Bed Bad Brood

BedBadBrood

De armen niet laten delen in uw eigen bezittingen is hen bestelen en hen beroven van het leven. Wat we bezitten is niet ons eigendom, het is het hunne.

Wanneer wij aan de armen de voor hen onmisbare goederen bezorgen, zijn dat geen bewijzen van onze persoonlijke vrijgevigheid; we geven hun immers slechts wat hun toekomt.

Aan het woord zijn hier niet Pierre-Joseph Proudhon, de radicale filosoof die de uitspraak ‘eigendom is diefstal’ muntte, en evenmin Karl Marx in zijn meest radicale bui. Deze citaten zijn van niemand minder dan de heiligen Johannes Chrysostomos en paus Gregorius de Grote. Beide heren worden met instemming geciteerd in de Katechismus van de Katholieke Kerk, een bijzonder saai geloofsleerkundig werk uit de late jaren negentig, onder het hoofdstuk over het zevende gebod: ‘gij zult niet stelen’.

Johannes Chrysostomos leefde in de vierde eeuw, Gregorius de Grote in de zesde. De katechismus citeert nog wat andere heiligen uit de periode tussen deze twee heren en de katechismus zelf en levert zo een weliswaar kort, maar duidelijk beeld over hoe de katholieke kerk denkt over eigendom en diefstal: wie genoeg te eten heeft, terwijl zijn naaste omkomt van de honger, begaat een misdrijf: diefstal.

De gedachte achter die opruiende taal is een even eenvoudige als bijbelse: God heeft – in het bijbelboek Genesis – de aarde aan de hele mensheid geschonken. Daarmee is het primaire doel van alle goederen gegeven: het dient in de eerste plaats ten goede te komen aan de mensheid als geheel. Privé eigendom – dat voor het individuele welzijn nuttig en dienstig is en daarom moet worden gerespecteerd – dient altijd ondergeschikt te blijven aan dat ene universele doel. Een eigenaar is rentmeester. Bij strijdigheid is de conclusie dan ook helder:

Er is geen sprake van diefstal, als men de toestemming van de eigenaar kan veronderstellen, of als de weigering ingaat tegen de redelijkheid en tegen de universele bestemming van de goederen. Dit is het geval bij een dwingende en klaarblijkelijke noodtoestand, waarbij het enige middel om te voorzien in onmiddellijke en essentiële behoeften (voedsel, kleding, huisvesting) erin bestaat te beschikken over en gebruik te maken van de goederen van derden.

Ik ben zelf van katholieke huize. Mijn ouders hebben hetzelfde radicale gedachtengoed ook aan mij overgedragen: wie niet anders kan overleven dan door een brood te stelen, mag stelen. In het geval van mijn ouders was het zelfs nog erger: wie de zorg heeft voor mensen die afhankelijk van hem zijn, kleine kinderen bijvoorbeeld, heeft in zo’n geval zelfs de plicht om te stelen.

Zo ver ging monseigneur Muskens – zaliger nagedachtenis – in 1996 niet. Hij stelde slechts dat een arme het recht had een brood te stelen als hij niet op een andere manier in zijn levensonderhoud kon voorzien. Ik verbaasde me destijds over de politiek die als één man over hem heen viel en schande sprak van een uitspraak waarvan de heren politici toch konden weten dat die al eeuwen onveranderlijk de ronde deed, al moet ik bekennen dat ik niet weet of de Reformatie misschien een einde gemaakt heeft aan deze Roomsche gekkigheid en de Calvinisten hier te lande gewoon niet wisten wat zij deden.

Als katholiek opgevoed jongetje denk ik de laatste weken vaak aan Tiny Muskens. Ik mis hem. En soms vraag ik me af of hij van daarboven de politici van dienst niet op wonderlijke wijze tot andere gedachten zou kunnen brengen, de schijn van menselijkheid is al voldoende. Volgens mij is daar een wonder voor nodig en ik beloof dan ook plechtig dat als mijn gebed wordt verhoord, ik één en ander aanhanging zal maken bij de daartoe bevoegde authoriteiten.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Politiek, Religie, Samenleving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Bed Bad Brood

  1. mnb0 zegt:

    “Ik verbaasde me destijds over de politiek”
    Ik niet. Maar ik ben dan ook van socialistische huize en had van de VVD en van de PvdA – die sinds enkele jaren geen socialistische partij meer was, dankzij Kok – precies die reactie verwacht. Voor liberalen is bezit immers heilig. Voor mij was het tumult een verdere stap in het proces van vervreemding van wat zich in Nederland links noemt. Dat gaat terug tot op de jaren 80. Sinds enkele jaren weet ik niet meer wat ik moet stemmen.
    Toen ik enkele weken geleden mijn zoon sprak, die sinds anderhalf jaar in Amsterdam studeert, wilde hij mij nauwelijks geloven dat de PvdA oorspronkelijk socialistisch is.

    • Ja ja, opa vertelt uit de oude doos. Toen de PvdA nog socialistisch was, het CDA nog christelijk en de VVD nog liberaal… 🙂
      Mijn verbazing destijds gold trouwens niet de opvattingen van politici aangaande eigendom en diefstal, maar hun onbekendheid met alternatieven. Natuurlijk is privé bezit heilig voor liberalen. Maar jij en ik weten dat gewoon.
      Andersom bleek dat niet zo te zijn en dat vond ik raar: een vertegenwoordiger van opvattingen die pakweg een eeuw of twee oud zijn, die geen weet heeft van andere opvattingen die al pakweg twintig eeuwen de ronde doen.
      Ik voel een Anton van Duinkerkje opkomen…

      • mnb0 zegt:

        “opa vertelt uit de oude doos”
        Ik heb er de leeftijd voor, maar mijn zoon wil er nog niet aan ….

        “een vertegenwoordiger van opvattingen die pakweg een eeuw of twee oud zijn, die geen weet heeft van andere opvattingen die al pakweg twintig eeuwen de ronde doen”
        Ah, dat heb ik destijds gemist. Ik zag vooral heilige verontwaardiging, wat ik voor seculiere (en zeker voormalig socialistische) politici nogal opmerkelijk vond, maar niet verbazingwekkend.

  2. Carla Jansen zegt:

    You made my day!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s