Slavernij

DollarsEen goede kennis van me is Rooms Katholiek priester. Het is een jonge vent die merkbaar enorm plezier heeft in zijn werk. Dat is zeldzaam in die beroepsgroep, niet het plezier, wel dat zoiets merkbaar is, maar dat terzijde. Hij vertelde me eens dat zijn zus zich tegenover derden regelmatig moet verantwoorden voor de keuze van haar broer om een beroep te kiezen dat door velen – zeg maar – gezien wordt als ‘besmet’.

Een goede vriend van me werkt bij een bank. Die heeft zich in vijfentwintig jaar nog nooit hoeven verantwoorden voor wat hij doet. Sinds een aantal jaren is dat echter niet meer ondenkbaar. Het zou zomaar kunnen dat over pakweg vijftig tot honderd jaar het woord ‘bank’ zo ongeveer dezelfde connotaties heeft als ‘bordeel’ en ‘bankemployee’ die van ‘pooier’. Mogelijk dat op het hele bankaire systeem over twee- tot vijfhonderd jaar wordt teruggekeken zoals wij nu terugkijken op – bijvoorbeeld – slavernij: achterhaald, onmenselijk en misdadig.

Dat beweren sommige mensen nu al, zou u kunnen zeggen. Dat is waar, maar niemand zou nu nog op het idee komen om in slaven te gaan handelen. Als dat gebeurt staat er een compleet gerechtelijk systeem klaar om daarmee te dealen. En dan zwijg ik nog over de sociale uitsluiting. Slavernij hoort gewoon niet te bestaan, is de nu wijd verbreide mening. Maar banken bestaan nog steeds, worden zelfs nieuw opgericht en daar klagen we niet over. Wel over woekerpolissen en bonussen, over hoe we bankieren dus, maar niet over het feit dat er wordt gebankierd.

Stel nu eens dat ik gelijk heb en dat over een paar honderd jaar slavernij en bankieren twee van hetzelfde zijn: iedereen vindt dat ze niet horen te bestaan, omdat het instituut op zich gewoon fout is, een misdaad tegen de menslijkheid. Dat betekent dat we dan anders terug zullen kijken op de periode waarin we nu leven, héél anders. Velen van ons zullen in de ogen van onze nazaten op zijn ergst (mede)plegers van misdrijven zijn of op zijn minst ‘wegkijkers’.

Onze nazaten zullen – haast vanzelf – ook de vraag moeten gaan beantwoorden waarom wij ons gedroegen zoals wij ons nu gedragen, want voor wie het zonder verder nadenken evident is dat wij ons misdragen, is een verklaring noodzakelijk. Ons gedrag is immers afwijkend, niet conform de menselijke norm en vooral: niet voor de hand liggend. Die vraag zal in de meeste gevallen beantwoord worden in termen van een reden of motivatie: waarom werd er in de 21e eeuw gebankierd?

Het type antwoord dat zij daarop zouden kunnen geven, kunnen we vinden in het type antwoord dat wij nu wel eens tegenkomen voor het bestaan van slavernij in het verleden. Ik trof er één aan in het onlangs door mij afgefakkelde Vademecum van de islam. Daarin werd verwezen naar het – inhoudelijk volkomen juiste – feit dat de koran (en trouwens ook de bijbel) nergens het fenomeen slavernij veroordeelt, er hoogstens voorwaarden bij stelt. Eén formulering in het Vademecum was veelzeggend: “Slavernij vindt onder andere zijn oorsprong in….”, gevolgd door een aantal koranpassages.

Net als de vraag is dit antwoord onlogisch: slavernij vond zijn oorsprong niet in een paar koranverzen, het was er al lang vóór de koran. De koran trof slavernij aan, ging er de dialoog over aan, maar hoefde niet te bedenken waarom het er eigenlijk was.

We bankieren omdat we dat systeem aantreffen in de maatschappij waarin we opgroeien en die maatschappij volledig ingesteld is op de gebruikmaking van dat systeem. Er zijn maar héél weinig mensen die zich afvragen waarom we eigenlijk banken gebruiken en of het niet anders kan, misschien een enkele econoom. Zo is er dus ook niet echt een antwoord op de vraag waarom bankieren bestaat. Wel in de vorm van een historische verklaring, maar niet in de vorm van een reden of motivatie: we bankieren omdat we bankieren.

Zo kan ook slavernij eenvoudig historisch worden verklaard, maar slaven en slavenhouders en -handelaars zullen zich zelden hebben afgevraagd waarom er eigenlijk slaven waren en of het niet anders kon. De samenleving die mensen aantroffen tijdens het opgroeien, was nu eenmaal al ingesteld op slaven. Men hield slaven omdat men slaven hield.

Zoals wij ons nu druk kunnen maken over wurgpolissen, woekerrentes, bonussen en hoe we bankieren, zo had menigeen vroeger ook een mening over hoe men slaven diende te behandelen. Opvallend vaak zaten daar mensen tussen die een menswaardige behandeling voorstonden. Dat is logisch: wie als een beest tekeer gaat tegen zijn medemens, is meestal niet bijster sterk in zelfreflectie en zal dan ook niet snel een ordentelijk geformuleerde mening op schrift stellen.

Onder die meningen in de Oudheid en Middeleeuwen was ook de stelling te vinden dat wie zijn slaven vrijliet een misdaad kon begaan. Een meester was verplicht zijn slaven onderdak te geven en eten. Een vrijgelaten slaaf moest dat zelf regelen en niet zelden betekende vrijlating dan ook een verslechtering van diens levensomstandigheden. Een goede meester liet soms zijn slaven dan ook niet vrij. Een slechte meester stuurde ze – bijvoorbeeld – met pensioen door ze vrij te laten.

Een dergelijke genuanceerde gedachtengang loopt niet in de pas met wat wij nu denken over slavernij. Net zomin als de vergelijkbare genuanceerde gedachtengang die wij nu kunnen hebben over bankieren in de pas loopt met de toekomstige mening dat bankieren een misdaad tegen de menselijkheid is. De reden daarvoor is even logisch als onlogisch: onderdeel van onze huidige mening over slavernij – en wellicht onze toekomstige mening over bankieren – is nu juist dat alleen het radicale standpunt juist is en dat sluit elke vorm van nuance uit.

Juist het radicale van ons eigen standpunt beneemt ons het zicht op de nuance, en doet ons menen te maken te hebben met een ánder radicaal standpunt. Wellicht is het daarom dat men geneigd is verklaringen te zoeken die – al of niet terecht – aangezien worden voor radicaal en dan ligt de mogelijkeheid van een verklaring vanuit religie natuurlijk voor de hand.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Religie, Samenleving en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Slavernij

  1. mnb0 zegt:

    Op deze manier religie bekritiseren werkt inderdaad niet. Maar het kan anders.
    Nogal wat gelovigen houden vol dat hun god de bron is van een objectieve moraal.

    http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/115303-objectieve-morele-waarden-komen-van-een-morele-wetgever-god.html

    Als slavernij nu fout is was slavernij destijds ook fout; een objectieve moraal geaccepteerd zijnde kan men niet volhouden dat historische omstandigheden destijds slavernij rechtvaardigden. En dan wordt het een probleem dat de Bijbel en de Koran slavernij proberen te reguleren en daarmee impliciet goedkeuren. Zelfs dit

    “wie zijn slaven vrijliet een misdaad kon began”
    voldoet niet. Als Jezus of Mohammed een objectieve moraal verkondigden hadden ze kunnen voorschrijven om slaven onvoorwaardelijk vrij te laten die de wens daartoe uitten. Dat hebben ze evenmin gedaan.
    Voor wat mijn eigen atheïstische ethiek betreft: ik hoop oprecht dat men over een paar eeuwen zoveel verbeteringen heeft aangebracht dat men evenveel afschuw voelt voor mijn ethiek als ik voor allerlei aspecten van de moraal in de Bijbel en de Koran.

    • Oom Paspasu zegt:

      Ik denk niet dat veel gelovigen, inclusief de auteur van onzinnige tekst achter de link, een één-op-één relatie tussen de goddelijke, “objectieve” moraal en de regels in de heilige boeken zien. God is immers genadig en toegevend “vanwege de hardigheid uwer harten” en komt met een compromis tussen de conventionele en de goddelijke moraal. Het is makkelijk voor een gelovige om te beredeneren dat wanneer het heilige boek zegt dat je goed voor slaven moet zijn, het huidige verbod op slavernij het ideaal dichter benadert. De mens heeft dan dus mettertijd beter naar zijn geweten leren luisteren.

      Daarnaast is het doel van de goddelijke moraal zelden een sociale hervorming, maar dat we God en elkaar liefhebben en dienen.

      Uw slotgedachte is ook voor mij goed om bij stil te staan (en doet mij sterk denken aan “Laat mij kleiner worden, Heer, en U groter”), maar veronderstelt ook een objectieve moraal, alleen dan niet een die we kunnen kennen door ons “geweten” en de “goddelijke openbaring”, maar die juist onkenbaar is en alleen te benaderen. Of zie ik dit verkeerd en gaat het om een intersubjectieve moraal die door meer menselijke dialoog in de toekomst zijn individuele aspecten kan verliezen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s