw bedoeling.

    • Joris zegt:

      Beste MNb, ik kan u meteen geruststellen. Als atheïst wordt u nergens verantwoordelijk voor gesteld. In de tweede uitleg worden met “volk” de christenen bedoeld. Die hebben zich laten dopen om Jezus te volgen, maar laten hem barsten als hun geloof op de proef wordt gesteld en nagelen hem in symbolische zin elk jaar opnieuw aan het kruis.

      Hoi Richard, indringend stuk, ook omdat je je eigen verscheurdheid laat zien, die ik goed kan herkennen. De vraag is natuurlijk hoe zo’n gezang in de liturgie is ingebed. Ik heb het net even nagekeken voor ons orthodoxen. Het blijkt de twaalfde antifoon van de metten van Goede Vrijdag te zijn, die steevast begint met “Aldus spreekt de Heer tot de joden” (Τάδε λέγει Κύριος τοῖς Ἰουδαίοις/ Сия глаголет Господь иудеем). Dat laat helaas weinig ruimte om weg te komen met die tweede, symbolische uitleg. Misschien moeten we dit deel van de dienst gewoon maar saboteren door achterin de kerk een luid “Hava nagila” aan te heffen.

  2. Je ziet het denk ik iets te letterlijk, beste Mark, maar dat komt vaker voor onder atheïsten 🙂
    Het makkelijkste voobeeld om je uit te leggen hoe die ‘collectieve verantwoordlijkheid’ werkt, is de manier waarop sji’ieten Ashura beleven. Je weet wel: in 680 werden de kleinzoon van Mohammed en zijn 72 getrouwen afgeslacht bij Kerbala door soldaten van het bevoegd gezag, de kalief in Damascus. Die tragische gebeurtenis is voor sji’ieten een soort Urtyp van alle onrecht in de wereld geworden. Een spreekwoord onder sji’ieten is dan ook kul yawm Kerbala, ‘elke dag is Kerbala’.
    Zoals sji’ieten menen dat elke dag wel ergens een Hoessein wordt vermoord, zo menen christenen dat we elke dag wel op enigerlei wijze Jezus aan het kruishout slaan. Niet letterlijk dus, maar wel letterlijk genoeg.

    Joris, dank! Ik wist dat het Beklag Gods ook bij de orthodoxen voorkwam, maar uiteraard niet precies hoe en waar. Hava Nagila hava is denk ik niet nodig. Het Beklag Gods was oorspronkelijk inderdaad – en je kunt erop vertrouwen dat de orthodoxen al die oude formuleringen gewoon hebben bewaard – een anti-semitisch gezang dat geen andere bedoeling had dan de joden de schuld te geven. Mijn punt was nu juist dat ondanks de intenties van de oorspronkelijke bedenkers, die symbolische interpretatie wel mogelijk is. Het enige wat je hoeft te doen is die inleidende zin te schrappen en het gezang vervolgens een eeuw of wat laten zingen in de kerk met de ‘juiste’ uitleg erbij.
    Teksten, gewoontes en tradities hebben nu eenmaal die onhebbelijke hebbelijkheid om andere betekenissen te verwerven. Betekenissen die ze oorspronkelijk niet hadden, die ook nooit de bedoeling waren, maar die er tóch kwamen.

    • Joris zegt:

      “Het enige wat je hoeft te doen…” Je vergeet dat we orthodoxen zijn. 🙂 Het is makkelijker om de voltallige Romeinse curie de Hadj te laten maken dan om de orthodoxen een paar woorden te laten schrappen.

  3. Pingback: Zo, en nu Zwarte Piet | Apoftegma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s