Tulband

De tel ben ik een beetje kwijt geraakt. Volgens mij ben ik nu negen keer in Iran geweest, het kan ook meer wezen. Dan hou je een keer op toerist te zijn en ga je andere dingen doen, zoals Engelse les geven op een taalschool op het Iraanse platteland, of op zoek naar borden met ‘polycarbonaat‘ in vermicellischrift.

Omdat ik zo af en toe les geef over islamitische onderwerpen en het aanschouwelijke ook wat wil, neem ik nog wel eens dingen mee: kinderkorans met plaatjes, Arabische kalligrafie, een bundel kettingen waarmee sji’ieten zichzelf kastijden met Ashura, rode en groene vlaggen met vrome leuzen, een verkiezingsaffiche van Rohani, dat soort dingen.

Het leek me wel een aardig idee om daar een tulband aan toe te voegen die de geestelijkheid aldaar draagt. Ik maakte daar een grapje over tegenover mijn gastvrouw, die binnen een kwartier een bevriende student-mullah had gechartered. Of ik de volgende morgen om elf uur mij maar wilde vervoegen bij de madrasse op chahar bagh.

Dat is geen kattepis. Het is een prachtig, 17e eeuws gebouw waar ayatollah Khomeini bijna gestudeerd had als hij niet op het laatste nippertje besloten had in Qom te gaan studeren. Ik werd er vriendelijk binnengehaald door de betreffende student en ik mocht aanschuiven bij een klein klasje filosofie in één van de vele ruimtes rondom het centrale binnenplein. De docent, een middelbare man met tulband en – natuurlijk – baard, was de vrijwilliger die was aangewezen om me aan de tand te voelen over mijn ongebruikelijke verzoek. Er gaan immers dagen voorbij in de madrasse dat buitenlanders niet om een tulband vragen.

Ik ben het inmiddels gewend dat men mij aan een soort van verhoor onderwerpt. Men vraagt mij honderduit, het gesprek wordt op een mobieltje opgenomen, over allerlei onderwerpen, en test mijn Perzisch uit. Tot nu toe heb ik me nog steeds in die taal gered al is mijn Perzisch echt niet zo goed als dat van Thomas Erdbrink. Dat verhoor voelt trouwens niet zo aan. Men is allervriendelijkst, je krijgt thee (dat krijg je in Iran altijd) en wellicht is het allemaal oprechte belangstelling, maar ik hou er toch rekening mee dat men toch ook even de kat uit de boom wil kijken in opdracht van hogere machten.

Je moet ook geen haast hebben. Ik ben ooit op de thee geweest bij de directeur van een bank, toen ik daar alleen maar kwam om ‘even’ wat geld te wisselen. Pas na het tweede kopje thee werd duidelijk waarom men zo de tijd voor mij nam: ik had mijn paspoort niet bij me. In Nederland wordt je dan prompt weggestuurd met de mededeling dat je je legitimatie moet meenemen. In Iran kom je op de thee en beoordeelt de directeur zelf of je een betrouwbaar sujet bent of niet en daarna kun je je geld alsnog wisselen.

Zo ook in de madrasse. Het gesprekje bij de thee is – ten minste – bedoeld om even te kijken wat voor figuur je bent en of je het oprecht bedoelt, dat van die tulband. Ik slaagde erin de docent te overtuigen door te doen wat je in zo’n geval altijd moet doen: gewoon de – uiterst onwaarschijnlijke – waarheid te vertellen. Dus kroop ik na afloop achterop een motor bij een student en togen we naar een kledingwinkel voor geestelijken. Zoals ik ook nog nooit achterop een motor had gezeten – zonder helm – was ik ook nog nooit in zo’n winkel geweest.

Daar koop je trouwens geen tulband, maar een meter of vijf witte katoen (zwart is voor een seyyed: afstammeling van de profeet Mohammed), die nog tot een tulband omgetoverd moet worden. Daarvoor moesten we weer terug naar de madrasse waar inmiddels een andere student – specialist in het wikkelen van tulbanden – klaar stond.

Dat wikkelen is trouwens behoorlijk ingewikkeld – no pun intended – en er bestaan verschillende patronen voor. En je doet het om je knie, niet om je hoofd. Eén van de raadselen rond de mode der Iraanse geestelijkheid is nu opgelost. Er bestaan twee soorten geestelijken: zij die hun tulband op hun hoofd hebben gezet en zij die hem een beetje  op het achterhoofd gekanteld dragen. Die laatsten doen dat omdat ze – net als ik – een dikke kop hebben. Het wikkelen op de knie zorgt er namelijk voor dat je tulband nooit helemaal exact past.

Ik ben dus nu in het trotse bezit van een fraaie, smetteloos witte tulband en lees hier dat ik hem in Iran trouwens niet zomaar op mag zetten: strafbaar feit.

Dit bericht werd geplaatst in Mijzelf, Reizen, Religie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Tulband

  1. Rob Alberts zegt:

    Aj, strafbaar feit?

    Bewolkte groet,

  2. jan kroeze zegt:

    wat een gedoe met zo’n lap stof!
    heb ik nooit geweten.
    in mijn buurt woont een iranier, ik zal het er eens met hem over hebben.

Reacties zijn gesloten.