Hel (2)

Hell2Het is altijd fijn als je reageerders hebt waar je op kunt vertrouwen. Een tijdje terug postte ik een stukje over de verwondering in de Nederlandse media over het geloof in de hel en stelde daar tegenover dat van alle dingen die gelovigen zoal voor waar kunnen houden, juist de hel het makkelijkst voorstelbaar was. Zowel hier als op Sargasso wezen enkelen erop dat in mijn post geen duidelijk onderscheid gemaakt werd tussen het begrip ‘hel’ als verschijnsel in het hiernamaals en het begrip ‘hel’ als metafoor voor wat mensen elkaar kunnen aandoen. Dat klopt, dat heb ik expres gedaan.

Traditioneel is de hel een behoorlijk heetgestookte plek, al komen in de loop van de Middeleeuwen ook andere nogal fantasievolle straffen voor, die soms tot grote sadistische hoogte zijn uitgewerkt. Ik ben ooit een middeleeuwse tekst tegengekomen waarin één van de hemelse geneugten het aanschouwen van de folteringen van de verdoemden was. Juist die sadistische fantasieën hebben gelovigen er uiteindelijk van overtuigd dat er iets niet helemaal klopte. Hoe groot de boef ook was, iemand eeuwig – en dat is wel wat lang – laten branden, verhield zich niet alleen heel moeilijk met Gods barmhartigheid, maar ook met Zijn rechtvaardigheid.

Aan de onlangs heilig verklaarde paus Johannes XXIII wordt de uitspraak toegedicht dat katholieken gehouden zijn te geloven dat er een hel bestaat, maar niet dat daar ook iemand in zit. Die opmerking ligt nog in het verlengde van het idee dat er weliswaar een hel is waar mensen naar toe gestuurd worden als straf, maar waarvan het nog maar de vraag is of er ook iemand werkelijk voor eeuwig heen gestuurd wordt. Voor katholieken lag deze oplossing ook voor de hand: hun theologen hadden immers het Vagevuur aangebouwd, waar mensen tijdelijk heen gingen die te slecht waren voor de hemel, maar beslist niet slecht genoeg voor de hel.

Van de op dezelfde dag heilig verklaarde paus Johannes Paulus II is de uitspraak (uit 1999) dat de hel de situatie is van mensen die uit vrije wil besloten hebben om te leven zonder God (cursivering van mij) en gezien moet worden als het lijden, de frustratie en de leegheid van een leven dat uit die keuze voortkomt. Daarmee gaf hij een andere ontwikkeling weer, een idee dat ook al veel ouder was: de hel was de keuze van de verdoemde zelf, een uit de hand gelopen gevalletje vrije wil, een keuze die God slechts respecteerde. Ronald Plasterk heeft daar destijds nog een enorm grappige column over geschreven, die zowaar vindbaar bleek op het internet.

Als atheïst meende hij te weten dat het leven zonder God reuze meeviel – qua hel dan – en dat de paus dus feitelijk de hel had afgeschaft. Maar dat was natuurlijk niet wat de Heilige Johannes Paulus II bedoelde. Het is een vooral onder atheïsten (maar niet alleen hen) wijd verbreid misverstand dat atheïsme hetzelfde is als goddeloosheid. Ondanks de taalkundige schijn van het tegendeel, hebben die twee begrippen helemaal niets met elkaar te maken.

Terug naar de ‘hel’ als metafoor voor wat mensen elkaar kunnen aandoen en het verschil met de hel als straf in het hiernamaals. Die twee lijken meer op elkaar dan wel wordt gedacht. Wanneer het woord ‘hel’ wordt gebruikt om aan te geven wat mensen zoal in het hiernumaals te lijden hebben, ben je automatisch geneigd te denken aan het leed van de slachtoffers. Dat is natuurlijk geen verkeerde beeldspraak, maar het is niet wat gelovigen bedoelen met het woord ‘hel’.

De hel is volgens hen namelijk geen plek voor slachtoffers, maar een plek voor daders. En die hel nu bestaat – als ik het goed heb begrepen – niet uit wat de dader zijn slachtoffers aandoet, maar uit wat de dader zichzelf aandoet en misschien ook wel wat daders elkaar aandoen. Ik weet niet wat uw eerste associatie is bij die gedachte, maar als je het mij vraagt, doet die gedachte qua sadisme eigenlijk nauwelijks onder voor de meer instrumentele Middeleeuwse hellefantasieën.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Religie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Hel (2)

  1. Wat bedoel je eigenlijk met ‘wat de dader zichzelf aandoet’? Is dat niet hetzelfde als de logische omkering van zijn daad tijdens de dood: dat hij zelf dan gedurende een bepaalde tijd ondergaat wat hij een ander heeft aangedaan, en dat dit daarom als hel wordt beleefd?

  2. Dat zou een – eenvoudig – soort van rechtvaardigheid inhouden, maar zoiets vergt een externe macht die een dergelijk ‘vonnis’ ten uitvoer legt. Dus nee, dat bedoel ik niet. Ik – of eigenlijk: (bepaalde) gelovigen, in wier rol ik nu even kruip – bedoelen echt vrij letterlijk wat de dader zichzelf aandoet door een dader te zijn.
    Misschien een raar voorbeeld, maar ik hoorde laatst op het nieuws een bandopname van een bekende Nederlander die zijn eigen zus met de dood bedreigde en uitschold voor kankerhoer. Stel je voor dat deze bekende Nederlander zich op een dag ten volle realiseert wat hij daarmee voor zichzelf aan leven heeft gecreëerd, maar dan ook écht ten volle: tot in de laatste consequentie doorgedacht.
    Dan bedoel ik dus niet dat hij levenslang riskeert, da’s bijzaak, maar meer het gegeven dat hij echt he-le-maal niemand meer heeft, ook nooit meer iemand zal hebben en ook nooit meer iemand zal kúnnen hebben; en dat hij dat dan ook he-le-maal zelf heeft gedaan (ik ga even uit van vrije wil).
    Ik denk dat gelovigen iets bedoelen in de richting van dat besef van totale verlatenheid, en dat je er ook nog eens zelf voor gekozen hebt en er niks meer aan kunt doen. Verlatenheid en hopeloosheid dus. Ik probeer ook maar wat hoor… 🙂
    Dat lijkt me – in al zijn moderniteit – een voorstelling van de hel die in sadisme niet onderdoet voor wat men zich in de Middeleeuwen voorstelde.

  3. mnb0 zegt:

    Och, Hermann Göring was een dader en voelde zich meestal bijzonder comfortabel met wat hij zichzelf aandeed. Tot in de beklaagdenbank aan toe – de transcripties van de verhoren zijn op Go2War2 te vinden en lezen als een trein.

    • Ja, dat is inderdaad een voor de hand liggend kritiekpunt waar je zomaar eens gelijk in zou kunnen hebben.
      Maar anderzijds: dat is de Göring zoals wij hem kennen, zoals hij zich aan ons voordeed. De Göring waar een gelovige zoals hierboven geschetst het over heeft, is de Göring alleen in zijn cel, samen met zijn spiegel, en verder niks.
      Nu kun je je natuurlijk niet beroepen op bronnen waar je geen toegang toe hebt – daarin blijft de gelovige een gelovige – maar jezelf en andere mensen kennende: hoe waarschijnlijk lijkt het je dat de Göring zoals die zich aan ons voordeed exact dezelfde is als de Göring alleen met zijn spiegel?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s