Je beste vriend (2)

politieLaatst blogde ik over het politieoptreden dat leidde tot de dood van Mitch Henriquez. Eén van de mensen die reageerden, postte een link naar dit stuk. Om het voorzichtig uit te drukken: daar schrok ik me kapot van. Dat was niet om de titel: ‘Mitch Henriquez had een hele simpele optie: meewerken’.

Hier geldt quod gratis asseritur, gratis negatur: het is nog maar zeer de vraag of iemand die niet eens op het idee komt dat een baldadige grap een gewelddadige arrestatie zou kunnen uitlokken, wel tijdig beseft dat zijn besprongen worden door vijf man toch écht een actie is namens het bevoegd gezag. Het is goed denkbaar dat Mitch Enriquez in eerste instantie in een zelfverdedigingsreflex is geschoten, of gewoon in paniek is geraakt en dat het moment waarop hij besefte dat hij moest meewerken zich te laat, of niet meer heeft voorgedaan. Het is ook goed denkbaar dat het gebrul van de agenten – volgens een andere reactie iets wat agenten leren om ervoor te zorgen dat de verdachte ‘geen tijd meer om na te denken’ heeft – ertoe heeft bijgedragen dat dat moment er niet op tijd kwam. Zo simpel is die optie van meteen meewerken dus niet.

Ook niet echt schokkend is het gegeven dat de schrijver de gotspe heeft om de politie als slachtoffer neer te zetten.

Besef je eens (sic) hoe het is om tijdens de uitoefening van je taak te worden aangevallen, geschopt en geslagen. Dat je uniform of uitrusting bijna van je lijf getrokken wordt en dat terwijl er om je heen omstanders verzamelen die staan te joelen, te schreeuwen, te filmen en met een beetje pech je nog een schop in je rug geven terwijl jij al vechtend op de grond ligt. En je in ieder geval niet bijstaan. Stel het je eens voor…

Ik vind dat niet schokkend, want daders voorstellen als slachtoffers, dat doet iedereen. Van ordinaire criminelen tot politici, bankiers en wetenschappers. Dus waarom zou de politie dat niet mogen doen? Even terzijde: de omstanders bij Mitch bestonden vooral uit familie en vrienden die hem verbaal probeerden tot medewerking te bewegen en filmende omstanders.

Wél schokkend vond ik wat de schrijver van het stuk meldt over de opleiding van agenten. En eerlijk gezegd: ik ben blij dat hij dat gedaan heeft:

32 uur. Dat is het aantal uren dat een politieagent jaarlijks krijgt om alle geweldsbeheersing zich meester te maken. Dus dat betreft hand-tot-handgevechten. autoprocedures, gebruik van pepperspray en de korte en de lange wapenstok, het aanhouden in bussen, trams en treinen, het werken in grote mensenmassa’s zoals op festivals, het aanhouden van gestoorden, het doen van instappen in woningen, aanhoudingen in cafes en supermarkten, het lopen van een conditieparcours, het gebruik van het vuurwapen in alle mogelijke situaties en natuurlijk ook alle theorie die komt kijken bij het toepassen van geweld tijdens het werk. 32 uur. Per jaar.

Er zitten 52 weken in een jaar, waarvan ik er vijf niet werk, da’s 47 weken van 40 uur. Als mijn arbeidsomstandigheden enigszins lijken op die van de politie, wil dat dus zeggen dat een gemiddelde agent ongeveer 1,7% tijd besteedt aan het trainen van situaties waaraan mensen dood kunnen gaan. Dat is zo’n 41 minuten per week.

Ik heb zelf jaren geschermd en hoewel ik er nooit erg goed in ben geweest, heb ik wel enige ervaring in hoe een vechtsport werkt. Wil je die een béétje leren beheersen, dan heb je aan 41 minuten per week niet genoeg, zelfs al zou je maar één activiteit oefenen uit de lijst van elf die de schrijver noemt. Nog leerzamer is een zeer terechte vergelijking die de schrijver trekt:

Vergelijk dat eens met een sportschutter: die moet, om zijn verlof tot het houden van een vuurwapen veilig te stellen, per jaar minimaal 18 schietbeurten maken. En het spannendste dat een sportschutter doet is waarschijnlijk een wedstrijd schieten. Hoe kan het zijn dat de overheid politieagenten de straat op stuurt met zo’n 3 á 4 schietbeurten per jaar?

Dát punt is duidelijk: agenten zijn onvoldoende – en dat lijkt me in dit verband toch echt wel het eufemisme van het jaar – getraind voor de gevaarlijke situaties waarin zij regelmatig belanden. De burger kan dus maar beter meewerken wanneer hij door vijf van die totaal niet op de situatie ingestelde types wordt besprongen en we moeten er maar begrip voor hebben dat er bij arrestaties af en toe wat mis gaat. Die conclusies – die overigens niet expliciet zo worden verwoord – zijn even onzinnig als waar, maar daar gaat het me nu even niet om.

Een agent die nog geen kwart van de trainingstijd krijgt die wettelijk verplicht is voor een sportschutter, terwijl hij in de praktijk in veel bedreigender en gecompliceerder situaties terecht komt, is geen wetshandhaver meer, maar een regelrecht gevaar voor de samenleving. Een agent die gemiddeld 41 minuten per week gevechtstraining krijgt, legt in no time het loodje tegen iedere amateur die zich wél serieus met vechtsport bezig houdt. Je hebt niet eens een zwarte band nodig om hem zijn wapen te ontfutselen. Zo’n agent is dus ook een gevaar voor zichzelf en zijn collega’s.

De enige logische gevolgtrekking is deze: van een agent die de straat op gestuurd wordt met een vuurwapen, wetende dat hij niet is toegerust om zo’n ding zelfs maar bij zich te hebben, zou je toch verwachten dat hij naar zijn baas stapt en hem toevoegt wat hij met zijn Walther P5 kan doen? Die conclusie is sticking out a mile – zoals de Engelsen zo fraai zeggen – maar ik mis hem totaal in het stuk.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s