Straatterreur

ColportageKrantIn mijn eigen buurt, in mijn eigen straat, voel ik me de laatste tijd niet meer veilig. Dat heeft niets te maken met het feit dat ons inmiddels de grote denker Fred Teeven ontvallen is, maar met lieden die geld van mij willen.

Er gaat bijna geen dag voorbij of er staan wel mensen op de brug in mijn buurt die je ongevraagd aanspreken. Er zit een daklozenopvang direct naast die brug, maar het aantal daklozen dat me de afgelopen jaren heeft aangesproken voor ‘een eurootje’ is op de vingers van één hand te tellen.

De kwestie is deze: die brug – die in een winkelstraat ligt – is onvermijdelijk. Wie er niet overheen wil, moet via het noorden twee kilometer omlopen en via het zuiden een kilometer. Je moet bovendien goed de weg kennen, want bij ons in het dorp lopen nogal wat grachten die niet voor elke doorgaande route van een brug voorzien zijn. De brug is dan ook de ideale plek voor colporteurs en het dorpsbestuur besluit met een zeer grote regelmaat om aan allerlei instanties vergunning te verlenen om passanten aan te spreken voor ‘koude acquisitie’.

U kunt het zo gek niet bedenken: het Parool, het Handelsblad en de Volkskrant staan er zowat elk weekeinde, soms zelfs alle drie tegelijk, maar dan in de vermomming van ‘de Nationale Krantentest’. Tussendoor staan er nog diverse organisaties die iets doen voor mensen in binnen- en buitenland die op enigerlei wijze hulpbehoevend zijn. Plus natuurlijk de onvermijdelijke categorie ‘overige bedrijven’. Ik kan de straat niet meer over – de locale supermarkt zit aan de overkant – zonder aangesproken te worden door een vrolijk spontaan leuk jong ding met een voorstel.

Nu bestaat er in Nederland al sinds jaar en dag een ongeschreven protocol voor wanneer u niet op die voorstellen in wilt gaan. U heeft het meegekregen van uw ouders tijdens uw opvoeding. Het komt ongeveer neer op het volgende: het vrolijke spontane leuke jonge ding spreekt u aan, u houdt even in (dat is optioneel), wekt de indruk welwillend naar een korte uitleg over doel en nut van de activiteiten van het vrolijke spontane leuke jonge ding te luisteren en weigert dan beleefd met een frase waarvan de lengte naar eigen inzicht gekozen mag worden.

Heeft u ervoor gekozen niet even in te houden, dan loopt u door en uit uw weigering in weinig woorden. Het vrolijke spontane leuke jonge ding zoekt vervolgens naar een nieuw slachtoffer. Het is niet verplicht om in uw – lang of kort geformuleerde – weigering iets te zeggen dat ook feitelijk juist is, het belangrijkste is dat u beleefd blijft en het vrolijke spontane leuke jonge ding van dienst in zijn of haar waarde laat. In ruil daarvoor blijft ook het vrolijke spontane leuke jonge ding beleefd tegen u.

En juist daar gaat het mis. Om te beginnen start het acquisitiegesprek niet meer met een variatie op het gebruikelijke thema ‘mag ik u wat vragen?’ In plaats daarvan vuurt het vrolijke spontane leuke jonge ding een zonderlinge vraag op je af. Eén die niets te maken heeft met colportage en nog minder met het doel van het gesprek. Of ik vroeger op school wel eens gespijbeld heb, dat soort vragen.

Op zo’n soort vraag geef je – al is het maar uit verbouwereerdheid – een zo normaal mogelijk antwoord, voor zover dat gegeven de vraag mogelijk is, en dan zit je plotsklaps in het gesprek dat je volgens de ongeschreven spelregels eigenlijk nog moet gaan afwijzen. Maar dat kan dan al niet meer. In plaats daarvan is je taak je weer beleefd uit het reeds aangevangen gesprek terug te trekken. Ik heb ooit begrepen dat dat precies de techniek van een DOS-attack is, maar daar blog ik wel een andere keer over.

Bij dat terugtrekken gaat nog meer mis. Want hoe je ook probeert verbaal weer uit die valkuil te klauteren, het vrolijke spontane leuke jonge ding heeft letterlijk overal een antwoord op. Geen enkele variatie op het thema ‘nee’ lijkt door die vrolijke spontane leuke jonge dingen begrepen te worden. Ze begrijpen het natuurlijk wel, maar ze zijn allemaal op de cursus geweest waar je leert dat ieder ‘nee’ slechts een ‘ja maar’ is. Ze hebben technisch gezien een enorme voorsprong. Alles wat ik daar op straat sta te improviseren, hebben zij al twintig keer geoefend. Eitje.

En het knappe is dat het vrolijke spontane leuke jonge ding die blaartrekkende exercitie weet te voltrekken zonder ook maar één moment de indruk te wekken dat er sprake is van onbeleefdheid of grensoverschrijdend gedrag. Terwijl het natuurlijk apert onbeschoft is om een gesprekspartner die al zes keer ‘nee’ gezegd heeft nog steeds niet serieus te nemen. Toch slagen ze erin om elke argeloze voorbijganger zo, op een zeer respectvolle wijze te dissen.

Nu zijn er ruwweg drie oplossingen voor dit probleem. De makkelijkste is kortaf of ronduit onbeleefd te reageren. Dat werkt ook het snelst. De minst effectieve manier is ze kordaat uit te leggen dat je niet gedient bent van hun handelswijze en dat je hun bejegening onbeschoft vindt. Dat zou in theorie een toekomstige passant kunnen sparen, maar áls die interventie al effect sorteert, dan staan er voor elk vrolijk spontaan leuk jong ding weer tien paraat om de opengevallen plek in te nemen. Zo blijf je bezig.

Onbeleefd reageren is voor mij geen optie: ik los het probleem weliswaar direct op, maar onbeleefd uitvallen tegen mijn – ook onbeleefde – medemens verpest mijn humeur voor minstens een halve dag. Dus ik kies meestal voor de derde optie: een antwoord geven op de zonderlinge openingsvraag dat net zo onverwacht is als die openingsvraag zelf. Dat brengt elk vrolijk spontaan leuk jong ding uit evenwicht en daarvan kun je gebruik maken om door te lopen. ‘Mevrouw, ik zou niets liever willen, maar ik moet u teleurstellen, ik ben al getrouwd’ heeft me al meermaals uit de brand geholpen.

Maar ik heb er helemaal geen zin in om over straat te lopen en ook nog eens permanent op mijn qui vive te zijn, immer paraat om een snedig antwoord te debiteren. Letten op het verkeer is al zwaar genoeg. Ik loop daar gewoon als law abiding, tax paying citizen, minding my own business. Ik wil met rust gelaten worden!

Dus steek ik tegewoordig als een schichtig konijn de straat over, check eerst waar de verkopers staan en kies dan de route naar de supermarkt met de kleinste kans om door zo’n vrolijk spontaan leuk jong ding getackeld te worden. Ik blijk dat geheel automatisch en onbewust te doen: ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik dit sluipgedrag vertoon.

En dus wil ik mijn straat terug. Waar is grote denker Fred Teeven wanneer je hem nodig hebt?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Straatterreur

  1. henktjong zegt:

    Ongevraagde inbreuk op mijn privacy wordt, steevast, beantwoord met: donder op, of: lazer op. Al naar gelang mijn stemming. Als er gevraagd wordt of ik een bepaalde krant wil zeg ik dat ik al een krant heb, een echte. Bedelaars loop ik gewoon voorbij en daar heb ik geen schuldgevoel bij. Bedelen is namelijk verboden.

  2. Je kunt ook té beleefd zijn. Echt.

  3. Klaas zegt:

    De (hier fonetisch genoteerde) Russische zin: “ja nieje snajoe sto takoj chizn” wil ook wel eens helpen. En als het toevallig een Russisch sprekend jong ding is hebben ze in ieder geval iets om over na te denken.

  4. mnb0 zegt:

    Als het steeds hetzelfde leuke jonge ding (m/v) is wil het volgende ook nog wel eens helpen: trek op een moment dat het u schikt een half uur of langer uit en rek zelf het gesprek zo lang mogelijk. Dat haalt nl. hun score omlaag. En u doet er ongetwijfeld een paar medemensen een plezier mee. Dat was vroeger mijn afschrikmiddel jegens Jehovah’s Getuigen aan de deur.
    In geval van leuke jonge dingen (m/v) is het dan het meest effectief hunzelf tot onderwerp te maken. Stel vragen als
    1. Hoe heet je?
    2. Woon je al lang hier?
    3. Is dit een vaste baan of een bijbaan?
    4. Verdien je goed?
    5. Wat studeer je?
    6. Ik overweeg ook dit soort werk te doen. Betaalt het goed?
    7. Heb je een aardige baas?
    8. Doet je baas moeilijk als je je niet lekker voelt en naar de dokter wil?
    Enz. enz.
    Bouw zo snel mogelijk een reputatie op. Het vereist enige investering (qua tijd), maar u krijgt er dan ook iets voor terug: uw brug.
    Vluchtgedrag werkt niet. Zodra een paar mensen dat doen bedenken ze daar ook weer wat op.

  5. Manfred zegt:

    De oplossing is om de vraag niet af te wachten maar halverwege de vraag al te antwoorden met een glimlachend ‘Nee hoor, dank je wel’, zonder de pas in te houden uiteraard.

  6. Bert zegt:

    Oortelefoontjes (en verdwaasd in de verte staren) helpen soms, het centrale plein voor het station vermijden en de zij-ingang nemen ook (hoewel in uw ‘dorp’ niet mogelijk), niet schichtig maar met zekere tred. Beleefd en naar waarheid tegen de inderdaad keurige NRC- en Volkskrant-colporteurs zeggen dat je “hem al hebt” is een van de meer futiele bijwerkingen van kranten lezen. Het gesprek aangaan is inderdaad meestal ‘fataal’-ik steun verschillende, overigens sympathieke, organisaties op die manier. Een hoed dragen helpt niet, want dat wekt blijkbaar een serieuze indruk, welk hoofd er ook onder zit.
    Dus zonder hoofddeksel met oortelefoontjes in, in de verte starend, in bezit van krantenabonnementen met zekere tred een andere route kiezen of er mee leren leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s