Contra-koolstof

C14_formatieIn mijn laatste vijf blogposts heb ik u uitgebreid ingewijd in de methode om organisch materiaal te dateren met behulp van de koolstof 14-methode. De principes pasten allemaal in één blogpost, maar de oplossingen die vervolgens nodig waren voor calibratie, de correcties voor isotoopfractionering en reservoireffecten en de listen waarmee contaminatie kon worden bestreden, vergden nog vier stukjes. Dit stukje sluit de serie af met wat gedachten over de kunst van het dateren. De koolstofmethode wordt in de media doorgaans gepresenteerd als een keiharde, betrouwbare en enorm succesvolle methode. Dat klopt ook, maar door deze weergave raakt het vaak wat uit het zicht dat ook zo’n keiharde en betrouwbare methode onoordeelkundig kan worden toegepast. Hoe hard en betrouwbaar ook: dateren blijft een kunst.

Je moet weten wat je doet en daarbij is de belangrijkste vraag: je moet heel goed weten wat je dateert en welke vraag je eigenlijk wilt beantwoorden. De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hoe oud is het? Maar daar is de koolstofmethode niet in alle gevallen geschikt voor. De vraag ‘stamt dit voorwerp uit het begin van de zevende eeuw’ vergt een nauwkeurigheid van een jaar of vijftig. Maar rond het begin van de zevende eeuw loopt de calibratiecurve behoorlijk vlak. Een koolstofdatering kan dan heel goed uitvallen als 585 – 710 cal AD. Daar heb je niks aan. Maar aan exact diezelfde datering heb je wel wat als je wilt weten of je voorwerp vroeg of laat middeleeuws is, of een moderne vervalsing.

Een bouwhistoricus die weten wil wanneer een vroeg middeleeuws kerkje is gebouwd, kan op zoek gaan naar organische delen van de constructie, houten spanten van het dak bijvoorbeeld. Dan moet hij zich realiseren dat hij niet het kerkje, maar de dakconstructie dateert en eigenlijk ook dat niet: hij dateert de laatste verbouwing aan het dak. Wanneer de dakspanten zijn gemaakt van de spanten van een afgedankt schip – en dat kan heel goed – dateert hij de bouw van het schip in plaats van het dak.

LateiHoutHet kan nog erger: de spanten van een afgedankte kogge worden gebruikt om het dak van een kerkje te bouwen, om later weer te worden afgebroken, waarna de goede stukken hout nog worden hergebruikt als latei in de vensters van een ander gebouw. Geen betere plek om goed bouwmateriaal te vinden namelijk dan op de sloop. Een koolstofdatering van houten bouwmateriaal vergt dus kennis over hoe scheepshout eruit ziet en de vaardigheid om oorspronkelijke bouw te kunnen onderscheiden van onderhoud, reparaties, verbouwingen en hergebruik. Een beetje bouwhistoricus kan dat en het hangt dus helemaal van die bouwkundige specialist af of uit de koolstofdatering nuttige informatie voortkomt.

Er gaan dagen voorbij dat Egyptologen willen weten hoe oud een mummie is. Misschien wil je die niet per se eerst helemaal uitpakken om het lijk zelf te dateren, dus pak je de windsels. Een Egyptoloog moet zich dan realiseren dat de oude Egyptenaren zoveel respect hadden voor hun doden dat ze mummies uit verstoorde graven ook herbegroeven als het om onbekenden ging. Zo kan het gebeuren dat een mummie is gewikkeld in windsels die honderden jaren jonger zijn dan de mummie zelf. In Manchester ligt zo’n geval, bekend als ‘mummie 1770’. Waar je als Egyptoloog ook beducht voor moet zijn: balseming met asfalt, een aardolieproduct dat geheel koolstof 14-loos is. Eerst goed onder de microscoop kijken dus. Een beetje Egyptoloog is zich bewust van dergelijke valkuilen en herkent een herbegraving als herbegraving. En hij weet doorgaans ook hoe asfalt ruikt.

C14_ringsWie een houten object laat dateren, moet zich realiseren dat het hout in het binnenste van een boom al dood is, terwijl de buitenkant nog leeft en doorgroeit. Dat binnenste hout is doorgaans hard en het best bruikbaar, dus dat wordt bij voorkeur gebruikt. Maar dat betekent ook dat wanneer hout van een honderden jaren oude boom is gebruikt, de – op zich correcte – datering, de leeftijd van iets anders aangeeft dan die van het gedateerde voorwerp. Wie hout laat dateren moet iets weten van de fysiologie van een boom en van boomsoorten. Het voorwerp is altijd jonger dan de boom en aan de hand van de houtsoort en het jaarringpatroon in het hout kun je schatten hoe ver de datering mogelijk ouder uit is gevallen.

Dateren mag dan een relatief eenvoudige kwestie van ‘meten is weten’ zijn. Uiteindelijk is het de archeoloog, bouwhistoricus, bodemkundige of Egyptoloog die kan beoordelen of een datering bruikbaar is en zo ja: wat die datering nu eigenlijk zegt. Het simpelweg naast elkaar leggen van verschillende dateringen en de cijfers vergelijken, is niet het hele werk. Er is ook een kwalitatieve beoordeling nodig.

Daarmee zijn we terug bij de contrakenners, waarvan er een aantal zijn die de koolstofmethode niet zo zien zitten. In de afgelopen vijf afleveringen van deze serie zijn al een fors aantal valkuilen gepasseerd die een contrakenner dankbaar kan gebruiken: nog levende schelpen die duizend jaar oud dateren en allerlei andere afwijkingen van de oorspronkelijke aannames die aan de koolstofdatering ten grondslag lagen. Die kun je op indrukwekkende wijze presenteren.

NoVelociraptorDat kan met cijfers, want de afwijkingen als gevolg van bijvoorbeeld het mariene reservoireffect bedragen enkele honderden jaren en kunnen plaatselijk tot duizenden jaren oplopen. Ook dateringsverschillen die zonder bouwhistoricus of Egyptoloog van dienst worden geduid, kunnen cijfermatig heel imposant zijn. Nog veel imposanter zijn afwijkingen bij het met koolstof 14 dateren van steenkool, dinosaurussen, aardolie of kalksteen uit het Krijt, een periode in de aardgeschiedenis die 65 miljoen jaar geleden eindigde. (U weet nu dat geen van deze stoffen nog koolstof 14 bevat en hun ouderdom zich ver buiten het bereik van deze dateringsmethode uitstrekt. Dat er toch koolstof 14 metingen op worden uitgevoerd, heeft twee verklaringen: creationisten of gewoon serieuze laboratoria die hun meetapparatuur ijken)

Het zijn niet alleen de cijfers waarmee je je gehoor kunt proberen te imponeren. Er komt ook wat taalkundige massage bij kijken. Bij de koolstof 14-methode komen nogal wat problemen kijken die opgelost moeten worden, daar heeft u nu een heleboel over gelezen. Daar kun je natuurlijk formuleringen bij gebruiken als ‘wemelen van de problemen’, ‘schokkende verschillen’, ‘ongerijmdheden die de methode plagen’, ‘niet onbetekenend’ en ‘onkwantificeerbare variabelen’ (dit is mijn favoriet!).

Bij eventuele oplossingen van de problemen werkt het natuurlijk andersom, dan gebruik je wendingen als ‘wordt verondersteld’, ‘wetenschappers claimen dat’ en ‘geen garanties’. Pas je die rethorische trucjes goed toe, dan kun je liegen met de waarheid: alle feiten die je je publiek voorlegt, kloppen. Presentaties van contrakenners bevatten dan ook vaak een opvallende hoeveelheid feitelijk correcte informatie, maar het beeld dat ze oproepen ‘behoeft toch enige nuancering’.

Ideaal voor dergelijke taalkundige datamassage is het gegeven dat een koolstofdatering in essentie een statistisch proces is met een statistische uitkomst: het geeft een periode aan waarbinnen de datering met een bepaalde zekerheidsmarge valt. In taal kun je dat samenvatten met behulp van begrippen als ‘schatting’, ‘foutenmarge’ en – daar is weer een favoriet van me – ‘buiten redelijke twijfel’ en dat contrasteren met ‘precisie’, ‘accuraat’ en ‘betrouwbaar’.

Tenslotte worden er natuurlijk wel eens koolstofdateringen uitgevoerd waarbij iets mis gaat en soms blijven de wetenschappers een verklaring schuldig. Zoals ik eerder zei: waar gehakt wordt, vallen nu eenmaal spaanders en wetenschappers weten ook niet alles. In het bijzijn van contrakenners is dat een Achilleshiel, want de koolstofmethode wordt zó vaak toegepast dat er uit de inmiddels honderdduizenden verrichte dateringen wereldwijd met gemak enkele tientallen onverklaarde missers kunnen worden gehaald. Zo’n lijstje maakt al snel grote indruk, vooral als je the bigger picture weglaat.

Ik heb u niet alles verteld wat ik over de koolstof 14-methode kan vertellen. Daar kan ik een kwart en een echte deskundige een heel boek mee vullen. Toch denk ik dat u – gewapend met wat u nu weet – best een kijkje kunt nemen op de pagina van een echte contra-kenner op het gebied van de koolstofmethode. U zult daar nieuwe dingen tegen komen waarover ik u nog niet vertelde, maar ik denk wel dat u de meeste vormen van contra-kennis nu zult herkennen en ook in detail zult kunnen beoordelen waar welke contrakenners-mechanismen aan het werk zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Wetenschap en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Contra-koolstof

  1. mnb0 zegt:

    Deze is mijn favoriet, omdat het een tactiek is die letterlijk alle pseudowetenschappers toepassen:

    “radiocarbon dating is extremely limited”

    leidt tot

    “I hope the work presented here will open your eyes to seeing the arguments and evidences used to defend the validity of Christianity.”
    (Staat op de “about me” pagina).
    Eh? Hoe precies?
    Een typisch voorbeeld van “hullie hebben ongelijk dus ikke heb gelijk” – wat dat gelijk ook moge inhouden.

  2. mnb0 zegt:

    Mijn complimenten – een fraai stukje natuur- en scheikunde, zeker voor een eenvoudige archeoloog. Ik prijs mij gelukkig dat mijn eerste cursus aan de lerarenopleiding het onderwerp Onzekerheidsmarges betrof (nauwkeurigheidsmarge is eigenlijk een beter woord).

  3. Ik roep dat ook altijd over mezelf 🙂

  4. Pingback: Livius Nieuwsbrief | Januari | Mainzer Beobachter

  5. Pingback: Contaminatie | Apoftegma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s