Een stukje emotie

U kunt het vrijwel niet gemist hebben: collega’s van me hebben in Nieuwegein bij een opgraving een graf gevonden uit de Swifterbant-cultuur van 6000 jaar oud, met daarin een baby in de armen van een vrouw. We weten nog niet of het de moeder was. Behalve het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad hebben alle kranten er aandacht aan besteed. Op televisie kunnen u de nieuwsberichten ook nauwelijks ontgaan zijn. Bekijkt u even kort het bericht van het NOS-journaal en u bent weer bij.

Keurig uit de web-versie van het NOS-journaal geknipt is het vervolg van het interview waarin de journalist aan mijn collega suggereert dat ze ook ‘een stukje emotie’ had opgegraven. Hoe reageer je in vredesnaam als een journalist dát zegt?

De beste stuurlui staan aan wal en zo van een afstandje heb ik wel een suggestie. Ik blog daar over vanwege een behoorlijk pertinente opmerking van één van de reageerders op een eerdere blogpost, die ging over de tijdloosheid van emoties bij mensen in het verleden, oftewel de vraag of we bij mensen uit het verleden vergelijkbare emoties mogen veronderstellen als bij vergelijkbare gebeurtenissen nu.

Of we in Nieuwegein ‘een stukje emotie’ hebben opgegraven, staat nog maar te bezien. De samenleving zo rond 4000 v.C. (en nog lang daarna) was er één waarin de helft van alle kinderen hun eerste levensjaar niet haalde. Kindertallen waren hoog en elk gezin had wel een paar overleden zuigelingen te betreuren. Dat geldt dan voor gezinnen waarin de moeder niet voortijdig in het kraambed sneuvelde. Het zou kunnen zijn dat het graf in Nieuwegein daar een voorbeeld van is.

Kinderen krijgen was destijds ook iets dat je eerder overkwam dan dat je ‘ervoor koos’, zoals wij nu doen. Het ligt dan voor de hand om te veronderstellen dat ouders, en mensen in het algemeen, ook heel anders omgingen met zuigelingensterfte. Etnografische parallellen tonen ook aan dat er samenlevingen zijn waarin kinderen pas gezien worden als een individu als ze eenmaal de kleuterleeftijd hebben bereikt, en de kans op sterfte behoorlijk is afgenomen. Soms krijgen ze zelfs hun naam pas als ze wat ouder zijn.

Bij alle vondsten van begraven individuen krijgen archeologen de neiging een naam te geven aan de overledene. Bij de vrouw en de baby zou dat ook kunnen gebeuren, terwijl het best wel eens zo zou kunnen zijn dat de baby nooit een naam gehad heeft. De laatste jaren zijn gezichtsreconstructies ernstig in de mode gekomen. Het zijn allemaal pogingen om aan anonieme personen een identiteit (terug) te geven.

Een aantal jaren geleden werden – eveneens door mijn collega’s opgegraven – begravingen van het Sint Gangolf Gasthuis in Haarlem herbegraven. Die stamden uit de vijftiende eeuws dus je kon ervan uit gaan dat het hier christenen betrof. Bij de ceremonie werd door een plaatselijk koor de oudst bekende polyfone requiemmis gezongen: die van Johannes Ockeghem, eveneens vijftiende eeuws. Natuurlijk gaat ook hier gedacht worden over fatsoenlijk herbegraven. Die emotie, onder moderne archeologen en publiek, is het ‘stukje emotie’ dat er in dit verband eigenlijk meer toe doet.

 

Dit bericht werd geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Een stukje emotie

  1. Ellen Wendel zegt:

    Dag Richard,

    Nog klikken boven de lijn, nog klikken op reageren , levert een mogelijkheid op om te reageren. Hoe kan dat nou?

    Groet, ook aan je thuisfront, Ellen Wendel

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    >

  2. jan kroeze zegt:

    Pakweg zo’n 100 jaar geleden stierven ook nog veel jonge kinderen. Vlgs. mij kregen ze wel een naam. Ik zag het bij mijn vroegere familie in het noorden van Twenthe en dan bleven er uiteindelijk nog pakweg zo’n 6 tot tot 11 kinderen over. Maar dat emotie-gedoe van deze tijd vind ik erg vreemd. Ik vermoed dat het weer zo’n hype is die uit Amerika is over komen waaien. Hopelijk gaat het weer over,ik zie er niets in.

Reacties zijn gesloten.