Ginnungagap

GinnungagapEssayist Paul Cliteur heeft ooit in volle ernst beweerd dat gelovigen die zich op de bijbel beriepen, dat consequent moesten doen. Je kon niet op het ene moment een tekst letterlijk nemen en op het andere moment van een andere tekst zeggen: ‘maar dat is figuurlijk bedoeld’. Gelovigen – aldus Cliteur – moesten de bijbel met één maat meten. Dat is een volslagen idiote gedachte.

De meeste lieden die een bijdrage aan de bijbel hebben geleverd, hadden geen idéé dat hun verhalen daar ooit in terecht zouden komen. Zij hebben geput uit een zee van verhalen die er in het Midden Oosten al was, hebben die verhalen overgenomen, bewerkt, er tegen gepolemiseerd, ze verwerkt in andere verhalen, ze omgedraaid, er naar verwezen en eraan toegevoegd. Ze hebben er geschiedenis, horror, liefdespoëzie, geestelijke liederen, filosofische bespiegelingen, bouwvoorschriften, tragedies, theologische verhandelingen, cabaretteksten en doodsaaie lijsten en opsommingen mee geschreven en die weer aan de zee van verhalen toegevoegd. Bijbelverhalen hebben vele doelen en nog veel meer literaire en andere taalkundige middelen. De taal van de bijbel kent vele maten, en moet dus ook zo gelezen worden.

Wij leven in een moderne maatschappij waarin zaken als helder formuleren wat je bedoelt, je éénduidig uitdrukken, zeggen wat je denkt, consequent nadenken en specifiek, meetbaar, aantoonbaar, realistisch, transparant en controleerbaar zijn, gelden als heel belangrijk. Zo mogelijk nog belangrijker is de gelijkschakeling van de begrippen ‘waar’ en ‘aantoonbaar feitelijk correct’. Dat is een bij uitstek ‘modern’ denkraam, zonder meer nuttig, maar volstrekt ongeschikt voor het begrijpen van de taal van antieke religieuze teksten. Die ene maat van Paul Cliteur is hopeloos nieuwerwets en veel te beperkt om die zee van verhalen te bevatten.

Het mooiste voorbeeld daarvan is een passage uit De Kleren van de Keizer, het tweede essay van Het Atheïstisch Manifest van Herman Philipse. Hij schetst een oud-Germaanse scheppingmythe.

Volgens de Edda is de bewoonbare aarde ontstaan in het midden van de grote leegte, de Ginnungagap, en wel als volgt. Het water van elf rivieren die ontspringen uit de put Hvergelmir wordt tot ijs doordat het de Ginnungagap beroert. Dit ijs botst op het vuur van de gloeiende wereld Múspell in het zuiden, die aan de Surtr toebehoort. Uit de botsing van ijs op vuur verrijst de gigant Ymir, die twee reuzen baart uit het zweet van zijn rechteroksel, terwijl zijn benen samen een derde zoon verwekken. later ontstaan drie godenzonen, Odin, Vili en Vé, afstammend van de koe Audhumla en de reus Bolthorn. Deze goden vermoorden de gigant Ymir en brengen zijn lijk naar het midden van de Ginnungagap, waar zijn vlees de aarde vormt, zijn bloed de wateren waarin de reuzen worden verzwolgen, zijn schedel de hemel, zijn benen de bergen, enzovoort.

Direct na dit citaat heeft Philipse weinig moeite nodig om de lezer ervan te overtuigen dat er hele goede redenen zijn waarom wij van dat hele verhaal geen spaan meer geloven. Toen ik dat las, was mijn eerste gedachte: de Germaan die dit verhaal voor het eerst bij het kampvuur vertelde, ligt nu op hoge snelheid te tollen in zijn graf, misschien van verontwaardiging, maar waarschijnlijker van de slappe lach. Voor Philipse is het volstrekt vanzelfsprekend dat de verhalen uit de Edda en de bijbel oorspronkelijk letterlijk bedoeld waren, zó vanzelfsprekend dat hij niet eens op het idee komt dat waarschijnlijk te maken, laat staan te bewijzen.

Niets is minder waar. Er is in het scheppingsverhaal uit de bijbel maar weinig echt letterlijk bedoeld. Dat merk je bijvoorbeeld aan het grote aantal woordgrappen dat erin voorkomt – dat helaas in iedere vertaling verloren gaat. Je merkt het ook aan de verwijzingen die erin voorkomen naar oudere scheppingsmythes uit Mesopotamië, die onderdeel uitmaakten van de zee van verhalen waaruit de bijbelvertellers putten. Dat Mesopotamische deel van die zee van verhalen is ooit ‘teruggevonden’. Het was kwijt – echt wég – tot het monent dat we het spijkerschrift ontcijferden en Akkadische en Sumerische teksten begonnen te lezen. In zekere zin heeft de bijbel daarmee een stuk van zijn eigen achtergrond teruggewonnen.

Datzelfde is ongetwijfeld ook aan de hand met de Edda. Alleen hebben we veel minder kennis over wat de Germanen zelf – en de volken die hen vóórgingen en omringden – precies dachten bij het begrip Ginnungagap, wat de rechteroksel nu voor betekenis en bijbetekenissen had, hoe je zonen verwekt met ‘benen’, of welke verhalen er allemaal nog meer waren over de reus Bolthorn en de koe Audhumla. De Edda is één tekst uit de Noordse zee van verhalen die er ooit geweest moet zijn, en die we onvoldoende kennen. Dan is het makkelijk prijsschieten voor Herman Philipse.

Philipse is in zijn stukje het slachtoffer van twee typisch moderne misvattingen: dat iets alleen waar is als het aantoonbaar feitelijk correct is en dat mensen vroeger eerder geneigd zo achterlijk waren om mythen en sagen aperte onzin voor waar aantoonbaar feitelijk correct aan te nemen. Het in de Verlichting ontstane idee dat de mensheid vooruitgang boekt, heeft aan dat laatste in niet geringe mate bijgedragen: wie zichzelf ziet als het voorlopige eindpunt van een stijgende lijn, kán niet anders dan op zijn voorgangers neerkijken.

Begrijpt u mij niet verkeerd: met de moderniteit van Cliteur en Philipse is op zichzelf niets mis, integendeel: het heeft ons bijzonder veel goeds gebracht. Waar we ons vroeger in leven moesten houden met opgegraven grondwater, zelf gevangen en gevilde konijnen en wat scherpe stukken vuursteen hebben we nu schoon drinkwater uit de kraan, de Albert Heijn om de hoek en clusterbommen.

Ik ben ook erg blij dat de moderne wetenschap ons de roodverschuiving, de Big Bang en de evolutietheorie heeft geschonken. Daar waren we nooit op gekomen als we niet eerst consequent, specifiek, meetbaar, aantoonbaar, realistisch, transparant en controleerbaar hadden leren nadenken. Dat als gevolg daarvan de letterlijke interpretatie van het scheppingsverhaal uit de Edda en de bijbel van tafel kan, is wat mij betreft mooi meegenomen. De theologen wisten dat zonder Big Bang en Darwin trouwens duizend jaar geleden ook al, dus van hen verwacht ik ook niet al te veel protest.

Op een enkeling na dan. De enkeling die net als Cliteur en Philipse modern zijn gaan denken en die denkwijze met alle geweld – pun intended – ook op hun geloofsopvattingen zijn gaan toepassen. Die enkelingen, daar zitten de lieden tussen die zich laten verleiden tot het plegen van aanslagen.

Wat nog erger is: die enkelingen – ook zij die zich niet van geweld bedienen – bepalen zeer sterk het beeld van geloof, religie en de inhoud van oude stichtelijke teksten. Dat is ook logisch: ze denken immers consequent, specifiek, meetbaar, aantoonbaar, realistisch, transparant en controleerbaar. Ze nemen hun heilige schrift met één maat en zijn dus veel makkelijker te begrijpen door lieden die ook consequent, specifiek, meetbaar, aantoonbaar, realistisch, transparant en controleerbaar nadenken, zoals Cliteur en Philipse, en met hen vele westerlingen.

Ondertussen gaan gewone, gemiddelde gelovigen gewoon door met elkaar verhalen vertellen die in hun ogen waar zijn en met het in stand houden van zinloze folklore waar ze in hun ogen wel degelijk wat aan hebben, tot verwondering van Cliteur en Philipse, en tot grote woede van enkele van hun meer uitgesproken – en iets minder goed opgevoede – collega’s, die het verschil met de letterlijken niet zien en zich maar blijven verwonderen waarom al die achterlijkheid niet al lang uitgestorven is in het licht van de moderne wetenschap.

Het antwoord is – vermoed ik – vrij simpel: omdat het helemaal niet achterlijk is, net zomin als dat de mensen vroeger dommer zouden zijn geweest dan wij nu.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Literatuur, Religie, Samenleving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

11 reacties op Ginnungagap

  1. henktjong zegt:

    Nou vooruit dan maar: waarom is het niet achterlijk om in bijbelse sprookjes te geloven?

    • Heel simpel eigenlijk: omdat dat lullig is voor sprookjes in het algemeen (Grimm, Andersen, Bijbel of Edda, maakt niet uit).
      De mensheid is nu pakweg – wat zal het zijn – zo’n zestig tot veertigduizend jaar oud. Verreweg het grootste deel hebben die op enigerlei wijze aan wat wij nu ‘sprookjes’ noemen (maar we bedoelen daar ‘feitelijk incorrecte verhalen’ mee) op enigerlei wijze geloof gehecht en neem van mij aan: die mensen waren beslist niet achterlijker dan wij nu.
      De keuze om aan dergelijke ‘sprookjes’ geen geloof meer te hechten omdat ze feitelijk incorrect zijn is een zeer recente keus en bovendien één van een griezelig kleine minderheid.
      Statistisch gezien lijkt het me niet erg waarschijnlijk dat die zeer recente kleine minderheid ineens een sprong voorwaarts gemaakt heeft qua intelligentie…
      Wat mij betreft is het concept ‘achterlijk’ hier in het geheel niet relevant.

  2. mnb0 zegt:

    “Dat is een volslagen idiote gedachte.”
    Het is bovendien zeldzaam arrogant. Ongelovigen als Cliteur schrijven daarmee anderen voor hoe en wat ze moeten geloven. Als wij niet accepteren van gelovigen als ze ons vertellen wat ongeloof/atheïsme betekent (“deprimerend!” “zinloos!” “amoreel!”) moeten we die fout zelf ook niet maken.
    Daarnaast is er nog iets. Ik mag op internet heel erg graag bijtende kritiek leveren op het geloof van de gelovige die met mij in discussie gaat; hoe sarcastischer en gemener hoe leuker. Dat werkt alleen als die kritiek gericht is op wat de gelovige gelooft en niet op wat mr. Cliteur of mr. Dawkins meent dat de gelovige zou moeten geloven.
    Dus probeer ik altijd eerst uit te vissen wat dat geloof nou inhoudt. Mijn bevinding is: twee gelovigen, drie geloven, wat ik natuurlijk weer tegen de gelovigen gebruik. Alleen valt dat niet te combineren met het malle voorschrijft van Cliteur.

    Van Philipse dient u niet het Atheïstisch Manifest te lezen, maar God in the Age of Science. Zelfs hijzelf is die mening toegedaan. Ter verdediging van hem, in dit geval, wil ik opmerken dat dit zijn waarschijnlijk is: “goede redenen zijn waarom wij van dat hele verhaal geen spaan meer geloven”. Hij heeft geen belangstelling voor de Germaan van toen, maar voor zijn tijdgenoten van de 20e en 21e eeuw. Dan is de vraag wel degelijk waarom die zich er nog druk om zouden moeten maken. U geeft er geen antwoord op (“ze houden ze voor waar”, wat “waar” dan ook moge betekenen; “ze hebben er wat aan”, zonder duidelijk te maken wat; de ultieme vluchtweg – houd het vaag) en het is mij opgevallen dat behalve de literalisten (die helemaal niet zo literalistisch zijn maar inderdaad wel modern) ongeveer nul gelovigen dat proberen. Er zijn niet zoveel mensen meer die het “Ginnungagap” verhaal nog aan elkaar doorvertellen – waarom dan wel die uit een betrekkelijk onbelangrijke uithoek van 2000 – 2600 jaar geleden? Ja, leuke verhalen, zeker. De Griekse mythologie vind ik nog veel leuker, maar daarom houd ik ze nog niet voor “waar”.
    Erger nog, die moderne uitvinding, de wetenschap, beginnend bij de Oerknal, via de expansie van het heelal, de vorming van sterrenstelsels, het Zonnestelsel, de Aarde, abiogenesis, evolutie, prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd, Verlichting, twee Wereldoorlogen en nog zeven decennia tot en met MNb achter zijn computer, vertelt een verhaal waar al die oude verhalen niet bij in de schaduw kunnen staan.

    Zondvloed, zegt u? Ik zeg een paar meteorieteninslagen waarbij het grootste deel van het aardse leven werd vernietigd.
    Mozes die 40 jaar in de Sinai rondzwerft? Homo Sapiens die gedurende tienduizenden jaren vanuit Afrika de gehele wereld rondtrekt.
    De Aarde die een dagje stopt met draaien? De atmosfeer die zodanig is verduisterd dat er nog maar weinig zonlicht doorheen komt.
    Een paar plaatselijke rijken die ten onder gaan? De Maja’s, de Azteken, India, China, de Zulu’s..
    Een obscure (in zijn tijd) messias-pretendent die aan het kruis eindigt? Kies uw filosofische en politieke held maar uit.
    De morele boodschap van die rabbi? De Universele Rechten van de Mens.
    De visioenen uit Openbaring? De modder van de Amerikaanse Burgeroorlog, de loopgraven van WO-1 en dit:

    De Bijbel is niet achterlijk (en u maakt precies dezelfde fout die u Philipse en Cliteur verwijt door aan te nemen dat ze dat bedoelen), maar achterhaald.
    Uiteraard is elke christen uitgenodigd mij uit te leggen wat de Bijbel nog wel voor mij zou kunnen betekenen, zolang als ik op internet rondhang. Geen enkele is ooit verder gekomen dan “ja, maar er staan ook mooie, goede dingen in.” Die kan ik ergens anders ook wel vandaan halen. Om Newtoniaanse mechanica te begrijpen hoef ik Newton zelf ook niet te lezen. Heb ik nooit gedaan en ik denk vele natuurkundeleraren met mij.
    Maar misschien is er iemand die mij wel kan uitleggen waarom ik de Bijbel moet lezen, behalve om te begrijpen dat het boek inderdaad achterhaald is. Laten we bv. beginnen met de Canaânitische genocide. Welke “waarheid” kan ik daar uit peuren, die ik ergens anders niet kan vinden, en wat zou ik daar aan kunnen hebben in de 21e eeuw?

    • “zonder duidelijk te maken wat; de ultieme vluchtweg – houd het vaag”
      Daar sla je de spijker op zijn kop! Dit is inderdaad de handicap van de gelovige. Datgene waar gelovigen het over willen hebben, daar kunnen ze het eigenlijk helemaal niet over hebben. Het is niet voor niets dat ze zich bedienen van ‘sprookjes’: het is de enige manier om min of meer te ‘benaderen’ waar ze het over willen hebben.
      Die handicap wordt alleen maar hinderlijker als je iemand tegenover te treft die de – consequente, specifieke, meetbare, aantoonbare, realistische, transparante en controleerbare – vraag stelt: maar wát dan?
      Het is – met andere woorden – geen vluchtweg: er wordt niet gevlucht en er is geen weg, alleen een omweg.

      “Hij heeft geen belangstelling voor de Germaan van toen”
      Dat is een aardige observatie, zo had ik het nog niet bekeken. Staat Philipse natuurlijk vrij, maar als hij niet geïnteresseerd is in de Germaan van toen, heeft het ook niet veel zin om de Edda te gaan citeren. Die beroof je dan van zijn integrale context en dus van zijn betekenis. Datzelfde geldt voor de bijbel: als je die wilt citeren zonder enige belangstelling voor de plaats en tijd waarin de teksten zijn geschreven, wordt hij vanzelf betekenisloos. En terzijde: dat is dus wat literalisten (o.a.) doen. (koran: zelfde laken een pak)

      “Die kan ik ergens anders ook wel vandaan halen.”
      Ja, natuurlijk kan dat. En dat moet je ook vooral doen. Bij ons in de kerk hangen ook uitspraken van Rumi, en die club is beslist niet van de vrijgevochten linkerzijde.
      Mijn punt: de bijbel is ook ‘ergens anders’ en zolang er nog lieden rondlopen voor wie de ‘sprookjes’ in de bijbel op de één of andere manier zinvol zijn, heeft het niet veel zin te zeggen dat hij achterhaald is (behalve natuurlijk als je hem letterlijk gaat lezen).

      • henktjong zegt:

        Ja maar dat vind ik nou juist zo vreemd. Als ik een roman lees (zelden) of een detective weet ik dat hij (voor het grootste deel) is verzonnen. Dat de personen over wie ik lees niet bestaan. Ik heb daar geen problemen mee, want dat is suspension of disbelief. Non-fiction, of mijn historische literatuur, vraagt gaan sod, het is een verzameling feiten met daaruit getrokken conclusies die ook open plekken in het narratief moeten invullen, of tenminste verklaren. Dit alles is een algemeen aanvaard gedrag. Met de bijbel e.d. is dat anders. Door gelovigen wordt mij verteld dat ik dat allemaal moet geloven, want het is door god ingefluisterd en die kan het weten. Mijn probleem is dat ik dat niet kan, mijn sod werkt niet. Zeker niet als het over wonderen gaat of uit de lucht komende stemmen. Wat is dat dan? Het wordt nog erger als gristenen mij voorhouden dat ik naar die onzin moet luisteren en die moet integreren in mijn leven want dat het anders slecht met me af zal lopen. In één of ander hiernamaals, dat wel, want ze kunnen niet garanderen dat ik in dit leven al zal merken hoe fout ik zit. Sinds ik dit op mijn 13e door begon te krijgen is mijn afkeer tegen en ongeloof in al deze verhalen alleen maar toegenomen. Dus waarom mag ik zulke boeken als de bijbel niet letterlijk lezen als ik me geintimideerd voel door die lui die me volstrekt belachelijke regels opdringen, met de al of niet duidelijk uitgesproken waarschuwing: of anders…?

        En hoe is iets ‘lullig voor sprookjes’? Die hebben toch geen gevoelens?

        • Dat is ook logisch. Suspension of disbelief werkt zolang het gaat om teksten die binnen je eigen (of een verwante) culturele spectrum vallen. Boeken als de bijbel – of het Gilgamesh-epos – werken met behoorlijk verschillende middelen en zijn voor ons stukken lastiger te ‘volgen’.

          ‘Sprookjes’, lees: erfgoed, museumstukken, kunst, alles van waarde (dat dus weerloos is volgens Lucebert). Hebben ook geen gevoelens. En als je per sé de droogstoppel wilt uithangen: vertellers, toehoorders en anderen die sprookjes waarderen.

  3. mnb0 zegt:

    Het ironische is natuurlijk dat RK zelf met bv. zijn boeiende stukjes over christenen in Cordoba, 9e eeuw, zelf een bijdrage levert aan het indrukwekkendste verhaal dat de mens ooit heeft verteld, het verhaal van 13,7 miljard jaar.

  4. Dirk zegt:

    Dat zogenaamde “vaag-zijn” is geen vluchtweg: het is de erkenning van de onmogelijkheid van het weten. Het is vast frustrerend voor een strijdbaar atheïst met bekeringsdrang als een gelovige niet in de zorgvuldig opgestelde val van de ondubbelzinnige nauwkeurigheid wil trappen.
    Gelovigen die beweren dat de bijbel onontbeerlijk is voor een geslaagd leven, slaan uiteraard de bal mis, al is een basiskennis ervan onmisbaar voor wie enkele eeuwen westerse kunst wil begrijpen.
    Dat de wetenschap een schitterend verhaal heeft blootgelegd is zonder twijfel waar. Ik kan er door gebiologeerd zijn, geprikkeld en getroost worden. Net als door Griekse mythen of bijbelverhalen.

  5. John zegt:

    De schrijver van dit stuk gaat er vanuit dat Cliteur en Philipse vinden dat gelovigen hun heilige teksten letterlijk moeten nemen. Dit lijkt mij onterecht en bovendien onheus. De heren zijn namelijk landelijk bekende atheisten die deze teksten openlijk met een korreltje zout nemen.

    Het punt dat zij maken is juist precies andersom: je kunt die teksten NIET letterlijk nemen. En wanneer je vindt dat dit wel moet zul je aannemelijk moeten maken waarom.

    • Dat Philipse zijn religieuze teksten te letterlijk neemt, stel ikzelf vast. Cliteur beweert het in één van zijn essays letterlijk (ok, in dit verband is dat een grappige opmerking) zoals ik het hierboven zeg: je kunt niet ene tekst letterlijk lezen en dan bij de andere beweren dat hij figuurlijk bedoeld is. Al zou ik zo gauw niet meer weten waar hij dat zegt. Zijn boek is de weg van al mijn overbodige boeken gegaan: de weggeefkast 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s