Lidwoord

Samaritan-Woman-at-Well-Catacomb-RomeNiemand minder dan markies Jose María Escrivá de Balaguer y Albas heeft ooit de stelling verdedigd dat Jezus bij leven nooit met vrouwen sprak en aldus een navolgenswaardig voorbeeld had gegeven voor vrome christenen (M, niet V). Dat Jezus op bijna iedere pagina van het evangelie wel een paar woorden wisselt met een vrouw, is de – inmiddels heilig verklaarde – markies kennelijk nooit opgevallen.

Tsja, katholieken hè? Die lezen de bijbel niet. Althans, dat zou je denken, maar er blijkt in de bijbel wel degelijk steun voor dit standpunt te vinden. Het gaat om een passage in het evangelie van Johannes (4: 7-27, Willibrordvertaling, ingekort weergegeven):

Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. Jezus hernam: (…) (er volgt een uitgebreide discussie van theologische aard) Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Het verwonderde hen dat Hij in gesprek was met een vrouw. Toch vroeg geen van hen: ‘Wat wilt U eigenlijk?’ of ‘Wat hebt U met haar te bepraten?’

Toverwoord in deze passage is het lidwoord in: ‘dat Hij in gesprek was met een vrouw’, daar verwonderden de leerlingen zich over. Onze heilige markies trok daaruit onverdroten de conclusie dat de leerlingen er kennelijk aan gewend waren dat Jezus nooit met vrouwen sprak. Die conclusie is onjuist, maar niet onzinnig. Ze wordt ondersteund door de hierboven al aangehaalde Willibrordvertaling, de NBV, de Statenvertaling (ook de Herziene), de NBG’51, de Naardense vertaling, de Groot Nieuws Bijbel, de Luthervertaling en de Leidsche, de Canisius, de Bijbel in Gewone Taal, ja zelfs de Fryske en de Zuid-Afrikaanse Nuwe Vertaling, de hele santenkraam vertaalt met ‘een vrouw’. (u ziet: het wegvallen van de Biblija-website van het Nederlands Bijbelgenootschap heeft tot nogal wat googlen geleid).

Ook buitenlandse vertalingen laten hetzelfde beeld zien. Van de dertien Engelse vertalingen die ik zo bij de hand had, vertalen alleen de King James Version en de Webster Bible met the woman, álle anderen vertalen met a woman. Luther vertaalt in 1522 mit eym weybe maar verbetert zichzelf in 1546 met mit dem Weibe. Maar verder is het in het Duits mit einer Frau (Luther 1984, Elberfelder, Einheitsübersetzung). In de Griekse grondtekst staat: μετά γυναικὸς, in de Vulgaat, die de markies citeert, cum muliere, beide – superletterlijk en lelijk – vertaald: ‘met vrouw’. Voor correct Nederlands (of Engels, of Duits) heb je dan een lidwoord nodig, dus je móet kiezen.

Ik denk niet dat er bijbelvertalers zijn geweest die zich hebben gerealiseerd dat de keuze voor het onbepaalde lidwoord zou kunnen uitmonden in een überkuise eisegese als die van de markies, met name omdat bijbelvertalers qualitate qua goed thuis zijn in de bijbel en dus wel beter weten dan dat Jezus zich verre van vrouwen hield. De verbazing van de leerlingen gold het feit dat Hij sprak met een Samaritaanse, maar dat wordt in het verhaal zelf al expliciet uitgelegd, dus daar hoef je als vertaler niet veel moeite aan te besteden.

In het licht van al het bovenstaande lijkt de vertaling ‘met de vrouw’ de meest geschikte. Zij is immers al geïntroduceerd in vers 7 met ‘een Samaritaanse vrouw’ en daarna kun je doorgaan met ‘de’, de lezer weet immers al om wie het gaat. Dat gebeurt ook in de meeste vertalingen tot vers 27 zich aandient, waarin de leerlingen opduiken, die de vrouw nog niet kennen. Dat is waarschijnlijk de reden dat zoveel vertalers weer overstappen op het onbepaalde lidwoord.

Zó verrotte lastig is bijbelvertalen dus.

Naschrift:
Er blijkt een andere uitleg beschikbaar te zijn voor dit vers, waarbij de vertaling ‘een vrouw’ wel degelijk zinnig is, en mijn commentaar hierboven genuanceerd moet worden. In de Griekse grondtekst wordt het lidwoord weggelaten en zou een vertaling met ‘een’ dus voor de hand liggen. In de rest van het verhaal in de Griekse grondtekst wordt de vrouw namelijk wél van een bepaald lidwoord voorzien. De onbepaalde aanduiding in dit vers zou dan toch wijzen op verbazing bij de leerlingen dat Jezus met een vrouw sprak, maar niet om de overwegingen van kuisheid die de markies veronderstelde.
Enkele commentatoren gaan ervan uit dat in het jodendom van Jezus’ dagen een regel heeft bestaan dat rabbi’s niet teveel met vrouwen moesten praten, zelfs niet hun eigen echtgenote, omdat hen dat zou afhouden van de thora. Zoveel valt althans te lezen in de Mishna (Aboth 1.5), die weliswaar veel later is opgesteld, maar mogelijk eerdere ideeën weergeeft. De verbazing van de leerlingen zou dus ook betrekking kunnen hebben op deze omgangsregel. Het feit dat de vrouw Samaritaanse was, maakte de verbazing in dat geval alleen maar groter.
De gemiddelde bijbellezer zal zo’n uitgebreide achtergrond echter nooit vermoeden bij het lezen van ‘een vrouw’ en je zou dan toch gaan denken als oplossingen die mijn goede vriend Jona onlangs voorstelde: een vertaling met commentaar en niet in boekvorm.
Zó verrotte lastig is bijbelvertalen dus.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Taal en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op Lidwoord

  1. Oom Paspasu zegt:

    Het verschil tussen de markies en de Mishna lijkt mij niet zo groot als u het stelt. Het praten met vrouwen houdt een rabbi van de Tora af, ongetwijfeld omdat zij onzuivere gedachten oproepen. Bij Escrivá werkt de omgang met vrouwen de zuiverheid tegen, “die ons helpt sterker, stoutmoediger, vruchtbaarder, effectiever in het werk voor God, effectiever in al het grote te zijn.” Dat komt zo ongeveer op hetzelfde neer.

    Dat Jezus hier anders over dacht, blijkt wel. Hoe zijn discipelen erover dachten, is natuurlijk het punt (ook bij Escrivá), maar toch lijkt mij dat de “vrouw” in vers 27 onbepaald is omdat zij een willekeurig Samaritaans persoon was. “De vrouw” zou suggereren dat de discipelen met haar en zondig bestaan bekend zijn en zich verbazen dat Jezus desondanks met die vrouw omgaat.

    Bijbelvertalen is lastig, maar hier zie ik het probleem niet zo. Het onbepaalde θεὸς in Joh. 1:1 is een lastigere zaak.

  2. Joris zegt:

    Mooi verhaal, doet me denken aan Helmut Kohl en hoe hij vijfentwintig jaar geleden de eenwording erdoorheen joeg, simpelweg door in de protestkreet “Wir sind das Volk” één woordje te veranderen. Overigens vind ik het wel weer moeilijk te geloven dat iemand met de ervaring en de opleiding van Escrivá zó stom zou zijn dat hij zou beweren dat Jezus nóóit met vrouwen sprak. Helemaal omdat hij juist deze verzen citeert. Hoe zit dat?

  3. Ik ben er – oom Paspasu – nog niet zo zeker van of de visie van Escrivá en de rabbi’s ten aanzien van vrouwen wel zo op elkaar leken. Afgaande op wat ik zo van rabbijnse geschriften ken, zou het me niet verbazen als de focus op ‘zuiverheid’ bij de rabbi’s lang zo’n grote rol niet speelt. Zij hadden immers enige praktische ervaring in het getrouwd zijn, Escrivá niet 🙂
    Van mijn leraar Latijn heb ik ooit een heel eenvoudige stelregel geleerd over het introduceren van een persoon in een verhaal. De eerste keer gebruik je een onbepaald lidwoord, want nog onbekend. Daarna gebruik je het bepaalde lidwoord, want de lezer snap toch wel waar je het over hebt. Een vertaalkeuze voor deze passage zou dus kunnen zijn:

    Jezus zit bij een bron en er komt een vrouw aan, Hij spreekt de vrouw aan en de vrouw antwoordt, waarop Hij en de vrouw in gesprek raken. Dan komen de leerlingen die de vrouw zien en ze zijn verbaasd dat Jezus met haar spreekt (á l’impromptu vermijd ik hier het lidwoord).

    Met die vertaalkeuze raak je twee dingen tegelijk kwijt: de suggestie dat de leerlingen kennelijk meenden dat Jezus nooit met vrouwen sprak, maar ook de achtergrondinformatie dat rabbi’s wellicht al te uitgebreide gesprekken met vrouwen – om wat voor reden dan ook – vermeden.

    Joris, Escrivá was wel een Spanjaard die opgroeide voor, rond en na de Spaanse burgeroorlog. Hij zal ongetwijfeld veel geleerd hebben tijdens zijn opleiding, maar zal niet veel verschild hebben van de seminariestudenten waar mijn vader zaliger ooit over zei: “Zelfs hun schoenen zijn van geloofsleer.”
    Het zou me niet verbazen als Escrivá zich nooit ten volle heeft gerealiseerd dat Jezus Jood was, bijvoorbeeld. Ik denk nu even aan het tegeltableau dat in de Amsterdamse Roemer Visscherstraat aan de buitenkant zat (en misschien nog wel zit) van het studentenhuis van Escrivá’s organisatie: de Moeder Gods, hoogblond en blauwogig 🙂

    • Oom Paspasu zegt:

      Het verschil tussen Escrivá en de rabbi’s kan een van gradatie zijn. Waarom houdt het spreken met vrouwen een rabbi af van de Tora en het spreken met mannen niet? Ofwel (1) omdat vrouwen bij de rabbi gedachten oproepen die tegengesteld zijn aan het doel van de bestudering van de Tora, ofwel (2) omdat alles wat zij zeggen verspilling van tijd is, die beter benut kan worden met Tora-studie.

      De betreffende passage zegt dit:
      יוסי בן יוחנן איש ירושלים אומר, יהי ביתך פתוח לרווחה, ויהיו עניים בני ביתך.  ואל תרבה שיחה עם האישה–באשתו אמרו, קל וחומר באשת חברו; מכאן אמרו חכמים, כל המרבה שיחה עם האישה–גורם רעה לעצמו, ובטיל מדברי תורה, וסופו יירש גיהינם.
      ‏Wat schijnt te betekenen‪:‬
      Yossei the son of Yochanan of Jerusalem would say: Let your home be wide open, and let the poor be members of your household. And do not engage in excessive conversation with a woman. This is said even regarding one’s own wife–how much more so regarding the wife of another. Hence, the sages said: One who excessively converses with a woman causes evil to himself, neglects the study of Torah, and, in the end, inherits purgatory.

      Aangezien het des te meer geldt voor de vrouw van een ander, lijkt mij mijn eerste hypothese beter. Wat erop volgt, kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden:
      1) Iemand die excessief praat met een vrouw, doet zichzelf kwaad (dat is: hij verkrijgt afleidende gedachten) en verwaarloost daardoor de Tora-studie.
      2) Iemand die excessief praat met een vrouw, doet zichzelf kwaad, dat wil zeggen: hij besteedt zijn tijd niet aan de studie van de Tora.

      Als de tweede uitleg de juiste is en ook de discipelen zo dachten, verbaasden zij zich er dus over dat Jezus daar bij de put niet de Tora aan het bestuderen was.

      Grieks is geen Latijn. Grieks drukt wel het onderscheid tussen bepaald en onbepaald uit, resp. met het lidwoord en met het ontbreken van een lidwoord. Die verdeling hoeft niet precies overeen te komen met het Nederlands (N.B. in de betreffende Mishna-passage is de vrouw juist bepaald: האישה), maar wanneer een woord onbepaald is, moet daar een reden voor zijn. Ik vermoed dat als deze vrouw een man geweest was, de discipelen alsnog zich zouden verbazen dat Jezus met [i]een[/i] man sprak. Het is vrij normaal om naar mensen te verwijzen met hun geslacht, zonder dat het ertoe doet. Waar ze zich werkelijk over verbazen is dat hij met een Samaritaan(se) spreekt, maar dat maakt de context al duidelijk: “Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om” (vers 9), wat niet wegneemt dat de discipelen in Sichar voedsel kopen.

      • Dat is inderdaad de misjna-passage waar ik op doelde. Maar toch: dat teveel praten met een vrouw zou leiden tot afleidende gedachten (dat is al een interpretatie) wil ik best geloven. Ik twijfel echter of de rabbi’s daarbij net zo gretig dachten aan afleiding in onkuise zin als de eerwaarde Escrivá.
        Verdraaid: de leerlingen kopen voedsel in Sichar, daar had ik zo gauw nog niet aan gedacht!

    • Joris zegt:

      Ik weet wie Escrivá was, maar juist daarom heb ik enige moeite te geloven dat hij zóiets idioots zou hebben beweerd als je aan hem toeschrijft. Kun je linken naar een bron?

      • Eh, niet echt. De link waar jij ook uit citeert is de enige geschreven bron en daarin hint hij alleen maar naar de stelling dat Jezus nooit met vrouwen sprak. Dat hij dat ook echt bedoelde, weet ik alleen van mensen die hem daar zelf over gesproken hebben 🙂

  4. Joris zegt:

    Nou, dan moet je daar toch nog echt eens een blogpost aan wijden. Een man die in verschillende boeken schrijft over de gesprekken van Jezus met de Samaritaanse vrouw, met Martha en Maria enzovoort, en die ondertussen in conversatie stug volhoudt dat Jezus never nooit met vrouwen sprak – dat is een soort Dr Jekyll en Mr Hyde, een verhaal van cognitieve dissonantie waar ik wel meer van wil weten. Zie je wschl zondag in het RMO!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s