Toxic

Van de week viel me tot twee keer toe een kop op een tijdschrift op over toxic positivity. Ik had al eens gehoord over toxic masculinity en zelfs toxic whiteness (heeft nog geen Wikipedia-lemma). Toxic positivity is als term al ouder, maar wordt de laatste tijd populairder vanwege de Corona-pandemie. Logisch ook, want ja: probeer een jaar na dato nog maar eens onverdund positief te blijven. De artikelen onder beide koppen gingen dan ook over de pandemie.

Ik voorspel – uw trendwatcher spreekt – dat voorvoegsel toxic een grote toekomst. Het geeft van een begrip dat in principe positief is – of hoort te zijn – aan dat een teveel juist in zijn tegendeel kan verkeren. Oudere termen als toxic relationship, toxic workplace, toxic love laten dat goed zien. Toxic hoort thuis in oxymorons.

Ik zie grote toekomstmogelijkheden: toxic wealth, toxic compassion, toxic religion, toxic atheism, toxic teaching, toxic journalism, toxic economics, toxic Zionism (daar gaat ergens een antisemitisme alarm af!), toxic blackness (gaat Jordan Peterson nog uitvinden), toxic justice (dat bestaat al in een andere vorm: summa iura, summa iniuria, maar het kan nooit kwaad het in een nieuwe soundbite te gieten) de mogelijkheden zijn eindeloos.

O, en ik weet er nog één: toxic democracy.

Dit bericht werd geplaatst in Politiek, Taal en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Toxic

Reacties zijn gesloten.