Extra ecclesiam

S17-1Wetenschapsfilosoof Maarten Boudry vraagt in de Belgische krant De Morgen van 13 september aan gematigde moslims voortaan geen beroep meer te doen op de koran wanneer ze hun afkeuring van gewelddadige geloofsgenoten willen onderbouwen. Hij richt zelfs een ‘smeekbede’ tot hen, omdat ze op die manier het uitgangspunt delen van hen die ze bestrijden.

U speelt niet alleen op het schaakbord van de jihadi’s, met hun spelregels, het is alsof u zichzelf drie pionnen toebedeelt en uw tegenstander tien koninginnen.

Bij elk dispuut halen fundamentalisten immers het boek boven dat u beiden eerbiedigt als goddelijke autoriteit, en weten zij de beste papieren voor te leggen.

Aldus Boudry. Het is een iets vriendelijker formulering van een oud thema: de koran als islamitische Mein Kampf, waarin ondubbelzinnig en tot in detail alle gruwelijkheden zouden zijn voorgeschreven die moslimzeloten overal ter wereld plegen. Wie met behulp van datzelfde boek anderen tot vreedzaam gedrag wil aanzetten, faalt natuurlijk al bij voorbaat. Dat idee is het gevolg van een denkfout waar atheïsten en andere seculieren de laatste tijd steeds vaker met een forse klap in tuinen: ze luisteren alleen naar fundamentalisten.

Die lezen heilige teksten namelijk letterlijk – ‘wat er stáát’ – en dat is makkelijk te volgen. Ze beroven de teksten doorgaans ook van hun context, of voorzien ze van een totaal nieuwe. Seculieren zijn van die context vaak in het geheel niet op de hoogte en gaan dus maar af op wat ze verteld wordt. Het verhaal van de fundamentalist is ook goed verifieerbaar aan de hand van die bronnen die eenvoudig toegankelijk zijn voor de absolute, en dus ook de seculiere leek. Beide groepen hebben – met andere woorden – geen kaas gegeten van exegese en theologie en de veel ingewikkelder verhalen van gediplomeerde exegeten en theologen kunnen ze maar nauwelijks volgen. Boudry hoort bij de groeiende groep seculieren die slechts één interpretatie van de heilige schrift aanzien voor wat er in diezelfde schrift ook echt ‘stáát’.

Een voorbeeld is Boudry’s bewering als zouden vreedzame verzen uit de koran (‘er is geen dwang in de religie’ [2:256] en ‘wie één mens redt, redt de mensheid’ [5:32]) zijn ‘afgeschaft’ door andere verzen (in dat verband wordt veelal verwezen naar het ‘zwaardvers’ [9:5]). Die afschaffingsprocedure zou in de koran zelf beschreven staan, maar dat is een idee dat pas drie eeuwen na de koran is geformuleerd. Wie het ‘afschaffingsvers’ (2:106) leest met dit later uitgevonden idee al in zijn hoofd, is licht geneigd hinein zu interpretieren, maar noodzakelijk is dat niet. Het betreffende vers wordt bijvoorbeeld ook wel gelezen als betrekking hebbend op slechts één enkel incident, of als een verwijzing naar ‘tekenen’ in plaats van ‘verzen’ in de koran (het Arabische woord betekent beide).

Boudry’s bewering kan – zelfs met behoud van het idee ‘afschaffing’ – volledig worden omgedraaid. De door hem aangehaalde vreedzame verzen worden door moslimtheologen ook wel gezien als voorschriften die verzen met een meer gewelddadige inhoud afschaffen. De exegetische methode die daar achter zit, gaat niet zozeer uit van wat er staat als openbaringsbron, maar van waarom het er staat.

Er bestaan ook exegetische methoden waarmee kan worden aangetoond dat verzen die over hetzelfde onderwerp lijken te gaan – en die dus linksom of rechtsom een geval van afschaffing zouden inhouden – feitelijk niets met elkaar te maken hebben, omdat ze over verschillende onderwerpen gaan, betrekking hebben op verschillende omstandigheden of gericht zijn aan verschillende toehoorders. Die methode is meermaals uitgevonden: rabbijnen kennen hem ook.

Boudry kent al dat eenvoudige exegetische handwerk niet. Hij ziet dat slechts aan voor ‘wegverklaren’ en ‘rationaliseren’. Een vorm van oneerlijkheid dus, of op zijn best zelfbedrog. Zo zonder enig denkgereedschap moet je toch wat als je wilt aantonen dat dat boek maar bar en boos is en de wetenschapsfilosoof bedient zich dan maar van imposant klinkende cijfers.

Niettemin wordt de eeuwige foltering voor ongelovigen meer dan 120 keer herhaald in het boek waaraan u lippendienst bewijst

92 van de 114 soera’s handelen erover

Datzelfde boek (…) wijdt 164 verzen aan de jihad, de heilige strijd tegen niet-moslims

Honderdtwintig keer folteringen voor ongelovigen, hon-derd-twin-tig keer! Je zou ervan schikken, tot je je realiseert dat we op 6236 verzen in totaal spreken over 1,9% van de koran, een bescheiden Donald Duckje, zeg maar.

Over diezelfde folteringen zouden 92 soera’s van de 114 handelen, maar het is de vraag of Boudry wel weet waar hij het over heeft. Er is maar één soera in de koran die ‘ergens over gaat’: de twaalfde, waarin het verhaal uit het bijbelboek Genesis over Joseph and the technicolour dreamcoat wordt herverteld. Daarnaast zijn er enkele ultrakorte soera’s die veelal uit een soort gebedsteksten bestaan. Alle andere soera’s zijn een aaneenrijging van wijd uiteenlopende onderwerpen die noch thematisch, noch chronologisch geordend zijn, waarbij van de hak op de tak gesprongen wordt en waar leken – en trouwens ook behoorlijk wat moslims –  het spoor al heel erg snel bijster zijn. Soera’s dus waar je onmogelijk van kunt zeggen dat ze ‘over een bepaald onderwerp gaan’.

Volgens mijn concordantie – alweer zo’n exegetisch basisgereedschap dat je in je eerste jaar leert kennen – komt de stam jhd in de hele koran zo’n 41 keer voor – niet 164 – en die dekken niet allemaal het veel misbruikte begrip jihad. Van die stam zijn ook woorden als ‘inspanning’  en ‘sterkste’ afgeleid. Boudry meldt bij het begrip jihad nog even voor de duidelijkheid de betekenis: ‘de heilige strijd tegen niet-moslims’, maar die betekenis is pas in de loop van de dertiende eeuw ontstaan, dankzij de Mongolen. Wederom: wie deze verzen leest door de bril die in die tijd is ontstaan, is licht geneigd hinein zu interpretieren, maar noodzakelijk is dat niet.

Boudry beheerst de theologie en exegese niet, is niet op de hoogte van de historische context waarbinnen de jihadistische korenexegese is ontstaan en beschikt over een slechts beperkt inzicht in de beschijvende statistiek. Toch durft hij in zijn smeekbede te stellen dat de vreedzame ideeën die veel moslims ontegenzeggelijk hebben, niet voortvloeien uit begrip van hun heilige schrift.

Maar vergis u niet: die verheven morele principes hebt u niet aan de Koran of eender welk ander heilig boek ontleend. Die komen van u. Dat is de stem van uw geweten, de vrucht van morele vooruitgang.

Afgezien van de vraag waar die morele vooruitgang (welke trouwens?) dan vandaan komt, wordt ook hier een denkfout gedebiteerd waar seculieren zich regelmatig aan bezondigen: (mede)menselijkheid kan niet voortvloeien uit religie of een heilige schrift, maar is slechts te vinden in een visie of overtuiging die in wezen seculier is. Extra ecclesiam nulla salus, waar heb ik dat eerder gehoord?

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Koran, Religie, Samenleving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Extra ecclesiam

  1. Volgens mij is Boudry’s boodschap dat de gelovigen eens moeten ophouden heilige boeken te volgen, zélf moeten nadenken en hun geweten moeten volgen. Je opmerkingen over zijn literalisme zijn terecht, maar het is volgens mij bijzaak in het betoog.

  2. mnb0 zegt:

    Allereerst maak ik enig bezwaar tegen uw gebruik van het woord seculier. Die verwijst voor mij naar scheiding van religie en staat. Die is in Nederland vrijwel onomstreden en daaruit volgt dat de overgrote meerderheid der gelovigen in Nederland seculier zijn. Een betere term ware niet-gelovigen geweest. Zo zal ik het op deze pagina verder ook opvatten.

    “ze luisteren alleen naar fundamentalisten.”
    Aangezien u geen onderbouwing geeft kan ik met evenveel recht het omgekeerde beweren – liberale gelovigen (niet politiek opgevat, maar als tegenstelling tot de fundamentalisten, dwz. zij die niet-letterlijke interpretaties aanvaarden) nemen bij voorbaat aan dat niet-gelovige critici de heilige boeken even letterlijk opvatten als die fundamentalisten. Dit is gestoeld op eigen ervaring; nog een paar maanden geleden beweerde op Jona’s blog een zelfbenoemde liberale christen bij voorbaat dat ik dat doe. Dat is een vorm van poisoning the well en ik vertik het dan ook om een dergelijke bigot – hoe liberaal hij zichzelf ook vindt – te corrigeren. Ik mag hopen dat u zich niet aan dezelfde bigotterie schuldig zult maken.

    “Seculieren zijn van die context vaak in het geheel niet op de hoogte.”
    De remedie is heel eenvoudig: vraag de gesprekspartner naar die context. Daar kreeg ik in bovengenoemd geval de kans niet voor.
    De fout is dan ook een andere. Er zijn nu eenmaal gelovigen die hun Heilige Boek letterlijk uitleggen. Zij zijn voor seculieren zittende eenden en gevonden vreten. Wat niet-gelovigen duidelijk moeten maken is waarom ook metaforische interpretaties vanuit niet-gelovig oogpunt verwerpelijk zijn in de 21e eeuw. Dat is wel mogelijk. De christelijke verzoeningsleer deugt mi volstrekt niet. Ik was 13 of 14 toen ik er kennis mee maakte – twee studenten van Youth for Christ legden haar uit – en was voor altijd verloren.
    De Islam spreekt mij dan ook meer aan. De moslim mag nog zo vroom zijn geweest, zijn/haar goede daden worden toch afgewogen tegen zijn/haar slechte daden. Het breekpunt zit dan ook in de vraag wat hier als goed en wat als slecht wordt aangemerkt. Daarover kunnen geen twee moslims het eens worden, laat staan ik met hen.

    “Een vorm van oneerlijkheid”
    En wat dan nog? Waarom zou een niet-gelovige als ik zich daar druk om moeten maken? Dat is net zo stompzinnig als een gelovige die mij komt vertellen waarom mijn atheïstische opvattingen een vorm van oneerlijkheid zouden zijn. Er is pas sprake van oneerlijkheid als je iets claimt (bv. wetenschappelijke bevindingen accepteren) en het tegenovergestelde doet (bv. de evolutietheorie verwerpen).

    “de jihad, de heilige strijd tegen niet-moslims”
    Toen ik een broer van mijn ex – tegenwoordig de aangetrouwde oom van mijn vriendin – naar de jihad vroeg werd hij een beetje verlegen. Vervolgens legde hij uit dat hij de jihad opvatte als een strijd tegen het innerlijk kwaad. Ik ben die uitleg later nog vaker tegengekomen.

    “Boudry beheerst de theologie en exegese niet”
    Ik ook niet en ik heb er ook geen behoefte aan. Daarom vraag ik de gelovige er eenvoudig naar. De vraag of (mede)menselijkheid voortvloeit uit een Heilig Boek vind ik dan ook alleen interessant als een gelovige beweert dat (mede)menselijkheid alleen uit god kan voortvloeien.

    • “enig bezwaar tegen uw gebruik van het woord seculier”
      Ja, en beslist niet ten onrechte. Ik was op zoek naar een woord waarmee ik de groep mensen kon aanduiden die niet atheistisch waren – dat is een positieve overtuiging – maar die toch niets met geloof hebben. Die laatste groep omvat niet-gelovigen – eveneens een positieve overtuiging – maar ook mensen die er eenvoudigweg nooit mee in aanraking zijn gekomen. Dat laatste betreft geen positieve overtuiging, maar een eenvoudige afwezigheid (ik tracht hier het woord ‘gebrek’ nadrukkelijk te vermijden).

      “nemen bij voorbaat aan dat niet-gelovige critici de heilige boeken even letterlijk opvatten”
      Ik denk niet dat hier sprake is van een vooroordeel, in die zin dat mijn constatering wel degelijk is gebaseerd op ervaring, net als de uwe trouwens.
      Wat natuurlijk beslist wél waar is: niet alle atheisten/seculieren (of hoe je ze ook noemt) zijn altijd zo. Mijn ervaring is echter dat de meer genuanceerde lieden in de minderheid zijn, en bovendien lang niet zoveel lawaai maken.

      “Wat niet-gelovigen duidelijk moeten maken is waarom ook metaforische interpretaties vanuit niet-gelovig oogpunt verwerpelijk zijn in de 21e eeuw”
      Dat vind ik een hele aardige. Zo’n niet-gelovige ben ik nog nooit tegengekomen trouwens, maar het lijkt me een verfrissende ervaring. Overigens is ‘metafoor’ beslist niet het enige alternatief voor ‘letterlijk’, er zijn legio mogelijkheden als je eenmaal aan dat vakgebied begint…

      “En wat dan nog? Waarom zou een niet-gelovige als ik zich daar druk om moeten maken”
      Ik denk dat je hier iets mist. Mijn punt was dat Boudry ongeveer zoiets beweert. Tijdens het schrijven overwoog ik hier een link te plaatsen naar mijn eerdere post over wat een fundamentalist precies is. Daarin stip ik even aan dat deze uiteindelijk geen andere keus heeft dan madness or malice aan te nemen bij hen die het niet met hem eens zijn. Uiteindelijk vond ik dat Boudry niet expliciet genoeg was geweest om hem exact hetzelfde in de schoenen te schuiven en koos ik voor deze formulering (oneerlijk/zelfbedrog), dat er op lijkt, maar niet hetzelfde is.

      “De vraag of (mede)menselijkheid voortvloeit uit een Heilig Boek”
      Sinds ik bovenstaande post schreef, houdt die vraag me ook bezig. Ik weet vrij zeker dat het niet zo simpel is als Boudry stelt, maar heb ook mijn twijfels of het omgekeerde wel klopt en vermoed een ingewikkeld proces waarin de Schrift voor sommigen onmisbaar is, of als zodanig ervaren wordt. Maar dat is een ingewikkelde kwestie, waar denk ik een blogpost niet voldoende ruimte voor biedt.
      Ik broed nog even door…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s