Ghashiram Kotwal

Gisteren zou mijn vader vierennegentig geworden zijn. Er kwam even een urgentere blogpost tussendoor, dus ik post deze een dag na dato.

Mijn vader was dus van 1926 en zijn tijd als oikofoob – een woord dat hij waarschijnlijk nooit gekend heeft – vér, vér, héél ver vooruit. Ik heb waarschijnlijk al wel eens eerder geblogd dat hij Frans, Duits en Engels sprak, want MULO, en dat hij voorafgaand aan onze veelvuldige vakanties altijd eerst de Berlitz taalgids van het betreffende land uit zijn hoofd leerde en zich zo in het Spaans, Italiaans en Grieks heel behoorlijk verstaanbaar wist te maken.

Ik heb waarschijnlijk ook wel eens gemeld dat mijn wieg boven Bach stond, want hij was organist en dan ontkom je niet aan Bach. Maar mijn eerste kennismaking met Negro Spirituals (mag je dat zo nog zeggen?), Arabische muziek (uit Algerije: much much love, aldus een leerling van mijn vader die Arabisch verstond) en Afrikaanse drums (niet het slappe aftreksel dat tegenwoordig in de popmuziek rondwaart, maar the real stuff) is dankzij mijn vader tot stand gekomen.

Mijn vader bezat een collectie uitheemse muziek op platen die – volgens mij –  het midden hielden tussen bakeliet en vinyl. De Afrikaanse drums waren te langzaam op 33 toeren maar te snel op 45, maar jezusmina wat konden die lui drummen! Jaren later moest ik er weer aan denken toen ik mijn favoriete citaat uit Archie Bunker voor het eerst op TV hoorde:

If God had wanted white people to dance, He would have given them rhythm.

Ooit heeft mijn vader me meegetroond naar een Indiaas toneelstuk in het Tropenmuseum in Amsterdam. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder en broer daarbij waren, dus misschien is dat wel dezelfde dag geweest dat we voor het eerst Japans gingen eten, in een nu verdwenen restaurant in de Jan Luykenstraat. We aten sukiyaki en dat is nog steeds mijn favoriete Japanse gerecht.

Dat toneelstuk was in het Marathi en we verstonden er dus helemaal niets van, maar ik kan me niet herinneren dat ik me ook maar een seconde verveeld heb. Tijdens de pauze ontdekte mijn vader in het programmaboekje dat de rol van ‘verteller’ werd aangeduid met het woord sutradhar. ‘Aha,’ zei hij, ‘Kama Sutra, dat ‘vertelt’ natuurlijk over de liefde.’ En -dhar, was hetzelfde als ons achtervoegsel -(d/t)er.

Afgezien van die opmerking is me verder alleen de de titel van dat toneelstuk altijd bijgebleven: Ghashiram Kotwal. Van de week ontdekte ik dat dat zowaar een lemma heeft bij Wikipedia. Kan ik eindelijk eens nalezen waar het nou over ging. En ik zie dat dit in 1980 geweest moet zijn.

 

Dit bericht werd geplaatst in Kunst, Mijzelf en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.