Prutsers

‘God schiep de wereld en de Nederlanders schiepen Nederland’. Met dit gezegde wordt wel de lof gestoken van de Nederlanders, die in staat waren om land te veroveren op het water. Nu zijn de prestaties van al die ingenieurs tussen Leeghwater en Lely natuurlijk best indrukwekkend. Het is geen kleinigheid om een meer of zelfs een stuk zee droog te leggen. Maar het gezegde gaat voorbij aan het feit dat God wel degelijk eerst Nederland geschapen heeft en dat de Nederlanders het daarna eerst danig hebben verprutst. Pas toen dat was gebeurd, vonden ze uit hoe ze de puinhoop die ze ervan hadden gemaakt weer moesten rechtbreien.

De oorzaak van alle ellende lag in de hoge middeleeuwen, toen het westen van Nederland in cultuur werd gebracht en wat tot dan toe woestenij was geweest, ineens landbouwproducten begon op te brengen. De nieuw ontgonnen gronden bestonden uit zompig veen: organisch en dus vruchtbaar materiaal dat echter één hinderlijke eigenschap heeft: als veen uitdroogt, verdwijnt het. En laat het voor de landbouw nu net nodig zijn om van dat zompige veen in ieder geval de bovenlaag te ontwateren…

Overal in het Hollandse veengebied begon het maaiveld daarom langzaam maar zeker te dalen. Dat ging door totdat al die landbouwgrond zo laag kwam te liggen dat de ontwatering niet meer vanzelf ging en waterbeheer een noodzaak werd. Uiteindelijk kwam het maaiveld zo laag te liggen, dat dat waterbeheer te lastig, en landbouw dus onmogelijk werd. Daarom bestaat het westen van Nederland voornamelijk uit weide en vindt er nu vooral veeteelt plaats. Ooit waren het akkers met wuivend graan.

De gestegen landbouwopbrengsten maakten ondertussen een flinke bevolkingsgroei mogelijk en zo konden steden ontstaan. De stedelingen hadden onder andere grote behoefte aan warmte en bier. Bier is een slimme manier om water – een levensgevaarlijke drank – drinkbaar en houdbaar te maken en steden hadden dus grote hoeveelheden bier nodig. Voor bier moet je water koken en daarvoor is brandstof nodig, net als voor de warmte in huis.

Omdat de bossen in Nederland al lang op waren, kwam het veen in beeld: daar kun je turf van maken. Veen dat toch niet meer voor de landbouw gebruikt kon worden, omdat het aan of onder grondwater lag, werd afgegraven en als turf verhandeld. Zo onstonden eerst brede sloten, toen kleine meertjes en daarna grotere plassen. De uitvinding van de baggerbeugel maakte het mogelijk om vanaf een boot echt alle veen weg te graven tot op een zeekleilaag die vrijwel overal in west Nederland op ongeveer vier meter onder zeeniveau ligt.

GatenkaasNHOp een gegeven moment was er zelfs geen turfwinning meer nodig om die plassen te laten groeien. Als het wateroppervlak groot genoeg was, kon een plas zich bij storm uitbreiden door afkalving. Kleinere plassen groeiden zo aan elkaar en werden halve binnenzeeën, die nog harder afkalfden. West Nederland werd een gatenkaas, zoals op de zestiende eeuwse kaart van Noord-Holland hiernaast goed te zien is. Toen de afkalving stedelijk gebied begon te bedreigen, hadden de Hollanders geen andere keuze meer dan droogleggen. Het was – letterlijk – pompen of verzuipen. En daar hebben deze prutsers de reputatie aan te danken dat ze Nederland zelf geschapen hebben.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Prutsers

  1. henktjong zegt:

    Ik vind het een zwak om met hindsight onze voorouders als prutsers te beschouwen. Het waren hoogstens amateurs zonder TH opleiding die niet konden voorzien wat hun op het eerste gezicht slimme beslissingen op de duur konden uitrichten. Dat ze niet bij de pakken neer zaten toen het nodig was toont aan dat deze amateurs niet gek of dom waren, maar gewoon deden wat gedaan moest worden. Dit stukje is een typerend voorbeeld van een verouderde soort historiografie.

    • Ook destijds werd het al snel duidelijk dat men aan het prutsen was. De waterhuishoudkundige problemen die men zelf veroorzaakte door de maaivelddaling werden goed begrepen en op een andere manier opgelost dan te stoppen met de ingrepen die de oorzaak waren. Geen kwestie van domheid, beslist niet, maar van gaan voor waar je geld mee verdient op korte termijn in plaats van voorkomen op de lange termijn.
      De wetten en regels uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd die het baggeren aan banden moesten leggen zijn legio. Men wist dus heel goed dat het aanleggen van gatenkaas uiteindelijk niet goed af kon lopen. Maar ook hier gold: je verdiende er op korte termijn geld mee en de problemen kwamen pas op de langere termijn.
      Heel veel verschil met hoe de discussie over milieu nu verloopt was er dan ook niet. Middeleeuwers: soms zijn het net mensen…

  2. MNb zegt:

    “het feit dat God wel degelijk eerst Nederland geschapen heeft ”
    Dat is nogal twijfelachtig, maar dat de bewoners van het latere Nederland het in de Hoge Middeleeuwen verprutst hebben klopt als een bus. Mijn voorouders – West-Friezen – hebben hun onafhankelijkheid er door verloren.

    “Bier is een slimme manier …..”
    Ik heb net Ken Follett’s The End of the World uit en hij maakt daar nogal een punt van.

    “Het was – letterlijk – pompen of verzuipen.”
    Dat doet me denken aan de 12, 13 jaar dat ik in Zaandam woonde. Zakt het grondwater, dan verzakt de halve Zaanstreek. Stijgt het grondwater dan komt het water uit je benedentoilet (letterlijk).

    Misschien is het een troost dat die Middeleeuwse en Vroeg-moderne prutsers niet de eerste prutsers waren:

    http://www.livius.org/ga-gh/germania/inferior10.html#ontginning

  3. henktjong zegt:

    Ik zie het verband niet zo. Westfriezen die hun onafhankelijkheid verloren? Niemand was (en is) onafhankelijk en je kunt op je vingers natellen dat als je je in de middeleeuwen verzet tegen je heer dat je geweld terug kunt verwachten. Hoewel hedendaagse waterstaatkundige problemen voor een klein deel op middeleeuwse beslissingen kunnen gegooid worden, kun je je voorouders er niet van betichten dat ze die genomen hebben om hun nageslacht te pesten; dat is te kinderachtig. En om met de romanschrijver Ken Follett te schermen als bewijs voor een grote bierconsumptie gedurende een deel van de middeleeuwen is nogal bedenkelijk.

  4. Pingback: Drijvend veen | Mainzer Beobachter

  5. Pingback: Drijvend veen | Mainzer Beobachter

  6. Pingback: Met stip op één | Apoftegma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s