Ontlezing

nijntje2012-poster_Sommige van mijn blogposts laat ik van te voren wel eens lezen door mijn goede vriend Jona. Ik wil dan weten of het klopt wat ik beweer en maak gebruik van zijn feitenkennis, of ik wil weten of wat ik zeg eigenlijk zo wel kan en maak gebruik van zijn veel langere en intensievere blog-ervaring. Mijn recente blogpost gericht aan Sylvain Ephimenco is ook bij hem langs geweest. Daarin stond deze passage:

Joden bidden éénmaal per jaar het Kol Nidré, waarin ze zichzelf ontslaan van alle beloftes en eden die ze het afgelopen jaar hebben gedaan én het komende jaar zullen doen. Als u de moeite neemt om op dat gebed te googelen, treft u in de donkere krochten van het internet nog steeds het antisemitische verhaal aan dat dit aantoont dat joden onbetrouwbaar zijn: ze mogen liegen en bedriegen zolang dat hun zaak maar ten goede komt.

Mijn oorspronkelijke versie luidde iets anders:

U wist natuurlijk al dat joden van nature onbetrouwbaar zijn: ze bidden éénmaal per jaar het Kol Nidré, waarin ze zichzelf ontslaan van alle beloftes en eden die ze het afgelopen jaar hebben gedaan én het komende jaar zullen doen. Als u de moeite neemt om op dat gebed te googelen treft u dat verhaal nog steeds aan op antisemitische websites: ze mogen liegen en bedriegen zolang dat hun zaak maar ten goede komt.

‘Niet doen’ bezwoer Jona me, ‘de ironie kan sommigen ontgaan’. Ik staarde vijf minuten naar mijn concept-passage en vroeg me af hoe hij er in vredesnaam bij gekomen was dat mensen de eerste zin als letterlijk gemeend zouden kunnen opvatten, terwijl er toch bij staat dat je dat verhaal kunt vinden op antisemitische websites.

Ik besloot zijn commentaar te negeren en net op dat moment realiseerde ik me dat ik in mijn werkzame verleden als rapportenschrijver met hoge regelmaat vragen en commentaar in de kantlijn heb gehad van managers die over het hoofd zagen dat het antwoord op hun vraag één regel of alinea verderop of terug stond. Hoe ik mijn teksten ook structureerde: het probleem bleef bestaan. Jona had gewoon gelijk: er bestaan mensen die écht geen betoog kunnen lezen.

Daar kun je – als je deskundig genoeg bent – nuttig gebruik van maken en volgens mij doet Ephimenco dat ook in de column waarop ik reageerde. Let eens op zijn passage waarop ik reageerde over de Groot Moefti van Jerusalem:

Een ander aspect dat sommige moslims tot nadenken zou moeten stemmen alvorens zichzelf met de Joden van meer dan tachtig jaar geleden te vergelijken, is het aandeel van de notoire Jodenhater Mohammad Amin al-Hoesseini. Deze moefti van Jeruzalem was een van de bekendste moslims-vertegenwoordigers uit die tijd. In 1933 begroet hij de machtsovername van nazi-Duitsland ‘van harte’ en hoopte ‘dat ook andere landen het fascistisch-antidemocratisch staatsbestel zullen overnemen’. Op 28 november 1941 bracht hij in Berlijn een eerste bezoek aan Hitler en hij besprak met hem tot in detail de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’.

Voor die laatste bewering – en dan bedoel ik de woorden ‘tot in detail’ – is geen draad bewijs, maar verder zegt Ephimenco in deze passage niet heel veel. Hij heeft het over ‘het aandeel’ van de Groot Moefti, maar hij zegt niet waarin. Verder dan wat algemeenheden als de instemming met de machtsovername van de Nazi’s komt hij niet. Maar het refereert wel aan het vaak herhaalde fabeltje als zou de Groot Moefti de grote inspirator van de Endlösung zijn geweest. Iedereen die deze passage leest, begrijpt dat Ephimenco refereert aan dat fabeltje, maar hij zégt het niet, zelfs niet in de – feitelijk en aantoonbaar onjuiste – laatste zin.

Mijn goede vriend Jona behoedde me voor een instinker. Ik voegde een korte zin aan mijn reactie toe waaruit bleek dat Ephimenco iets niet hardop zei.

Op een ander punt hebben mijn goede vriend en ik niet van gedachten gewisseld, en dat betrof een passage waarop ik uiteindelijk maar helemaal niet heb gereageerd, omdat ik hem niet echt ter zake vond doen:

Ik zal ook niet onbesproken laten dat uit de Joodse gemeenschap toen geen geloofsfanatici opstonden die aan de lopende band in Europa massamoorden en aanslagen pleegden op trein- en metrostations, cafés, concertzalen, kerken enz.

Ik heb er even over gedacht te refereren aan Joodse terroristen in de jaren dertig. Het vermelden van Herschel Grynszpan en David Frankfurter vond ik te flauw, temeer omdat ik het zelf niet beschouw als terroristen, en daar gaat het hier over. En onze eigen Jacob Israel de Haan is maar één enkel geval. Een betere kandidaat zou de Irgun geweest zijn, en één van de reageerders op mijn column op Sargasso knipte en plakte ook direct een hele lijst van terroristische aanslagen in een reactie.

Ik heb niet naar de Irgun verwezen omdat ik op tijd de woorden ‘in Europa’ zag staan in Ephimenco’s column. Slim van hem. De Irgun opereerde namelijk (ik citeer nu geloof ik Ruud Lubbers) in wat godbetert het Heilig Land genoemd wordt, en in een historische context die verschilde van Europa rond dezelfde tijd.

Dat ‘in Europa’ is een schijnbeweging, een manier om een reactie uit te lokken op de stelling dat er geen joodse terroristen waren, die je vervolgens als onterecht kunt neerzetten omdat er ‘in Europa’ bij stond. Marcel Hulspas zou het over ‘sluwe praters’ hebben, want ondertussen heb je de vraag naar het bestaan van joodse terroristen in de jaren dertig even terzijde gezet ten gunste van een bliksemafleider.

Ik kan een heleboel zeggen over Sylvain, maar schrijven, dat kan hij.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving, Taal en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s