Ringcompositie

Nog niet zo lang geleden ontbrandde er op het blog van mijn goede vriend Jona een korte discussie over de ‘ringcompositie’: een andere manier van het ordenen van een tekst, waarin de gedachtengang niet ‘seriëel’ wordt geordend – zoals in dit stukje bijvoorbeeld – als in: A – B – C – D – E enz. – maar in ringen rondom een middendeel met een chiastische ordening: A – B – C – D – C – B – A. Aanleiding voor de discussie was de opmerking van een theoloog dat het belangrijkste stuk tekst steeds in het midden van zo’n compositie te vinden was.

Twee reageerders – een natuurkundeleraar en een wiskundige – vroegen daarop om empirisch bewijs voor die stelling. Dat vond ik grappig omdat het niet alleen laat zien dat bèta’s soms toch wat moeite hebben met begrijpen wat in de alfawetenschappen een ‘bewijs’ is (de belangrijkste vraag is namelijk niet die om bewijs, maar de vraag hoe je zoiets eigenlijk zou kunnen bewijzen), maar ook omdat het de cultuurgebondenheid van schijnbaar harde wetenschappelijke vragen illustreert: niemand uit onze cultuur zal ooit vragen om bewijs voor de seriële compositie van een stuk tekst en de bewering dat het belangrijkste stuk aan het einde staat.

Maar goed, ringcompositie is een stuk analysegereedschap dat – in ieder geval onder theologen – al vanaf de 18e eeuw, toen Robert Lowth er in 1753 de beginselen van ontdekte in het boek der Psalmen, bekend is. De theoloog van dienst heeft zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat zulks niet betekent dat ringcompositie inmiddels bij iedereen bekend is, zoals de bevindingen van tijdgenoot Isaac Newton dat bijvoorbeeld wél zijn.

Na Lowth zijn er nog wat geleerden geweest die de theorie van de ringcompositie hebben uitgebreid, vooral in discussie met de veel populairdere theoriëen over de documentenhypothese: het idee dat de bijbel uit meerdere documenten is samengesteld en dat dat te herkennen is aan eigenaardigheden in de tekst zoals onnodige herhalingen, onbegrijpelijke sprongen, weglatingen en gebruik van terminologie. Als een ‘samengesteld’ stuk tekst blijkt een doordachte compositie te hebben, komt die ‘samenstelling’ immers op losse schroeven te staan.

Die tegenstelling is inmiddels alweer achterhaald, omdat tegenwoordig vrijwel iedereen aanneemt dat de bijbel is begonnen als een verzameling documenten die op enig moment, of op meerdere momenten, is geredigeerd tot de huidige tekst. De redactiecommissie is daarbij echter niet over één nacht ijs gegaan en heeft er voor gezorgd dat het resultaat wel degelijk een grondig doorgecomponeerde tekst was, ringcomposities incluis.

Afijn. Terug naar de vraag om bewijs. Beziet u eens onderstaande tekst.

Komt allen tot mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht,
en ik zal u rust en verlichting schenken,
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
neemt mijn juk op uw schouders en leert van mij:
ik ben zachtmoedig en nederig van hart;

Dit is Mt 11:28-30, seriëel verherordend (de juiste volgorde is: 1, 3, 5, 6, 4, 2) en u ziet dat dit een volkomen normale bijbeltekst is die aan begrijpelijkheid niet onderdoet voor zijn origineel. U kunt deze oefening moeiteloos herhalen op andere bijbelteksten:

Onze Vader die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
verlos ons van het kwade.
uw rijk kome,
breng ons niet in beproeving
uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel,
en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren
en geef ons heden ons dagelijks brood
amen

Het zal u wat moeilijker vallen deze seriële tekst als nieuw te lezen, omdat de inhoud u in de originele volgorde veel bekender is: na het Onze Vader eerst driemaal een bede die over God gaat (uw naam, uw rijk, uw wil), dan viermaal een bede over onszelf (ons brood, onze schulden, onze beproeving, verlos ons). Dan wel: viermaal een bede over iets goeds (heilige naam, Gods rijk, Gods wil, ons brood) gevolgd door driemaal een bede tegen iets kwalijks (schuld, beproeving en het kwade amen).

De regel over ons dagelijks brood vormt een soort scharnierpunt: hoort nog net bij de eerste vier bedes over iets goeds, maar vormt alweer de overgang van Gods drie naar onze eigen vier bedes. Het scharnierpunt wordt geflankeerd door de twee bedes met een bijstelling: op aarde zoals in de hemel en zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

Inmiddels is duidelijk geworden dat ringcomposities in de gehele oudheid in het Midden Oosten voorkomen. Ze zijn zelfs al aangetoond in Egyptische dodenhymnes en in de koran. Een voorbeeld: het openingshoofdstuk, surat al-fatiha.

in naam van God de barmhartige, de erbarmer
lof aan God, de Heer van beide werelden
de barmhartige, de erbarmer
meester van de oordeelsdag
U alleen dienen wij
en U alleen vragen wij hulpnasta’in
leidt ons op het rechte padmustaqim
het pad van hen aan wie u heeft verleend
niet dat van wie woede heeft gewekt
en niet de dwalenden

In klassieke dichtvormen uitgedrukt ziet u een ABABCCDDEE-structuur, waarbij de delen ABAB aan CC worden gelinkt door het gebruik van woorden in hetzelfde betekenisveld (vet) en CC aan DDEE door rijm (nou ja, bijna dan, maar dat is normaal in de koran) en wederom vergelijkbare uitdrukkingen: hulp vragen en verzoek om leiding. Je kunt de eerste C ook zien als samenvatting van het stuk ervoor en de tweede C als aankondiging van wat daarna komt.

U ziet hier een ringcompositie op meerdere niveaus: lof, aanbidding en verzoeken in de stukken ABAB, CC en DDEE en vervolgens binnen die stukken ook weer een ordening, waarbij het middenstuk een wel heel klein ringetje vormt. Dat middenstuk is in twee zinnen de korte samenvatting van waar het in de hele koran eigenlijk om gaat: het alleen dienen van die ene God.

Ringcomposities zijn ook op hogere niveaus terug te vinden. Het twaalfde hoofdstuk van de koran bevat een hervertelling van het bijbelse verhaal van Jozef en zijn technicolour dreamcoat. Het is de enige plek in de koran waarin een bijbelverhaal navolgbaar wordt naverteld, andere bijbelverhalen moeten het met korte verwijzingen, verspreid over het hele boek doen. De pointe van Jozefs verhaal is echter typisch koranisch, namelijk de nadruk op die ene God, iets wat in het bijbelverhaal geen enkele rol speelt. Die nadruk staat ook precies in het midden van de opbouw van het hoofdstuk.

proloog
visioen van Jozef
broers bedriegen Jozef
kleine promotie
verleiding en beschuldiging
legt dromen medegevangenen uit
preek over monotheïsme
legt dromen farao uit
vrijgepleit van beschuldiging
uiteindelijke promotie
Jozef bedriegt broers
Jozefs visioen bewaarheid
epiloog

Ik geef de indeling hier weer en laat het aan uw eigen knutselvaardigheid over om het betreffende hoofdstuk eraan of erin te passen. Of dat allemaal voldoende bewijs is voor een gemiddelde bètawetenschapper weet ik niet, maar ik hoop dat u in deze laatste opmerking wel een stukje ringcompositie herkent.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Erfgoed, Geschiedenis, Koran, Kunst, Religie en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op Ringcompositie

  1. jan kroeze zegt:

    Ik snap deze blog nog niet goed wat precies een bewijs is binnen de alfa-wetenschappen.
    Dat van ringen snap ik wel geloof ik, maar een bewijs?

    • FrankB zegt:

      Zie onder. We hebben te maken met een alfa die denkt dat natuurwetenschappers zaken onomstotelijk bewijzen. Dat doen ze niet. Ze verzamelen empirische data die hypotheses, conclusies en alle mogelijke andere beweringen bevestigen. Zoals Hawking schreef in Het Heelal (A Brief History of Time): bij elke waarneming die een theorie bevestigt wordt ons vertrouwen in die theorie een beetje groter.
      Precies wat hij vervolgens zelf doet mbt het verschijnsel ringcompositie. Patroonherkenning is een vorm van empirisch bewijs (evidence).

  2. FrankB zegt:

    “niemand uit onze cultuur zal ooit vragen om bewijs voor de seriële compositie van een stuk tekst en de bewering dat het belangrijkste stuk aan het einde staat.”
    Hoe kom je daar nou bij? Vele wiskundige deducties zijn seriële composities (niet allemaal, er zijn zijsprongen mogelijk), die eindigen met conclusies. Vraag een wiskundige of die conclusies het belangrijkste zijn en je zult de wedervraag krijgen wat je precies bedoelt met “belangrijk”.
    Ik heb sterk het idee dat jij niet begrijpt wat in het Nederlands met bewijs bedoeld wordt als we het over de natuurwetenschappen hebben. Dat is niet meer dan een conclusie die logisch (ie wiskundig deductief) volgt uit een stel aannames. Empirisch bewijs is heel wat anders: de Engelse term is “evidence”. Het is betrekkelijk eenvoudig vast te stellen hoe empirisch bewijs tav je bewering mbt seriële composities er uit zou kunnen zien: interview de opstellers van dergelijke teksten en vraag ze wat zij het belangrijkste stuk tekst vinden. Dat heet operationaliseren. Deze methodologie is onverkort toe te passen in de alfa’s en met name geschiedkunde.
    Nou begrijp ik uitstekend dat er nogal wat praktische moeilijkheden verbonden zijn aan Bijbelteksten. Maar toevallig weet ik hoe dat werkt tav de bewering dat de infanticide uit het Evangelie van Mattheus fictie is en geen historisch verslag. Iets dergelijks is heel goed voorstelbaar tav een chiastische orderning. Daarmee was de vraag volstrekt legitiem.

    “Inmiddels is duidelijk geworden dat ringcomposities in de gehele oudheid in het Midden Oosten voorkomen.”
    Nou kijk, dat is het soort antwoord waar ik naar vroeg en dat mij volkomen tevreden stelt. Je sneer naar bèta’s die onvoldoende begrip hebben van de term bewijs is volstrekt misplaatst. Jij bent blijkbaar een alfa die niet begrijpt welke functie het begrip in de natuurwetenschappen en in de wiskunde heeft – je begrijpt het verschil niet tussen proof en evidence. Ik vroeg naar het laatste, niet naar het eerste.
    Volgende keer eerst om verduidelijking vragen voor je overhaaste conclusies trekt.

  3. FrankB zegt:

    Gehakketak is best plezant, maar RK is een ervaren en gedegen wetenschapper, dus er valt nog wel meer te zeggen over zijn analyse, ook mbt de verhouding alfa’s en beta’s. Dat ze elkaar misverstaan is zeker niet nieuw, maar wel onnodig. Ik ben ervan overtuigd dat hij het volgende volledig zal onderschrijven.
    Mbt de wetenschappelijke methode (want daar gaat zijn stukje eigenlijk over) kunnen we drie niveaus onderscheiden (met dank aan Herman Philipse’s God in the Age of Science). Het derde niveau is vakgebonden. Om temperatuur te meten hebben we niet zoveel aan hermeneuse, Willen we ringcomposiities opsporen dan is een thermometer tamelijk nutteloos. Er zijn ook vakoverstijgende methodes. Het gemakkelijkste voorbeeld is statistiek, dat in de meeste takken van wetenschap gebruikt wordt. Maar ook het alfa principe “één getuige is geen getuige” kunnen we terugvinden in de natuurwetenschappen. Als er een supernova verwacht wordt zijn er heel wat telescopen naar de hemel gericht en niet maar eentje. In het Engels heet dat Multiple Attestation.
    Voor ons gekibbel is het eerste niveau van belang: de principes die voor alle takken van wetenschap opgaan en daarmee een antwoord geven op het Demarcatieprobleem.

    https://philosophicalapologist.com/2016/08/06/what-is-the-demarcation-problem/

    We hebben hier een voortreffelijk voorbeeld. CvV observeerde één stuk tekst en ontwikkelde op grond daarvan de hypothese “ringcompositie” (met alles dat daaraan vastzit). Voor wetenschap is dat niet genoeg. Een hypothese moet voorspellingen opleveren. In dit geval: als de auteur een literaire structuur heeft aangebracht mogen we verwachten dat anderen dat ook hebben gedaan. Mensen zijn nu eenmaal naäpers. En jawel, RK vertelt ons keurig dat “ringcomposities in de gehele oudheid in het Midden Oosten voorkomen”. In navolging van Hawking is mijn vertrouwen in de theorie van ringcompositie daarmee aanzienlijk toegenomen. Noot: dit is een ideale beschrijving van wetenschapsbeoefening, geen praktische of chronologische. Ik ben bekend met Thomas Kuhn.
    Maar onomstotelijk is ook de theorie van ringcompositie niet. Dat is de Klassieke Mechanica van Newton evenmin. Sterker nog, bij hoge snelheden en op atomaire schaal is die ongeveer 100 jaar geleden omver gestoten. Dat is een ander verhaal, maar ik kan alvast verklappen dat het correspondentieprincipe in de humaniora net zozeer van toepassing is als in de natuurwetenschappen.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Correspondentieprincipe

    Dus kan ik mijn stokpaardje weer eens berijden. Misverstanden tussen alfa’s en beta’s zijn een semantisch probleem en duiden niet op een fundamenteel verschil tussen de twee groepen. Naar mijn hoogstpersoonlijke indruk is met name geschiedkunde nogal eens net hard of harder dan natuurkunde. Met zijn tekstanalyse laat RK dat mooi zien. Er zijn wel zachte wetenschappen; grote delen van economie en sociologie bv.
    Of het voldoende is – tja, dat is ook zo subjectief en zelfs vaag. Laat ik het zo zeggen, de BCS-theorie (die supergeleiding beschrijft) voldoet heel wat minder. Toch wordt ze bij gebrek aan beter nog steeds gebruikt.

    • Het probleem is nog wat groter dan je denkt. Cees van Veelen kwam niet met de hypothese van een ringcompositie op basis van een tekst, maar gebruikte een in zijn vak algemeen bekend fenomeen en paste dat toe op die tekst.
      Daar ligt denk ik het probleem met ‘evidence’ en moeten we wellicht een onderscheid maken in twee soorten. De ene is de ‘evidence’ die we hebben voor het bestaan van ringcomposities. Die is – mijn paar voorbeelden waren er maar een paar – tamelijk overweldigend, maar ontleent zijn kracht aan het feit dat er zoveel voorbeelden van zijn. N is een heleboel zeg maar.
      Wat Cees van Veelen deed, is echter de omgekeerde richting: uitgaande van een ringcompositie een tekst interpreteren en de belangrijkste passage aanwijzen, met consequenties voor de uitleg van de betekenis van de tekst. Je kunt zo’n toepassing onderbouwen met aanwijzingen in de tekst zelf dat het daadwerkelijk om een ringcompositie gaat, maar N blijf 1.
      Het lijkt een beetje op statistische verschillen tussen twee groepen die niks zeggen over verschillen tussen individuen uit die groepen…
      Het is op dat laatste punt – denk ik – dat de criticasters het begrip ‘bewijs’ (dan wel gebrek aan) aanvatten om Van Veelens exegese te verwerpen en mijns inziens is dat iets te beta en niet geheel terecht (ik vermijd hier ‘ten onrechte’ want ook dat is niet waar).

    • Terzijde: de beta’s zijn trouwens bij lange na niet de allerergste als het over religieuze teksten gaat, dat zijn de juristen 🙂

  4. jan kroeze zegt:

    @frankb: wie bedoel je? Als je mij bedoelt, kan ik je meedelen dat ik absoluut geen alfa ben.

  5. Pingback: Ringcompositie – Mainzer Beobachter

Reacties zijn gesloten.