Relletje

Er is een relletje ontstaan in Pursaklar, een ingeslapen voorstadje van de Turkse hoofdstad Ankara. De plaatselijke middelbare school staat goed aangeschreven in de omgeving om de hoge kwaliteit van zijn onderwijs, maar is sinds kort omstreden geraakt vanwege de naam: de Sultan Ibrahim School.

Ibrahim was de heerser van het Ottomaanse rijk tussen 1640 en 1648. Turken kennen hem van de herovering van de havenstad Azov op de Kozakken en de verovering van het eiland Kreta op Venetië. In het westen is hij vooral bekend vanwege het in de Borporus verdrinken van zijn complete harem. Dat laatste feit drong vorig jaar door tot enkele moeders van leerlingen, juist dankzij het uitstekende geschiedenisonderwijs dat de school levert. De moeders belegden een vergadering en besloten actie te ondernemen. Na hun echtgenoten in hun plan te hebben betrokken, onstond er een actiegroep van ‘bezorgde ouders’, die bij het schoolbestuur aandrong op verandering van de naam.

Het schoolbestuur zag de redelijkheid van dat verzoek in en overwoog enkele alternatieven, waarvan Sabiha Göksen – de eerste vrouwelijke Turkse vliegenier – er één was. De tweede luchthaven van Istanboel is ook naar haar vernoemd. Maar het plan lekte uit en plaatselijke leden van de gemeenteraad en enkele politieke partijen begonnen zich ermee te bemoeien. Al snel was de rel landelijk nieuws. Twee kampen staan nu tegenover elkaar, waarbij de inzet het nationale Turkse verleden lijkt te zijn.

De droge feiten zijn niet mals. Sultan Ibrahim liet al zijn 280 concubines in met stenen verzwaarde zakken naaien en in de Bosporus gooien, omdat het gerucht ging dat één van hen een affaire buiten de harem zou hebben of hebben gehad. Alleen ‘Suikerklontje’ – zijn favoriet – werd gespaard. Eén van de onfortuinlijke concubines wist zich uit haar zak te wurmen, werd door een passerend Frans schip opgepikt en meegenomen naar Parijs.

Saray Fatih, voorzitster van de actiegroep, benaderde het schoolbestuur met het verzoek om de school te vernoemen naar ‘een historische Turkse figuur die we onze jeugd wél ten voorbeeld kunnen stellen’. Maar ingenieur Gümüsholuk, een plaatselijk raadslid van de AP-partij, kreeg er lucht van en tekende protest aan bij het gemeentebestuur, waaronder de school valt, en stuurde een lange ingezonden brief aan het plaatselijke suffertje, die door een landelijke krant werd opgepikt. Al snel werd het een populair onderwerp in de ingezonden brievenrubrieken.

Daar had het bij kunnen blijven als professor Ali Osmangazi, historicus aan de Enver Pasha Universiteit in Ankara, en Mehmet Güzelhisar – één van Osmangazi’s collega’s – zich niet in de discussie hadden gemengd. Afgelopen week leidde dat tot grote koppen in de hoofdstedelijke krant Yarış Güvercin: ‘Stop de geschiedvervalsing!’ en ‘Iconoclasme!’

‘Je kunt niet zomaar met de moraal van vandaag een heerser uit de zeventiende eeuw beoordelen, je moet dat zien in de context van die tijd.’ aldus Osmangazi, ‘alle Ottomaanse heersers hielden er een wredere manier van omgaan met hun onderdanen op na en de dames van de harem waren onderdanen bij uitstek.’ Hij voegt daaraan toe: ‘Je moet niet vergeten dat Ibrahim de eerste pakweg twintig jaar van zijn leven in ‘de kooi’ heeft doorgebracht. Dat was een hermetisch afgesloten deel van het paleis waar alle troonpretendenten werden vastgehouden. Contact met de rest van de wereld was onmogelijk en zoiets heeft natuurlijk zijn weerslag op hoe je als sultan in je functie staat. Het is veel te makkelijk om vanuit een modern en eenentwintigste eeuwse maatschappij zo iemand te veroordelen.’

Güzelhisar stelt het nog sterker: ‘Er is een maatschappelijke onderstroom van Turken die niets liever willen dan de Turkse geschiedenis en identiteit naar beneden te halen en te beschimpen. Daar moet een einde aan komen. Er is geen enkele reden waarom we niet trots zouden kunnen zijn op wat sultan Ibrahim heeft verricht.’

De plaatselijke actiegroep van bezorgde ouders is het daar niet mee eens. Saray Fatih: ‘De rol van sultan Ibrahim, noch de Turkse geschiedenis staan wat ons betreft ter discussie. Voor ons is slechts één vraag van belang: willen we deze man aan onze zonen ten voorbeeld stellen?’

 

Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Politiek, Samenleving en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Relletje

  1. Wat wil je hier nu mee zeggen ? Als je hiermee een bijdrage wilt leveren aan de discussie rondom figuren als J.P. Coen kan je beter geen appels aan peren gelijkstellen. Sultan Ibrahim heeft zijn daad niet gesteld uit liefde voor het vaderland maar uit banale jaloezie en die is echt niet in een historische context te plaatsen maar van alle tijden. Maar wellicht ben ik te voorbarig.

    • Nee hoor, ook banale jaloezie heeft zo zijn verschillende uitingsvormen in verschillende culturen (met name daar waar vrouwen van onbesproken gedrag moeten zijn) en juist in de Ottomaanse context zou het nog wel eens mede wél liefde voor het vaderland (in dit geval: behoedzaamheid met de erfopvolging) kunnen zijn geweest.
      Ik vraag me trouwens af in hoeverre zo’n verschil überhaupt relevant is voor de discussie over J.P. Coen (en andere oorlogsmisdadigers) hier.

  2. Rob Alberts zegt:

    Blijkbaar moeten wij n u vooral conflicten zoeken.
    Een genuanceerde kijk is blijkbaar in deze tijd niet meer mogelijk.

    Ik verafschuw veel dingen die door Nederlanders namens Nederland hebben gedaan.

    Maar ik weet zeker dat er in de toekomst ook huidige gebeurtenissen in Nederland en/of door Nederlanders uitgevoerde activiteiten afgekeurd zullen worden.

    Laat het verleden vooral een leerschool zijn.

    Vriendelijke groet,

  3. Wij schijnen in verschillende dimensies te leven dus ik ga mijn en jouw tijd niet verspillen met een discussie over dit onderwerp. Wel wil ik kwijt dat ik van mening ben dat jij als historicus/archeoloog in staat moet zijn feiten in hun historische context te plaatsen, ook als je dat emotioneel niet uitkomt en niet direct met zware termen als ‘oorlogsmisdadigers’ moet gaan gooien. Zo lust ik er nog wel een paar.

    • mnb0 zegt:

      In de historische context plaatsen is precies wat RK heeft gedaan, dus dit is niet zo’n slimme reactie van u. In plaats van uw tijd te verspillen met uw reacties vol stropoppen te stoppen had u zich beter kunnen wijden aan uw nobele vaderlandsliefde. Houzee!

    • In tegenstelling tot een wijd verbreid misverstand bestaat er geen wet van Meden en Perzen die historici verplicht gebeurtenissen in hun context te bezien. Het is wel een erg handig en gebruikelijk gereedschap bij de zoektocht naar verklaringen, en niet het enige.
      Wat ook beslist niet klopt, is je aanname dat een historicus gebeurtenissen in zijn context zou moeten bezien, ook op het moment dat hij zijn beroep niet uitoefent, bijvoorbeeld bij het nemen van een besluit tot het handhaven van een standbeeld, dan wel het benoemen van een school. Dat is geen geschiedkunde, dat is een pedagogische beslissing die niet over het verleden gaat, maar over de toekomst (en inderdaad deels is gebaseerd op emotionele – want ethische – overwegingen).
      Neem de profeet Mohammed als voorbeeld: de aan hem toegeschreven moraal aangaande de omgang met kleine meisjes kan ik heel goed in zijn historische context plaatsen en de conclusie is dan onvermijdelijk dat de beste man – ervan uitgaande dat de verhalen allemaal kloppen – niets heeft gedaan dat ook op maar enigerlei wijze verdacht of fout was.
      Maar de vraag rond J.P. Coen, Sultan Ibrahim, prins Maurits en Mohammed is helemaal niet of de heren – al dan niet naar de maatstaven van hun tijd – moreel laakbaar handelden of niet, maar of we die handelingen aan onze jeugd of burgers ten voorbeeld willen stellen. Dát is wat je doet als je een standbeeld laat staan of een naam van een school handhaaft.

  4. jan kroeze zegt:

    Het is gewoon een informatief verhaal van Kroes!
    Ik vind het een goed stuk.
    En of je zoiets nu wel of niet met wat dan ook kan/wil vergelijken lijkt me niet aan de orde te zijn.

Reacties zijn gesloten.