Apoftegmata

Pishoi_Jn-ShortAls je je blog Apoftegma noemt, dan ben je natuurlijk wel verplicht er eens een paar te lezen. Gelukkig kan dat. Er bestaan goede Nederlandse vertalingen van de verzamelingen apoftegmata die christelijke ‘woestijnvaders’ in de late Oudheid verzameld hebben, Afgelopen week heb ik lezen van het deel van de ‘Vaderspreuken’ beeindigd, waarin apoftegmata bijeengebracht zijn die veelal niet aan een bekend persoon toegeschreven worden, de zogenaamde ‘Anonyma’.

Het zijn korte verhaaltjes en spreuken die zijn geschreven voor en door monnikken en kluizenaars die er een wel zeer ascetische levenswijze op na hielden.

Wanneer uw ziel bekoord wordt om velerlei spijzen te eten, houd haar dan kort, zelfs wat betreft het brood, dan zal zij u bidden en smeken om zich ten minste met brood te mogen verzadigen.

Men verhaalde van een grijsaard: Eens had hij geweldige trek in een vijgje. Hij haalde er een en hing het voor zijn ogen op. Hij liet zich echter niet door zijn lust overmeesteren. Door zichzelf te temmen, boette hij ervoor dat hij er zoveel trek in had.

Die ascese gaat samen met een voor ons gevoel magische visie op de wereld waarin de monnik of de kluizenaar niet alleen oog in oog kan komen te staan met de duivel of met boze geesten, maar ook met een incognito Christus.

Een grijsaard ging uit om zijn mandjes te verkopen. De duivel ontmoette hem en maakte ze ineens onzichtbaar. De grijsaard echter nam zijn toevlucht tot het gebed en zei: “Ik dank u, God, dat U mij van een beproeving bevrijd hebt.” De duivel kon deze monnikenwijsheid van de grijsaard niet verdragen. Hij begon luidkeels te schreewen: “Hier heb je je mandjes terug, lelijke oude!” En de grijsaard nam ze op en ging ze verkopen.

Aan een van de broeders verscheen de duivel in de gedaante van een engel van het licht en hij sprak tot hem: “Ik ben Gabriël en ik werd tot u gezonden.” Maar hij zei hem: “Kijk eens na of u niet naar iemand anders gezonden bent, want ik ben zoiets niet waardig.” En onmiddellijk was hij verdwenen.

Het viel mij op dat tussen al die magie ook verhalen zaten die getuigden van een verrassend inzicht in de mens. De nu volgende opmerking over een actueel thema had ik niet verwacht in een verzameling uit de late Oudheid.

Waar wijn en kinderen zijn, is satan niet meer nodig.

Eén opvallend kenmerk is de visie op de psyche van de mens. Herhaaldelijk wordt er in de apoftegmata gesproken over de gedachten van een mens als diens tegenstander. Kluizenaars gaan regelmatig in discussie met hun eigen gedachten. Vaak zijn die gedachten ingegeven door de duivel of boze geesten, maar even vaak zijn het zelfstandige gedachten die hun oorzaak niet vinden in ‘de tegenstander’ maar gewoon op zichzelf staan. The mind is a rebel, is een oud idee.

Een jongeman trachtte aan de wereld te verzaken, maar telkens als hij wilde heengaan, brachten zijn gedachten hem in verwarring door hem in allerlei zaken te verwikkelen, want hij was rijk. Op zekere dag, toen hij weer wilde heengaan, belegerden zij hem en wekten wolken stof op, om hem opnieuw in verwarring te brengen. Maar onmiddellijk kleedde hij zich uit, wierp zijn kleren weg en rende naakt naar de kluizen. De Heer nu openbaarde aan een grijsaard: “Sta op en verwelkom mijn atleet.” En de grijsaard stond op, begroette hem en, na de zaak vernomen te hebben, gaf hij zijn bewondering voor hem te kennen en legde hem het monnikskleed op. En wanneer men bij de grijsaard kwam om hem vragen te stellen over allerlei gedachten, gaf hij zelf antwoord, maar als het over wereldverzaking ging, zei hij: “Vraag daar de broeder over.”

Een ander opvallend kenmerk vond ik de vrijwel permanente nadruk op nederigheid en bescheidenheid. Heeft een monnik eenmaal een grote mate van ascese bereikt, dan moet hij zich vooral hoeden om daar trots, of zelfs maar tevreden over te zijn. Erger nog: iedere gedachte van tevredenheid over het eigen geestelijk leven is een bedreiging voor het zielenheil van de monnik.

Een grijsaard zei: Wie de monnik prijst, levert hem uit aan de satan.

Op het ogenblik dat een heilig man op sterven lag, kwam Satan bij hem staan en zei: “U bent het, die mij verdreven hebt.” En de grijsaard antwoordde: “Dat weet ik nu nog niet.”

Nauw verwant daaraan is het idee dat de monnik zich voortdurend dient voor te houden dat hij slechter is dan zelfs de slechtste medemens.

Een heilig man zag een ander zondigen. Hij begon te wenen en zei: “Hij vandaag, ik vast en zeker morgen.”

Dat op het eerste gezicht masochistisch aandoende idee zorgt er echter wel voor dat monniken en kluizenaars nimmer over elkaar mogen oordelen.

Een heilige vernam dat een broeder in ontucht was gevallen en hij zei: “Ach, wat een rampzalige daad!” Enkele dagen later overleed de broeder en een engel van God kwam met de ziel van de broeder bij de grijsaard en zei: “Ziet u, over wie u een oordeel velde, is overleden. Waar raadt u me aan hem naartoe te brengen, naar het Koninkrijk of naar de strafplaats?” En de grijsaard bleef tot zijn dood God om vergiffenis smeken, zijn daad bewenend en zwaar ervoor boetend.

En met alle ascese blijkt er ook ruimte te zijn voor relativering of praktische beperkingen.

Wanneer u iemand een bezoek brengt, laat hem dan niet merken wat uw levenswijze is door te zeggen: “Ik gebruik geen olie of geen gekookte spijzen of geen vis.” Verbreek alleen uw onthouding van wijn niet als u daarvan strijd vreest, en als sommigen u dat kwalijk nemen, trek u er niets van aan.

De grijsaards zeiden: Als u zou zien dat een jongeman ten hemel zou varen, maar uit eigen wil, grijp hem bij zijn voet en trek hem omlaag, want daarmee zal hij gebaat zijn.

De apoftegmata bieden ongetwijfeld geen accurate indruk van het leven van vroegchristelijke monniken en kluizenaars, ze werden immers overgeleverd om een ideaal over te brengen, niet om de dagelijks praktijk te documenteren. Toch is het verrassend om die oude woestijnasceten – blauwdrukken van wereldvreemdheid – af en toe dingen te horen zeggen die direct uit het moderne leven gegrepen lijken te zijn of juist getuigen van een bijzonder helder inzicht in de mens.

(de vertalingen van bovenstaande apophtegmata zijn genomen uit: Wagenaar, C. (ocso) 1990. Vaderspreuken, Anonyma. Monastieke Cahiers 12-13, Abdij Bethlehem, Bonheiden.)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Religie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Apoftegmata

  1. mnb0 zegt:

    Dit

    “het idee dat de monnik zich voortdurend dient voor te houden dat hij slechter is dan zelfs de slechtste medemens”
    mits ontdaan van zijn overdrijving is inderdaad een zinnig en paradoxaal idee. Men kan slechts proberen een goed mens te zijn door zichzelf voor te houden niets beter te zijn dan een ander.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s