Alamut

Het gebied is meer dan bergachtig, de wegen bestaan uit steile haarspeldbochten waar harder rijden dan 40 km/u slechts tot de mogelijkheden behoort als u levensmoe bent, er ligt restsneeuw op de noordelijke berghellingen, die verder héél erg groen zijn. Lager op de hellingen zijn uitgestrekte gaarden met kersenbomen uitgespreid, in de lente wit van de bloesem.

Met spreekt er Gilaki, een nauw aan het Perzisch verwante taal die echter nog naamvallen kent en niet goed verstaanbaar is voor Perzisch-sprekenden. De bakkers bakken er verrukkelijke lokale broodvarianten met walnoot en langs de weg verkoopt de plaatselijke bevolking wat er zoal in de omgeving wordt geproduceerd: gedroogde abrikozen, kersen, kelims.

We zijn om vijf uur in de ochtend vertrokken uit Karaj en ons doel is de Alamut, pakweg tweehonderd kilometer verderop en een rit van bijna vijf uur, vanwege alle haarspeldbochten. Dit is Assasijnen-land: het gebied waar in de elfde tot dertiende eeuw de sji’itische secte van de Nizari’s hun veilige thuishaven had en waarvan de militaire tak tot op de dag van vandaag tot de verbeelding spreekt.

Hun hoofdkwartier, en laatste vesting in Iran, werd in 1258 door de Mongolen ingenomen: de Alamut, een bruine, kale rots temidden van een groen paradijs die zó steil is aan alle kanten dat het tot op de dag van vandaag een raadsel is hoe daar ooit zelfs maar één Mongool naar binnen heeft kunnen wandelen zonder eerst te sneuvelen. Een tijdje later maakten de Mamelukken een einde aan de Assassijnen in Syrië.

Die Alamut, die wilde ik dus eens bekijken, sterker nog: daar wilde ik gewéést zijn en dat is dus nu gelukt.

Het is wel een fenomenale klim. Na vijf uur taxi zijn er nog om en nabij de vijfhonderd traptreden te beklimmen. Vrouw en dochter deden de eerste driehonderd op een ezeltje. Vader en zoon (op de rug) deden ze allemaal te voet. Op de terugweg nam vader beide kinderen mee op een paard, een totaal niet angstaanjagende en evenmin levensgevaarlijke onderneming die vaderlief dan ook in een zeer gelijkmatige gemoedstoestand heeft volbracht, voor niets bevreesd en onversaagd.

Het kasteel zelf – behoorlijk vewoest – stond vooral in de steigers. De foto’s die ik genomen, heb, zijn dan ook eigenlijk het fraaist waar het de omgeving betreft. Ik heb eindeloze panorama’s geschoten van een landschap waar ik meer van genoten heb dan van de historische ervaring van het kasteel zelf. Zo zie je maar…

Dit bericht werd geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Alamut

  1. FrankB zegt:

    Wat doen toch die vrouwen aan de rand van het parkeerterrein?

Reacties zijn gesloten.