Demonstratierecht

Als burgemeester ga ik in gesprek met:

  • een clubje SS-reenacters die op Jom ha-Shoa op de stoep van de plaatselijke sjoel het oppakken van onderduikers willen naspelen;
  • supporters van Galataseray die op het plein voor de plaatselijke Armeense kerk op de dag dat de Armeense genocide wordt herdacht met Turkse vlaggen willen gaan staan zwaaien;
  • zwarte pieten die op Ketikoti bij het slavernijmonument snoepgoed willen uitdelen;
  • leden van de Westboro Baptist Church die op de begrafenis van een AIDS-patiënt een bord met de tekst God hates fags omhoog willen houden;
  • vaderlandslievende Nederlanders die gedurende de Ramadan op de stoep van de plaatselijke moskee, tijdens het avondgebed, een varkensbarbecue willen houden;
  • none of the above

Geen van de bovenstaande voorbeelden is reëel, behalve de laatste twee en alleen de laatste speelt in Nederland. Vijf gemeenten laten desgevraagd weten met de organisatoren van opgemelde barbecue in gesprek te gaan dan wel de aanvraag serieus in behandeling te nemen, als je het mij vraagt omdat ze te bang zijn om dat gewoon te weigeren, zoals het een fatsoenlijk mens betaamt.

In kringen van ‘islamcritici’ hebben ze daar een woord voor: dhimmitude.

Naschrift 22 mei: het lijkt erop dat het in Rotterdam nog doorgaat ook…

Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Demonstratierecht

  1. Rob Alberts zegt:

    Instemmende groet,

  2. Frank Bikker zegt:

    Helemaal gelijk.

  3. FrankB zegt:

    Goed punt – het zijn de politici, bestuurders en (non-)journalisten die dhimmitude ten toon spreiden jegens rabiaat rechts.

  4. Pingback: Slachtoffers (2) | Apoftegma

Reacties zijn gesloten.