Holocaust

Het moet ergens eind jaren zeventig geweest zijn dat op televisie de Amerikaanse serie ‘Holocaust’ werd uitgezonden. Destijds omstreden omdat de verschrikkingen van de Endlösung welhaast gestileerd werden weergegeven en vooral omdat er – heel Amerikaans – toch nog een soort van happy end aan gebreid was.

Toch meen ik me te herinneren dat de uitzendingen – die wij als gezin gezamenlijk volgden via de Duitse zender – bijgedragen hebben aan een veranderde houding tegenover de Endlösung: praten erover werd normaler.

Wat ik me ervan kan herinneren, is de geschiedenis van een Joodse doktersfamilie die langzaam maar zeker de vernieling in geholpen wordt, ondanks het levensmotto van de pater familias: ‘amor vincit omnia’, in combinatie met die van de buurman die hele andere keuzes maakt en die – ondanks het feit dat het eigenlijk een hele brave borst is – uitgroeit tot een Nazi-misdadiger. Bij zijn sollicitatiegesprek bij de partij wordt hem gevraagd hoe hij tegenover ‘het jodenvraagstuk’  staat en zijn antwoord – na enig aarzelen – luidt: ‘Neutral’. Aan het eind roeit hij joden uit.

Het was die buurman die bij mij en mijn broer leidde tot vragen over hoe dat kon: een hele gewone man waar eigenlijk niks mis mee is, die zo volledig ontspoort. Mijn vader – die vandaag drieënnegentig zou zijn geworden als hij niet op zijn tweeëntachtigste was overleden, had daar een voor ons heel verrassend antwoord op: die mensen hadden een gebrek aan fantasie.

Gevraagd om uitleg, vertelde hij ons dat dergelijke mensen zich onvoldoende konden voorstellen wat het leed precies inhield dat ze anderen aandeden en zich dus nauwelijks realiseerden wát ze deden.

De discussie is destijds nooit zover geraakt dat we er achter zijn gekomen of mijn vader ook echt doelde op een onvermogen of op een keuze. Ook de vraag of dit nou de oorzaak was, of dat we het eerder hadden over een noodzakelijke voorwaarde is nooit aan bod gekomen. Dat is ook niet zo heel interessant. Ik moet – zo af en toe toch de krant lezende – tegenwoordig met enige regelmaat denken aan zijn uitspraak.

Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Holocaust

  1. FrankB zegt:

    Nee, ik denk niet dat ik het met je vader eens kan zijn. Ik kan me niet goed voorstellen welk leed ik een hond aandoe als ik hem/haar een trap verkoop, maar dat is geen reden voor mij om dat in opdracht van een partij ook te doen. In zekere zin was er wel degelijk een keus – Duitsers konden zich onttrekken aan de Einsatzgruppe zonder bang te zijn voor gevolgen.
    Net zo min als Roots heb ik Holocaust ooit gezien. Ik herinner me de kritiek betreffende de kolenkachel in de barakken van het concentratiekamp.

  2. jan kroeze zegt:

    Ik denk dat het echt maken van keuzes zeldzaam is. Omstandigheden waaronder mensen leven zijn van veel meer belang. Hoewel ik dat gebrek aan fantasie wel aardig vind! Je Pa had blijkbaar juist wel fantasie meen ik hieruit op te kunnen maken. Maar of het echt gebrek aan fantasie is om te gaan werken in een vernietigingskamp valt wat mij betreft te betwisten.
    Ik kan me juist goed voorstellen wat het betekent om een dier een trap te geven, het is vergelijkbaar met een situatie waarin je zelf een trap krijgt. Het is een vorm van inleven, de een kan dat beter dan de ander. Maar gebrek aan inlevingsvermogen is iets waar mee te leven valt onder voorwaarde dat je geen al te stomme dingen doet, je houdt je in dat geval aan regels. Je hoeft geen psychopaat te zijn of te worden.

Reacties zijn gesloten.