Vaderschap (2.2)

  • Brabbelen: het is niet willekeurig. Er is een ik-wil-met-jullie-bezig-zijn brabbel, een ik-ben-nu-even-met-mezelf-bezig brabbel, een brabbel voor verbazing, voor ontevredenheid en voor zaken die acuut of snel zijn, of in de ogen van je spruit zouden moeten zijn.
  • En dan gaat het ineens heel snel: losse woordjes, meer losse woordjes, twee woorden en dan is daar ineens een zin van drie woorden: ‘Papa eten bol.’ (een bol is een krentenbol).
  • Nieuwe woorden: ze zijn niet bij te houden.
  • Die allesverpletterende wil om het allemaal zelf te willen doen…
  • Klimmen, klimmen, klimmen, klimmen (I kid you not: twee meter de boekenkast in), en alles, altijd, overal vanaf halen en op de grond gooien.
  • Zo makkelijk hij als baby een luierverschoning over zich heen liet gaan, zo ernstig eindigt het nu in ein Bodennahkampf.
  • Ik ben niet eens twee, en ik zeg nu al ‘nee’!
  • Eerste vierwoordszin (1 3/4): ‘Woow, papa lekker eten!’
  • Of het is een tijger, óf het is een beer, maar leeuwen bestaan niet!
  • Die gulzigheid waarmee ze drinken: tot het niet meer kan en dan naar adem happen. Het herinnert je aan hoe een dorst je kon hebben toen je zelf nog kind was.
  • Het is wel opmerkelijk hoe goed zo’n kind dieren herkent, ongeacht hoezeer ze – als knuffel, stripfiguur of speelfiguurtje – ook ten opzichte van het origineel en elkaar vervormd zijn.
  • Voor sommige woorden gebruikt hij het begrip in beide moedertalen aan elkaar geplakt, toep-bal bijvoorbeeld, voor ‘bal’, alsof het één woord is.
  • Marineren: de edele kunst van het malser maken van vlees door het te baden in een zure vloeistof zoals wijn, bier, sap van citrusvruchten of kiwi, yoghurt of… hé mama ik kom je helpen, hier is nog een half glas van dat donkere goedje: cola!
Dit bericht werd geplaatst in Mijzelf en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Vaderschap (2.2)

  1. Marcel Meijer Hof zegt:

    Het wonder der menselijke ontwikkeling …
    Geniet ervan, verbaas je.

  2. Irina zegt:

    Toen onze dochter (2 1/2) de tijgersloffen van de nieuwe oppas zag zei ze “Dat zijn reeuwen” (ze had nog geen ‘l’). Kennelijk bestonden voor haar juist de tijgers niet.

Reacties zijn gesloten.