Hy droegh onse smerten

Er zijn niet veel gedichten van drieënhalve eeuw oud die mensen nog kennen, maar een gedicht van dominee en dichter Jakob Reefsen (beter bekend als Revius, 1586-1658) is vandaag een goede kandidaat.

T’en sijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verradelijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,

T’en sijn de crijghs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:

Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit hebt gedaen,
Ick ben den swaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taeye streng daermee ghy ginct gebonden,

De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaes! om mijne sonden.

Dit gedicht is beroemd geworden omdat het een oud getuigenis is van het besef dat het niet de Joden waren die Jezus gekruisigd hadden. Een ouder getuigenis zijn trouwens de evangeliën, waar overduidelijk in beschreven staat dat het het Romeins bevoegd gezag was, maar dat terzijde.

Revius wordt als gevolg hiervan wel afgeschilderd als iemand die anti-semitisme avant la lettre bestreed, maar helaas: mensen in de zeventiende eeuw zaten ingewikkelder in elkaar dan onze éénentwintigste eeuwse schema’s van ‘goed’ en ‘fout’. Ter adstructie hier een andere tekst van Revius, die er niet om liegt.

Dat joden woeckeren met copen en vercopen
En is niet alte vremt: want, sedert datse sopen
Het gruys vant gulden calf, soo brant haer inde borst
Eylaci, na het gout een eyndelose dorst
Een eyndelose dorst, diese niet connen lesschen
Als wt der christenen cantoren ende tesschen

Voor wie niet al te bijbelvast is: dit gedicht slaat op een gebeurtenis in het bijbelboek Exodus: Mozes verbrandt en vermaalt het Gouden Kalf en dwingt vervolgens het volk der Israëlieten om het gruis, opgelost in water, op te drinken (Ex 32:20).

En dan een gedicht met als titel de beruchte tekst Sijn bloet sy over ons ende onse kinderen (Mt 27:25), dat je twee kanten op kunt lezen: langs de lijn van het eerste hier geciteerde gedicht, of langs de lijn van het tweede.

Het geen u vyant riep tot zijn verderf en schade
Dat roep ick tot u oock, ô heylant vol genade,
Maer tot mijn salicheyt, in vieriger aendacht;
U bloet zy over my en over mijn geslacht.
U bloet sy over my, mijn sonden te versmoren,
En op mijn kinderen, om t’quaet haer aengeboren
Te wasschen, en haer siel te redden van gepijn.
Soo sal der Joden vloeck voor ons een segen zijn.

Ik ben er nog steeds niet uit of Revius hier nu een antisemiet is of juist niet. Als het een goede dichter was, zou het zelfs nog allebei tegelijk waar kunnen zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis, Religie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Hy droegh onse smerten

  1. mnb0 zegt:

    Geen Hollandse Johannes Reuchlin dus.

  2. Oom Paspasu zegt:

    Iesschen moet lesschen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s