Religiocide

arbeitmachtfreiKun je een godsdienst uitbannen? Die vraag is recentelijk weer actueel geworden nu bepaald niet de minsten uit onze maatschappelijke elite zich onlangs – open, openlijk en in het openbaar – die vraag hebben gesteld. De reacties zijn niet van de lucht. Peter Breedveld maakt zich kwaad. de Joop trekt een voor de hand liggende parallel. Arabist Wim Raven waagt zich aan een toekomstvoorspelling waarbij hij – heel slim zonder het te noemen – precies hetzelfde probleem beschrijft dat het Derde Rijk destijds had.

Het antwoord op de vraag is: ‘Ja.’

Maar in weerwil van alle volkomen terechte Godwins, is het antwoord niet de oplossing die het Derde Rijk destijds koos. Die is te ambitieus en voorziet vooral in een – onhaalbare – snelle oplossing. Battle proven is de oplossing die de Spaanse overheid koos bij het uitbannen van het joodse geloof uit Spanje in 1492. U heeft allemaal op school geleerd dat in dat jaar alle joden uit Spanje werden verbannen. De laatste moslimheerser was verslagen en het bestuur had nu de handen vrij om de joden aan te pakken. Die verbanning was maar één kant van de medaille en betrof alleen die joden die zich niet tot het katholicisme wensten te bekeren.

De andere kant van de medaille waren de joden die zich wél hadden bekeerd. Niet iedere jood had dat gedaan uit vrije wil. Sommigen wilden niet emigreren, sommigen hadden daarvoor zelfs de financiële middelen niet en een aantal was onder dreiging met geweld bekeerd. Het Spaanse bestuur kon dus vermoeden dat onder die grote groep nieuwe gelovigen lieden zaten die het niet echt meenden en die mogelijk – zo nodig clandestien – hun oude geloofspraktijk zouden voortzetten. Dát was het echte probleem.

De katholieke majesteiten Ferdinand en Isabella waren van dit probleem doordrongen en hadden daartoe een instituut in het leven geroepen dat voor de werkelijke oplossing van de vraag waarmee deze blogpost begon, kon zorgen: de inquisitie (est. 1487). Zoals de naam al zegt: het was een instituut dat onderzoek deed, en wel naar recent bekeerde joden. Die konden rekenen op speciale aandacht. Wie meende onder die conversos iemand te hebben ontdekt die het niet zo nauw nam, kon anoniem klikken bij de broeders van de inquisitie.

Die noodden de verdachte dan uit voor een prettig gesprek ten burele van de inquisitie en voelden hem of haar stevig aan de tand. Wie door de mand viel kon – natuurlijk, het waren immers christenen daar bij de inquisitie – rekenen op barmhartigheid en vergeving. Vooropgesteld natuurlijk dat de verdachte terugkwam op zijn dwalingen en de namen, verblijfplaatsen, bezigheden en andere relevante details opgaven van degenen waarmee hij of zij die dwaalwegen had bewandeld.

Zo kwam de inquisitie langzaam maar zeker het hele sociogram op het spoor van joodse kringen die trachtten van hun geloof te behouden wat er in de gegeven omstandigheden nog te redden was, en werden hele bendes joden opgerold. De beruchte brandstapel werd – in weerwil van een wijdverbreid misverstand – slechts bij uitzondering toegepast. De aanpak waarbij mensen gewoon werden ondervraagd en licht tot zwaar onder druk gezet, bleek veel beter te werken en kostte bovendien alleen het hoogstnoodzakelijke aantal slachtoffers.

Het was wel een werkwijze die langdurig moest worden toegepast. De laatste crypto-joden in Spanje werden veroordeeld in het begin van de 18e eeuw. De langdurige toepassing van dit beleid leidde bovendien tot complicaties. Op enig moment raakten de makkelijk herkenbare joden op en kon de inquisitie niets méér doen dan de nazaten van conversos in de gaten blijven houden. De stap naar een etnische definitie van wie mogelijk wel eens stiekem jood zou kunnen zijn, is dan snel gemaakt en tot in de 19e eeuw speelde de limpieza de sangre – een verklaring waarmee bewezen kon worden dan men van ‘onbesmette’ komaf was – een grote rol in de Spaanse maatschappij, bijvoorbeeld bij benoeming in overheidsdienst of in een kerkelijke functie.

Uiteindelijk is het de volhouder die wint en in de twintigste eeuw was Spanje zo ongeveer wel Judenrein. Dankzij de discriminatie door ‘bloedzuivere’ Spanjaarden, die nu eenmaal meekomt met een dergelijk en langdurig beleid, en dankzij de onherbergzaamheid van sommige landstreken, zijn er her en der nog groepen overgebleven die eigenlijk joods waren maar dat zelf niet eens meer beseften. Verder bleef het beperkt tot losse families die iets vaags joods overdroegen aan hun kinderen. Lang heeft die situatie trouwens niet geduurd. In de jaren veertig kwamen joodse vluchtelingen de Pyreneeën over en gek genoeg reageerde Spanje daar niet op zoals men zou verwachten: ze werden opgenomen en aan suggesties van bondgenoot Duitsland om een aanpak te overwegen als de hunne is nooit gevolg gegeven.

In 1992, exact 500 jaar later, heeft Spanje een wet aangenomen dat Sefardische joden het recht geeft op het Spaanse burgerrecht zonder de daaraan verbonden verplichting in Spanje te wonen (daarvoor kon dat ook al, maar was een minimum aantal jaren woonachtigheid in Spanje verplicht). Het kan dus, na lang volhouden, nog heel raar lopen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Politiek, Samenleving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s