Laatbloeier

matrix-multiply-orderOp de middelbare school bracht ik niets terecht van wiskunde, vooral algebra was een ramp. Meetkunde was visueel, dus daar wilde ik nog wel een beetje mee meekomen. Kansberekening vond ik verschrikkelijk leuk, maar dat hielp niet: ik begreep er niets van. Gelukkig was daar de vader van mijn beste vriendje, tevens wiskundeleraar op onze school. Hij gaf me bijles en liet me de avond voorafgaand aan een proefwerk het type sommen oefenen dat ik moest gaan maken. Het was nog nét geen fraude: ik heb nooit dezelfde sommen gehad als uit het proefwerk, maar leerde wel exact wat ik doen moest om een som van een correct antwoord te voorzien. Zo heb ik proefwerken met matrix-sommen tot een bevredigend einde gebracht.

Zoals de Engelsen zeggen: I went though the moves, maar begrijpen wat ik aan het doen was, ho maar. Het was wel duidelijk dat ik wiskunde ging laten vallen, en dat was voor degene die mij bijles gaf ook de reden waarom hij me zo bijspijkerde. Mijn klasgenoten begrepen er niets van dat ik met een acht voor wiskunde een pretpakket koos, ik wist wel beter.

Ik eindigde op mijn zevenentwintigste als archeoloog en kwam op een goede dag te werken bij een onderzoeksproject naar Romeinse brugfunderingen in de Maas bij Cuijk, vlak onder Nijmegen. Daar werkte een fysisch-geograaf die het omringende landschap in de Romeinse tijd reconstrueerde omdat, zoals hij dat zelf zei, ‘een brug wordt gemaakt op de maat van het landschap’. Dankzij zijn onderzoek konden we herleiden hoe hoog en hoe lang de brug was geweest.

Dat voorbeeld vond ik zó inspirerend dat ik besloot de vakken fysische geografie te gaan studeren die nuttig waren voor het vak van archeoloog. Meestal zaten die vakken al in het curriculum, maar ik had klassieke archeologie gestudeerd, en daar werd destijds niet zoveel aandacht besteed aan het landschap (inmiddels is dat wel anders trouwens). In mijn volgende baan – als archeoloog bij de Betuwespoorlijn – kreeg ik daarvoor de gelegenheid: genoeg vakantie en ATV-dagen én genoeg salaris!

Terwijl ik zo mijn vrije dagen weer op de universiteit doorbracht, kreeg ik op mijn werk steeds vaker te maken met civiel ontwerpers, constructeurs en grondmechanici. Aan de vergadertafel volgde ik hun – zeer technische – verhalen nooit en dat stak me. Aangezien ik losse vakken aan de universiteit volgde, koos ik grondmechanica en ingenieursgeologie erbij: ik moest en zou mee kunnen praten en begrijpen wat er speelde.

Dat waren behoorlijk technische vakken met heel veel formules, met logaritmen erin enzo. Dat kon ik volgen en wat nog fijner was: de variabelen in die formules waren empirische variabelen. Ze gaven grootheden weer die het gedrag van de bodem konden voorspellen en die grootheden konden door middel van laboratoriumproeven worden vastgesteld. Samendrukbaarheid bijvoorbeeld, of rusthoek. Het was een kwestie van een proefje doen, een metertje aflezen en invullen. Ik begreep dus waar die variabelen voor stonden. Vagelijk kreeg ik het vermoeden dat ik wiskunde misschien nu beter kon begrijpen.

Toen ik de studiebegeleider van fysische-geografie eens sprak over het bij elkaar sprokkelen van een hele propedeuse – ik volgde immers losse vakken en kon daarmee doorgaan – vertelde hij me dat ik dan toch echt eerst mijn natuurkunde en wiskundedeficiëntie moest zien in te halen. Zonder die twee vakken in mijn middelbare schoolpakket kon ik een propedeuse-examen niet aanvragen, zelfs al had ik alle tentamens inmiddels gehaald.

Omdat wiskunde destijds mijn grootste struikelblok was geweest, besloot ik dat als eerste te tackelen. Ik toog naar het James Boswell-Instituut in Utrecht en haalde daar achter elkaar mijn deelcertificaat Wiskunde A1, Analyse en Wiskunde A2. Wat nog verwonderlijker was: ik begreep het niet alleen goed, ik gaf zelfs bijles aan medestudenten en ik haalde de tentamens met een 9,5 of hoger.

Daarna veranderde mijn leven enigszins. Minder vakantiedagen en meer verantwoordelijkheden verhinderden me om ook Wiskunde B te gaan inhalen. Meer losse vakken fysische geografie zijn er ook niet meer van gekomen. Op mijn werk ben ik inmiddels wel degene aan wie mensen vragen stellen als het over wiskunde gaat en ik ben er zelfs ooit in geslaagd een middelbare scholiere bijles te geven over een wiskundeonderwerp dat ik nooit gehad heb en dat ik ook niet begreep, maar waar ze later wel een 9,5 voor haalde. Nou vráág ik je.

De moraal van dit verhaal: er bestaat zoiets als laatbloeiers. Wat je op je vijftiende aan intellectuele stof kunt verwerken, zegt niets over wat je op je dertigste zult kunnen. Toch laat ons onderwijssysteem vijftienjarigen kiezen welke vakken ze wel en niet verder gaan ontwikkelen. Daarmee gooit ons onderwijssysteem enorme hoeveelheden potentieel weg.

Het is waar dat je dingen op latere leeftijd weer kunt inhalen. In mijn geval was dat voor wiskunde de enige optie: ik was er – zeg maar – eerder niet rijp voor. Maar ik weet uit ervaring ook wat contractonderwijs en wiskundeinstituten kosten en die kosten zijn zoals de Engelsen zeggen forbidding. Ik weet zeker dat de meeste mensen met laatbloeiend potentieel die kosten én die tijd nooit zullen kunnen opbrengen. Ik had het geluk eindeloos lang vrijgezel te blijven: ik kon mijn geld besteden zoals ik wilde en ik kon mijn tijd besteden zoals ik wilde (en ik had geen TV!).

Matrixsommen kan ik trouwens nog steeds niet oplossen en ik heb ook geen idéé waar ze goed voor zijn…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Mijzelf, Samenleving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Laatbloeier

  1. mnb0 zegt:

    “Het was nog nét geen fraude”
    Dat is helemaal geen fraude. Dat is de wijze waarop ik wiskunde geef aan leerlingen die de economische richting kiezen (boekhouden en bedrijfsrekenen), omdat ze wis- en natuurkunde niet kunnen en ook absoluut niet leuk vinden.

    “ik heb ook geen idéé waar ze goed voor zijn…”
    Tien vergelijkingen met tien onbekenden op de klassieke manier oplossen is erg bewerkelijk. En matrixsommen zijn uitstekend te programmeren, zodat een computer de oplossing in een tel geeft. Maar om ze te kunnen programmeren moet je ze eerst beheersen.
    Een beetje Googelen leerde me dat ze worden gebruikt in cryptografie

    http://aix1.uottawa.ca/~jkhoury/cryptography.htm

    electrische circuits

    http://www.analyzemath.com/applied_mathematics/electric_circuit_1.html

    en economie.

    Ik vind ze stomvervelend en dus echt iets voor computers.
    Dus nu hebt u wel een idee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s