Cum Laude

Albert-Einstein-PortraitAfgelopen week had ik reden om me eens te verdiepen in de examenreglementen van een bachelor-opleiding aan een Nederlandse universiteit, die ik verder niet met name zal noemen. Mijn interesse gold enkele tentamenregelingen, maar op een gegeven moment viel mijn oog op de regels die bepaalden hoe je tegenwoordig cum laude kunt afstuderen.

Als achtergrondinformatie is het wellicht goed eerst uit te leggen hoe deze opleiding gestructureerd is. Elk van de drie bachelor-jaren is opgedeeld in twee semesters die weer zijn verdeeld in drie blokken. De eerste twee blokken duren acht weken, het derde blok vier weken. In de eerste twee blokken worden twee vakken tegelijk bestudeerd, in het derde blok één vak. De langere blokken één en twee zijn gesplitst in twee periodes van elk drie weken colleges en één week tentamens. De eerste periode eindigt met een midterm tentamen en de tweede met een endterm tentamen.

In totaal komen per jaar dus tien vakken aan de orde met tien endterm tentamens en acht midterm tentamens. Aan het eind van je drie jaar bachelor heb je zesenveertig tentamens afgelegd in dertig vakken. Dat is ruw geschat, want enkele tentamens worden vervangen door bijvoorbeeld schrijfopdrachten of door het schrijven van je bachelorscriptie.

Na het tweede blok van het jaar valt de kerstvakantie en na het vierde blok -het eerste van het tweede semester – de paasvakantie. De acht tentamens van de eerste vier vakken van het jaar vallen daardoor precies in een cyclus van 28 dagen en dat geldt ook voor de vijf tentamens van de volgende drie vakken en de vijf tentamens van de laatste drie vakken van het jaar.

Ik heb de hoeveelheid materiaal gezien die studenten in porties van drie weken moeten bestuderen en dat is geen kleinigheid: honderden pagina’s wiskunde, statistiek en filosofie uit nog veel dikkere – vrijwel altijd in de VS uitgegeven – studieboeken. Daar komen dan nog de benodigde syllabi en handouts bij. Het tempo en de informatiedichtheid liggen enorm hoog. Voor het volgen van sommige vakken is het bovendien noodzakelijk dat je eerst het tentamen van een ander vak hebt gehaald. Zo kan het voorkomen dat je ineens twee vakken in een blok niet mag volgen omdat je in het jaar daarvoor één vak nog niet gehaald hebt. Voor je het weet snowballt je bachelorstudie zijn vierde jaar in.

In deze omgeving zou een middelmatig student als Einstein nooit goed gedijen en tegen deze achtergrond las ik dan ook de eisen waaraan een student tegenwoordig moet voldoen om cum laude, ‘met lof’ af te studeren.

Aan het bachelordiploma wordt de beoordeling cum laude toegekend, indien:
– het gewogen gemiddelde van alle op de cijferlijst vermelde studieonderdelen ten minste 8 is;
– het cijfer voor de bachelorscriptie ten minste 8 bedraagt;
– er in geen enkel vak een hertentamen is afgelegd;
– er voor maximaal 30 studiepunten (van de 180)  aan vrijstelling is verleend.

Niet alleen de afgestudeerde zelf, maar ook potentiële werkgevers zullen ervan overtuigd zijn dat het predicaat cum laude het resultaat is van hard werken en wellicht ook een teken van een briljante geest. Dat is op zichzelf niet onjuist, maar wie de regels even op zich laat inwerken, zal al snel zien dat cum laude ook het gevolg is van stom geluk.

Je tentamens moet je – om hertentamens te voorkomen – allemaal in één keer halen. Een tentamen missen kan in theorie wel, maar alleen als je je op tijd afmeldt, gepland dus. Dat wil zeggen dat je niet plotseling ziek moet worden, geen ongeluk moet krijgen, niet vast moet komen te zitten in het openbaar vervoer, geen lekke band moet krijgen, geen sterfgeval in je familie- en vriendenkring kunt hebben, de dag tevoren niks verkeerds gegeten moet hebben, je niet moet laten afleiden door ongelukken onderweg waar je wellicht eerste hulp zou kunnen – of moeten – verlenen, je niet moet laten beroven en dat alles een keer of zesenveertig in drie jaar.

Wil je je tentamens een beetje goed halen, dan zul je niet alleen goed moeten studeren. Je kunt er ook maar beter voor zorgen dat je niet ongesteld bent (vandaar die cyclus van 28 dagen), geen ADHD hebt, niet dyslectisch bent of visueel gehandicapt en niet spastisch. Die aandoeningen leveren je namelijk maar maximaal een half uur extra tentamentijd op, behalve ongesteld zijn dan.  Je kunt beter niet opgezadeld zijn met tokkie-buren, stalkers, geldzorgen, ernstig zieke familileden, relatieproblemen of andere familieruzies, of andere dingen die in een (studenten) leven nog wel eens belangrijker willen zijn dan studeren. En dan heb ik het nog niet over het enorme verschil dat een goede docent kan maken.

Wie cum laude afstudeert heeft die kwalificatie natuurlijk ook verdiend. Maar daarbij heeft de student in kwestie vooral enorm geluk gehad. Cum gaudio et gratia zou dan ook een betere en eerlijker omschrijving zijn: ‘met vreugde en met dankbaarheid’.

De leden van de examencommissie hebben hun reglement merkbaar opgesteld vanuit de overtuiging dat persoonlijk succes vooral een kwestie is van persoonlijke inspanning en verantwoordelijkheid. Dat is een – in essentie – religieuze overtuiging, in de zin dat feiten minder belangrijk zijn en er vooral een politieke of persoonlijke wens uit spreekt over hoe de werkelijkheid in elkaar zit, of zou moeten zitten.

Er zijn best veel alternatieven voor dat idee – overigens allemaal even religieus –  en dat is helemaal niet erg. Maar ik denk niet dat het een wenselijke ontwikkeling is wanneer de voorstanders van het cum laude voorstanders van bijvoorbeeld cum gaudio et gratiaactief gaan ontmoedigen.

Naschrift: vandaag kwam ik er achter dat ik in de opsomming hierboven nog iets vergeten ben: je kunt ook maar beter niet orthodox joods zijn. Voornoemde opleiding organiseert tentamens op vrijdagavond waarvan de eindtijd het begin van de sabbat ruim overschrijdt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving, Wetenschap en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Cum Laude

  1. mnb0 zegt:

    “In deze omgeving zou een middelmatig student als Einstein nooit goed gedijen”
    Dat is een sprookje. Einstein blonk op de middelbare school al uit in wis- en natuurkunde. Van Wikipedia:

    “In 1895 deed Einstein, hoewel hij er eigenlijk twee jaar te jong voor was, met speciale toestemming toelatingsexamen voor de ETH, de Eidgenössische Technische Hochschule (de technische universiteit van Zürich). Hij presteerde goed in de bètavakken, maar zakte op Frans en Geschiedenis.”

    Ook op de Technische Universiteit van Zürich deed het ondanks weerspannigheid prima.

  2. Goed in wiskunde en slecht in talen, zoiets had ik ook begrepen. Dat het probleem op de universiteit weerspannigheid was, wist ik niet, maar ik meen wel te weten dat zijn cijfers ook niet bijster imposant waren, en dat hij zijn carriere startte op het kantoor van een verzekeringsmaatschappij.
    Misschien had ik ‘middelmatig’ toch even tussen aanhalingstekens moeten zetten, want Einstein was natuurlijk briljant, alleen niet op de manier die – kennelijk destijds ook al – van studenten werd verwacht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s