Hypothese

foto: Cadbury Reseach Library, BirminghamEerder blogde ik over de (her)ontdekking van een oud koranmanuscript in de universiteitsbibliotheek in Birmingham. Korte samenvatting: een al langere tijd in die bibliotheek aanwezig manuscript van twee folio’s is gedateerd met de koolstofmethode en blijkt met 95% zekerheid te stammen uit de periode 568 – 645. Dat zou bij wijze van spreken kunnen betekenen dat de schrijver de profeet Mohammed nog persoonlijk gekend heeft.

Hoewel de opwinding groot was, bewijst de vondst niet bijster veel, omdat alleen het perkament gedateerd is, niet het schrijven van de tekst, en in theorie kan een ouder stuk perkament zijn gebruikt voor een nieuwe tekst. Daar zijn op dit moment echter geen aanwijzingen voor, dus we moeten ervan uit gaan dat de plusminus 1% van de volledige korantekst die op de folio’s te vinden is, inderdaad al heel oud zijn.

Er lijkt nu een oplossing te zijn gevonden voor de vraag naar de herkomst van het manuscript. Er blijkt namelijk in Parijs een dikker manuscript te vinden te zijn dat perfect aansluit bij het document uit Birmingham. Het lijkt vrijwel zeker dat beide bij elkaar horen, dat meldde ik al eerder. Van het Parijse manuscript blijkt nu bekend dat het stamt uit de moskee van Amr ibn al-As in de door hem gestichte garnizoensstad Fustat. Het is meegenomen door een Franse diplomaat toen Egypte onder bestuur van Napoleon stond begin 19e eeuw.

Kennelijk zijn enkele losse vellen van hetzelfde manuscript in Fustat gebleven en later, wellicht toen ze werden verplaatst naar de nationale bibliotheek in Cairo, achterovergedrukt en op de markt terecht gekomen waar Alphonse Mingana ze kocht. Dat is een hypothese die tot dusverre niet testbaar is, want het is niet bekend waar Mingana het manuscript kocht, noch van wie. Maar als het manuscript uit Parijs en Birmingham bij elkaar horen, dan stamt ook dat uit Birmingham uit Fustat.

Er blijken nu ook twijfels boven te komen drijven die ik al eerder aanstipte: de schrijfstijl van het manuscript klopt niet met de datering van het perkament. Oudere handschriften van de koran laten een veel eenvoudiger schrifttype zien. Ook de wijze van het aanduiden van verzen en scheidingen tussen hoofdstukken is iets te ‘modern’ voor een geschrift uit het begin van de zevende eeuw. Dat moet nog uitgezocht worden en mogelijk zal daarbij blijken dat óf een oud stuk perkament gebruikt is, óf de typologie van de ontwikkeling van het Arabische schrift moet worden bijgesteld.

Eén verhaal klopt echter zeker niet: in het artikel waar deze blogpost op is gebaseerd, wordt gesuggereerd dat het manuscript misschien wel een exemplaar betreft van de korancodificatie van Abu Bakr, de eerste kalief, die regeerde van 632 tot 634. Abu Bakr zou de koran als eerste op schrift hebben laten stellen nadat bij een veldslag iets teveel moslims waren gesneuveld die de koran uit hun hoofd kenden, aldus het verhaal. De voormalig secretaris van Mohammed, Zaid ibn Tabit, zou één exemplaar hebben vervaardigd, dat na de dood van Abu Bakr in handen kwam van de tweede kalief en na diens dood eigendom werd van zijn dochter Hafsa, tevens weduwe van de profeet.

Onder het bestuur van de derde kalief, Uthman, werd nogmaals besloten de koran te codificeren. Dit keer vanwege tekst- en uitspraakverschillen die begonnen te ontstaan tussen verschillende korangeleerden in de diverse delen van het razendsnel uitdijende rijk. Het exemplaar van Abu Bakr werd teruggevonden bij Hafsa en speelde uiteraard een grote rol in die codificatie. Van die tweede codificatie moet wel iets waar zijn, want hij ging gepaard met een maatregel van hoogst onislamitische aard: alle andere koranexemplaren moesten worden verbrand. Een gelovig moslim zou zoiets nooit opschrijven als het niet gewoon waar was.

Maar die eerste codificatie, dat is – volgens alle denkbare duck tests – een verzonnen verhaal. We kennen uit de islamitische traditieliteratuur de namen van de mannen die bij die ene veldslag sneuvelden en daar zitten juist erg weinig mannen bij die erom bekend stonden de koran uit hun hoofd te kennen. Wie bezorgd is dat de koran niet afdoende bewaard zal blijven, gaat het ene exemplaar dat er is, niet in de boekenkast laten verpieteren. Ook dat het boek een decennium lang bij een weduwe in vergetelheid raakte, strookt niet met dat gegeven. Dit verhaal moest overduidelijk de latere codificatie meer ‘gewicht’ geven en van een betrouwbare traditie voorzien.

Wat dan weer wél waar is: dat het Parijs-Birminghamse manuscript een teksttraditie weergeeft die beslist heel erg oud is, want zelfs wanneer het schrift van een eeuw later dan het perkament zou dateren, is het nog steeds één van de oudste koranteksten die we hebben.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Koran, Religie, Wetenschap en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Hypothese

  1. Pingback: Traditie onder druk | Apoftegma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s